07
Hijgend kijk ik om me heen, is er nog iemand? Ik zie niemand meer. Ik laat me op de grond vallen. Was dit het? Is het nu voorbij? Ben ik nou net alles verloren? Alles!? M'n stad, m'n familie, m'n vrienden?
Na 1 dag gewacht te hebben keer ik terug naar m'n stadje. Brokstukken van de gebouwen liggen op de grond. Van de huizen en gebouwen is niks meer over. Het ruikt naar roet en as. Alles is vernietigd. Ons koninkrijk is plat gebrand, dit was de laatste stad die nog overeind stond. Ik zie lijken op de grond liggen en wordt misselijk van. Het enigste wat nog overeind staat is de troonzaal, nouja.. als je een paar muren een troonzaal kan noemen. Het hele kasteel is weg, alles behalve de troonzaal. Ik loop naar de 4 muren zonder dak. Ik loop door wat ooit een poort was naar binnen. Ik kijk naar de troon.. het is kapot gemaakt en in het groot een vlag op gehangen Waarom zoveel moeite doen om er een vlag op te hangen. Het is de vlag van Midusa.. de bondgenoot die we niet hadden moeten vertrouwen, onze enigste bondgenoot. Ik haal de vlag van de troon af en scheur hem in stukken. Ik plaats mijn hand op de troon. De troon van m'n vader, de troon die van mij had geweest als dit niet gebeurt was. Mijn troon... Woede en verdriet vloeit door mijn lichaam. Niemand kon weg komen gisteren, ik heb geluk gehad, ik ben de enigste overlevende. Het heeft geen zin om dit koninkrijk weer op te bouwen, in je eentje kan je het niet leiden. Ik loop weg uit de ruïne en wordt gelijk weer misselijk van de vieze lucht die hier rondhangt. Ik besluit te vertrekken, ik kan het niet langer aan om naar de lijken te kijken.
Ik loop over het zand opzoek naar Jenava. Het is het Kingdom wat het dichtsbij is vanaf m'n oude stad. Maar het blijft 2 dagen lopen. Ik weet eigenlijk niet wat ik moet doen als ik daar aankom. Jenava liet ons koninkrijk met rust, maar we waren geen bondgenoten. Ik heb dus geen idee of ik daar kan blijven of mag wonen. Het maakt me eigenlijk niet uit wat er met me gebeurt al kom ik in een gevangenis, dan heb ik tenminste een dak boven m'n hoofd.
Na 2 dagen lopen kom ik uitgehongerd en uitgedroogd aan bij de poort van de hoofdstad van Jenava. 'Prinses Leona, wat doet u hier alleen?' vraagt een van de wachters die voor de poort staat. 'Kan ik met de koning praten, alstublieft?' vraag ik rustig. 'Ik zal het vragen.' zegt hij terug en loopt dan weg. Ik wacht rustig tot hij weer terug komt. 'Loopt u mee?' Ik loop achter de oudere jongen aan naar de troonzaal.
'Leona... Leona... Is dit weer een poging van je vader voor een bondgenootschap?' hoor ik een stem vanaf de troon. 'Gegroet koning Cemal.' zeg ik zonder zijn vraag te beantwoorden. 'Nou nou, wat netjes weer. Wat kom je doen Leona?' vraagt hij geïrriteerd. 'Onze stad is aangevallen door Midusa...' 'Jullie krijgen niks.' onderbreekt hij mij. 'Cemal daar kom ik helemaal niet voor!' zucht ik. 'Waarvoor dan?' 'Er is bijna niks van de stad over en..' 'Schiet nou eens op!' 'Cemal wees dan toch stil!' roep ik geïrriteerd naar hem. 'Goed en ik ben dus de enigste overlevende.' vervolg ik als hij eindelijk z'n mond houd. 'Dus je koninkrijk bestaat niet meer?' 'Nee die is weg.' zeg ik snel. 'Wel jammer dat het knuffel Kingdom weg is nu.' zegt hij lachend. 'Cemal... Kan ik hier blijven?' vraag ik voorzichtig. 'Hmmm... Tuurlijk jij wel.' 'Dankje Cemal.' glimlach ik naar hem. 'Geen probleem, als er geen knuffel Kingdom meer is moet er maar een die erbij hoorde de plek opvullen toch.' Ik rol met m'n ogen, waarom nou weer knuffel Kingdom.
En zo kom ik in Jenava terecht. Ik heb hier een huisje gekregen en woon nu al een tijdje hier. Ik val wel op hier aangezien iedereen hier een half zwart gezicht hebben en ik natuurlijk niet. Ik ben nogsteeds verbaasd dat ik hier mocht blijven, maar ben er natuurlijk wel heel blij mee.
Als ik door de hoofdstad loop gewoon even een stukje wandelen voor de beweging kom ik Meindert tegen. We hebben niet de beste relatie met elkaar, maar ik zal me inhouden. 'Cemal wilt je zien.' zegt hij kort en loopt daarna gelijk weer weg. Oke dan. Ik loop richting de troonzaal aangezien ik niet zou weten waar de koning anders zou uithangen. En daar is hij ook natuurlijk. 'Gegroet.' zeg ik snel. Hij knikt maar zegt verder niets. 'Wat is er?' vraag ik dan maar. 'We gaan Midusa aanvallen.' 'En?' vraag ik ongeduldig. 'Wil je meevechten?' vraagt hij sirieus. 'Ik en vechten?' lach ik. 'Je kan prima vechten en ik let wel op je. Wil je mee of niet?' 'Graag.' zeg ik met een glimlach.
Pov Cemal
Het meisje geeft me een glimlach waardoor haar witte tanden goed te zien zijn. Er is iets met haar, ze maakt me rustig en ik weet niet waarom. Vroeger kon ik zo geërgerd worden als ze weer eens langs kwam vanwege haar vader, maar nu ze alles kwijt is een hier woont is het anders. Ik weet dat ze graag wraak zou nemen op Midusa en dat is waarom ik haar mee vraag. Ik hoop maar dat het goed gaat.
Eenmaal aangekomen in Midusa gaat het gevecht eigenlijk al vrij snel van start en we hebben niet de beste positie, maar dat maakt niet uit het machtige Jenava kan wel op tegen deze mensen. We komen hier eigenlijk alleen maar om te plunderen en zo de belasting ,die we nooit van hun gehad hadden toen we bondgenoten waren, op te halen.
Het gevecht is nu al een tijdje bezig maar het ziet er goed uit voor ons er zijn al heel wat mensen van de andere partij gewond weggevoerd. Ik heb eigenlijk al een tijdje niet meer naar Leona gekeken aangezien het prima ging toen ik wel keek. Ik kijk even opzij en zie hoe ze vecht tegen één van de sterkste soldaten van Midusa. Met woede in haar ogen probeert ze hem op de grond te krijgen, maar het gaat mis en ze wordt geraakt. Ik wil er naar toe rennen, maar dan trekt Midusa zich net op tijd terug. Ik hoor mijn soldaten juichen en ze gaan gelijk plunderen. Maar ik loop naar Leona toe die rustig op de grond zit te kijken naar wat er gebeurt met één hand op haar zij gedrukt. 'Is het diep?' vraag ik voorzichtig. 'Huh? Is wat diep?' vraagt ze verward. 'Je wond.' zeg ik snel. 'Oh, weet ik niet eigenlijk, ik leef nog dus valt vast mee.'
Na de stad over hoop gehaald te hebben zijn we terug gekeerd naar Jenava en ik heb Leona eigenlijk niet meer gezien. Ze was uitgeput en gelijk naar haar huis gegaan om te slapen. Toch brand er iets in m'n borst wat wilt dat ik bij haar ga kijken. Verward door het gevoel besluit ik om toch even langs te gaan.
Ik klop snel op de deur, die pas na een tijdje wordt opengedaan. 'Sorry ik slie.. koning Cemal?' ze klinkt moe en in de war. 'Mag ik binnenkomen?' 'Uh ja?' zegt ze slaperig. We lopen naar een kleine woonkamer waar we gaan zitten. Ze draagt een witte nachtjapon en haar haar zit in de war. Er valt mij op dat er een flinke bloedplek zit in de witte stof. 'Is je wond wel verbonden?' vraag ik zonder na te denken. 'Ik heb het zelf gedaan.' 'Dat ging dan niet zo goed.' lach ik. Ik maak de schoon en verbind hem voor haar. 'Dat een koning dit zit te doen.' zegt ze plotseling. Ik zeg er niks op maar het brandende gevoel in m'n borst wordt steeds erger.
Pov Leona
Voordat Cemal m'n huis weer verlaat geef ik hem snel een knuffel. Hij verstijfd maar laat het toe. 'Sorry.' zeg ik snel. Stom stom stom, ik knuffelde net de koning. 'Nee, maakt niet uit.' zegt hij verward.
Ik ben blij dat ik hier terecht gekomen ben.
Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro