Chào các bạn! Vì nhiều lý do từ nay Truyen2U chính thức đổi tên là Truyen247.Pro. Mong các bạn tiếp tục ủng hộ truy cập tên miền mới này nhé! Mãi yêu... ♥

H.59

Sophie pov.

Grijnzend kijk ik toe hoe Maaike Ashton wat frietjes voert en Ashton ze duidelijk met tegenzin opeet. 'Jullie zijn schattig zo.' zegt Calum terwijl hij met mijn haar speelt terwijl hij een frietje in zijn mond stopt. Maaike word rood maar glimlacht. Ashton daarentegen begint als een gek te grijnzen en wilt volgens mij Maaike naar zich toe trekken voor hij zich realiseert dat hij zich niet kan bewegen voor de komende twee, drie dagen. Ik begin te lachen en val bijna direct in mijn vertrouwde knipperlichtrelatie met de slappe lach. 'Oh nee hè, daar gaan we weer....' zucht Maaike voor ze een slok van haar cola neemt. 'Nee, nee. Ik ben hahahahahaha.' 'Duidelijk niet okay en je hebt duidelijk weer een relatie met de slappe lach dus probeer jij maar gewoon niet dood te gaan.' Lachend knik ik terwijl ik mijn best doe om op mijn stoel te blijven zitten. 'Calum, hou haar vast. Ik wed dat ze anders straks van haar stoel valt.' 'Dat wil ik wel 's zien.' Direct stop ik met lachen en kijk boos naar Calum. 'Oh? Wil je dat graag zien?' Calum slikt zichtbaar en het is wel duidelijk dat hij zich ongemakkelijk voelt waardoor ik weer in de lach schiet. 'Ik snap haar niet...' 'Moet je ook vooral niet proberen als ze de slappe lach heeft. Trust me.' En dan is mijn stoel onder me weg maar voor ik de grond kan raken heeft Calum me al opgevangen en zet hij me op zijn schoot. 'Je had dus gelijk Maaike. Ze zou inderdaad van haar stoel afvallen.' 'I told ya.' 'Sophie, zit eens stil! Straks val je nog van mijn schoot af!' zegt Calum "boos". 'I-ik k-kan e-er n-n-niks a-a-aan d-d-doen!' zeg ik lachend terwijl ik echt mijn best doe om op Calums schoot te blijven zitten. Na drie minuten begin ik steeds minder te lachen tot ik klaar ben en weer op adem probeer te komen. 'Klaar?' vraagt Ashton met een mislukte opgetrokken wenkbrauw waardoor ik weer in de lach schiet. 'Goed gedaan Ashton. Echt heel erg goed gedaan.' zegt Calum vermoeid terwijl hij zijn greep om mijn middel verstevigd. 'Dat is niet Ashys fout. Als iemand van ons ook maar één gezichtsuitdrukking had getrokken was ze toch wel weer in de lach geschoten.' verdedigt Maaike Ashton. Als ik weer uitgelachen ben kijkt iedereen van onze tafel me opgelucht aan. 'Oké, ik ben klaar met lachen.' 'Dat zien we.' zegt Ashton opgelucht. Ik voel weer lachkriebels opkomen en ik doe mijn best om niet weer in de lach te schieten. Maaike zucht en slaat Ashton zachtjes tegen zijn arm. 'Goed gedaan Ashy, nu onderdrukt ze haar lachbui.' 'Oeps....' En dat was de druppel, ik schiet weer in de lach. 'Was ze vroeger ook zo?' 'Reken maar.' zegt Maaike terwijl ze tegen Ashtons schouder aanleunt. Als ik uitgelachen ben zwijgt Ashton terwijl hij me onderzoekend aankijkt. Uitdagend kijk ik terug. 'Jongens, volgens mij zijn nu al haar lachkriebels weg.' zegt Ashton tevreden en zijn gezicht straalt opluchting uit. 'Het is een wonder.' zucht Calum in mijn nek. Ik draai me om en mep Calum zachtjes tegen zijn achterhoofd aan. 'Hé! Waar was dat voor nodig?' zegt Calum terwijl hij met een pijnlijk gezicht over zijn achterhoofd wrijft. 'Dat kan je zelf ook wel bedenken.' zeg ik terwijl ik mijn fanta pak en een slok neem. Calum gritst hem uit mijn handen en boos kijk ik hem aan. Calum kijkt onschuldig terug en ik voel me van binnen week worden. Plots verschijnt er een beker met twee rietjes erin voor mijn neus en snel neem ik één rietje in mijn mond terwijl Calum de andere in zijn mond neemt. Samen drinken we de milkshake op terwijl we elkaar in de ogen kijken. 'Awwwww.' 'Maaike! Hou je kop! Nu heb je hun moment verpest.' Nog drinkend aan de milkshake kijk ik een beetje naar Maaike die verschrikt haar handen voor haar mond heeft geslagen en Ashton die er met een soort duivelse grijns naast zit. 'Je weet wat er nu gaat komen, toch sweetheart?' zegt Ashton zoetjes. Maaikes blik verplaatst zich naar Ashton en wild begint ze haar hoofd te schudden. 'Neeeeeee! Niet doen Ashton, niet doen!' zegt Maaike terwijl ze opstaat en langzaam richting de uitgang schuifelt. Ashton staat ook op en volgt Maaike die schichtig om zich heenkijkt opzoek naar een kortere uitweg. Hoe kan Ashton opstaan? 'Calum? Hoe kan Ashton opstaan? Hij was toch betoverd?' 'Ik heb echt geen idee... dat zullen we hem straks wel eventjes vragen.' 'Goed idee.' 'Is alles op?' vraagt Calum zachtjes in mijn nek. Ik laat het rietje los en kijk naar de tafel waar eigenlijk alleen nog Ashs frietjes liggen. 'Alleen nog Ashs friet.' 'Dat kunnen we wel hier laten. En het drinken?' 'Ik heb sowieso mijn fanta nog en Ash zijn cola. Ehm, even kijken... Jij hebt nog een klein beetje cola en Maiks drinken is op.' 'Oké, de friet laten we hier maar het drinken gaat mee, trouwens waar is Maiks milkshake?' 'Die had ze volgens mij ook al op of Ash heeft die meegenomen want hier staat hij niet meer.' 'Das raar want Maiks is niet opgestaan en weglopen van de tafel. Dus dan heeft Ashton hem waarschijnlijk meegenomen.' 'Ja, denk 't ook.' zeg ik voor ik opsta en de milkshake uit zijn hand grits. 'Hé!' roept Calum terwijl hij een beetje hulpeloos naar de tafel staart. 'Wat is er blue heart? Beetje hulp nodig?' zeg ik plagend. Calum knikt en in zijn ogen zie ik een ondeugende blik verschijnen. Plots klinkt er een harde donder van buiten en geschrokken kijk ik naar buiten waar het hard begint te regenen. Ik kijk weer naar Calum of beter gezegd naar de plek waar hij stond. Verbaasd kijk ik om me heen. 'Calum?' zeg ik terwijl ik om me heen kijk opzoek naar Calum maar hij lijkt in rook te zijn opgegaan. Ik kijk weer naar de tafel waar de dienbladen ook al weg zijn. Verward loop ik met de milkshake in mijn handen naar buiten waar ik direct nat geregend word maar het kan me niks schelen. Ik hou van regen, ik heb geen idee waarom maar ik hou gewoon van regen. Waarschijnlijk zou Maaike zeggen dat dat komt omdat ik een vis ben. Ik loop verder de regen in, richting de plaats waar de auto stond maar die daar nu dus niet meer staat... Plots worden er twee handen voor mijn ogen gehouden en krijg ik een glimlach op mijn gezicht. 'Blue heart, niet doen.' zeg ik terwijl ik me om wil draaien maar dan valt het me op dat ik geen tintelingen voel. Dit is Calum niet!! Vliegensvlug duik ik naar onder waardoor de handen van mijn ogen verdwijnen en maak ik een koprol naar voren zodat ik buiten het bereik ben van de persoon die zijn of haar handen voor mijn ogen hield. Snel draai ik me om en ga rechtop staan om direct in het geamuseerde gezicht van Seff te kijken. 'Sinds wanneer noem je mij blue heart, zusje?' 'Sinds wanneer noem jij me zusje?' kaatst ik terug. 'Misschien sinds jij mijn zusje bent? Dat heb ik je toch verteld?' Beelden schieten door mijn hoofd terwijl ik eraan terugdenk:

'Wist je trouwens al dat we hetzelfde bloed in onze aderen hebben stromen?' Zegt Seff plots heel random. 'Ja, want we zijn allebei geestenwandelaars.' Zeg ik terwijl ik met mijn ogen rol. 'Nee, ik bedoel hetzelfde bloed als in familie.' 'WAT?!' roep ik verschrikt uit. Seff? Familie van mij? Gadver, als Seffs 'plannetje' was gelukt was ik nu getrouwd met een familielid. Iiiiiiiwwwwww!!! 'Hoe bedoel je trouwens familie? Als in neef en nicht of...' Zeg alsjeblieft niet dat hij mijn broer is, alsjeblieft niet! Ik heb er al zoveel! 'Ik bedoel als in vader en dochter.' Zegt Seff serieus. Dat is de druppel die de emmer doet overlopen. Ik begin keihard te gillen, maar dan ook echt hard. 'Wow, rustig! Ik maakte maar een grapje!' Ik stop met gillen en leg mijn hand op mijn hart. 'Daar hoor je geen grapjes over te maken! Weet je hoe raar het is om te horen te krijgen dat je vader met je wilt trouwen?!' 'Oké, misschien ging ik iets te ver.' 'Misschien?!' Roep ik uit terwijl ik wilde handgebaren maak. 'Pas op, straks bezeer je nog die arme boom achter je.' Zegt Seff droog. 'Hate. You.' 'Yea, love you too.' 'Ik word echt helemaal gek! He-le-maal gek!' Zeg ik terwijl ik met mijn handen door mijn haar ga en weer begin met ijsberen. 'Je komt er wel overheen maar back to the point.' 'Ja, wat voor familie ben je van me?' 'Je broer.'

'Ja, dat heb je verteld.' zeg ik terwijl ik hem bedenkelijk aankijk. 'Nou dan. En kijk niet zo alsof ik een leugenaar ben.' 'Maar misschien ben je dat wel.' Seff rolt met zijn ogen terwijl hij zijn armen over elkaar slaat. 'Kom mee naar binnen. Je word kletsnat hier.' 'En dan? Het is maar regen.' 'Je bent echt raar.' 'I know, voor zover ik weet ben ik dat altijd al geweest. En trouwens weet jij waar Calum is?' 'Euh... nee... Niet gezien.' zegt Seff terwijl hij om zich heenkijkt. 'Oh....' Weer een donder en het begint nog harder te regenen. 'Het kan me nu niks meer schelen of je de regen fijn vind of niet maar het gaat nu ook nog onweren dus meekomen jij.' zegt Seff terwijl hij me ruw bij mijn arm vastgrijpt en meetrekt richting een prachtige, zwarte Chevrolet. Snel opent Seff de bijrijdersdeur en duwt mij erin waarna hij de deur dicht smijt. Seff rent naar de andere kant en stapt achter het stuur. 'We blijven wel hier want misschien is Calum nog hier en is hij naar me opzoek en dan wil ik niet weg zijn.' 'Wat jij wilt.' zegt Seff terwijl hij de auto aanzet maar niet wegrijd. Snel zet Seff de verwarming en de radio aan. Direct klinkt het eerste couplet van Say Something van A Great Big World ft. Christina Aguilera door de speakers. Seff begint zachtjes mee te zingen en zingt steeds harder mee tot hij luidkeels meezingt. Zijn stem past perfect bij het nummer. Zodra Christina begint te zingen, zing ik mee.

'And I, am feeling so small.

It was over my head.

I know nothing at all.

And I, will stumble and fall.

I'm still learning to love.

Just starting to crawl.

Say something, I'm giving up on you!

I'm sorry that I couldn't get to you!

Anywhere, I would have followed you.'

Plots tikt er iemand op het raam en kijk ik opzij. Calums ogen kijken me nieuwsgierig aan. Direct glijd er een glimlach over mijn gezicht en snel doe ik de deur open en stap uit waarna ik de deur weer dicht gooi. 'Waar was je?' 'Verstopt.' zegt Calum met een ondeugende grijns. Ik gniffel en sla mijn armen om Calum heen en verstop mijn gezicht in zijn shirt. 'Waarom zat jij eigenlijk bij Seff in de auto?' vraagt Calum terwijl hij zijn hoofd op mijn hoofd legt. 'Hij is mijn broer en hij trok me zijn auto in omdat ik anders nog natter zou worden dan ik al was.' zeg ik terwijl ik zijn geur inadem. 'Je weet dat dat heel erg verkeerd klinkt hè?' zegt Calum plagend. 'CALUM!' zeg ik bestraffend terwijl ik me lostrek uit zijn armen en snel wat passen naar achteren zet. 'Ik kan er niks aandoen dat mijn gedachten die kant opgaan! Jij zit in je heat weet je nog?' 'Maar dan hoef je nog niet je gedachten hard op uit te spreken!' zeg ik "wanhopig". Calum lacht en dan rent hij naar me toe. Snel draai ik me om en ren lachend weg. Mijn voeten plonzen door de plassen en de regen zorgt ervoor dat mijn haar in slierten langs mijn gezicht plakt. Plots wikkelen er zich twee handen om mijn heupen heen en lachend word ik omhoog getild. 'Hebbes.' fluistert Calum in mijn oor en lachend kijk ik hem aan. Calum zet me neer en draait me naar zich toe waarna hij me weer optilt zodat we op ooghoogte zijn. Even kijken we elkaar in de ogen en dan drukt Calum zijn lippen op de mijne. Hongerig beantwoord ik zijn kus. Mijn handen glijden door zijn natte haar en mijn vingers raken verstrikt tussen een paar lokken. Als onze lippen elkaar verlaten kijken we elkaar met glinsterende ogen aan en de vlinders vliegen door mijn buik. 'Ik hou van je.' 'Ik ook van jou.' Calum drukt weer zijn lippen op de mijne en genietend sluit ik mijn ogen weer terwijl ik zijn kus beantwoord. Een harde donder vult mijn oren en geschrokken schiet ik naar achteren. 'Misschien moeten we naar huis gaan voor we geraakt worden door de bliksem.' zegt Calum bedenkelijk terwijl hij met samengeknepen ogen naar de lucht kijkt. Ik knik en Calum lijkt me willen los te laten maar zijn gezicht zegt dat hij dat niet gaat doen. 'Calum...' zeg ik waarschuwend. 'Ja?' zegt hij onschuldig terwijl hij me met grote ogen aankijkt die me direct doen smelten. Voor ik het weet hang ik over Calums schouder terwijl hij begint te lopen. Verdwaasd kijk ik op, recht in Seffs ogen die me geamuseerd aankijken vanuit de auto. En dan geeft hij gas en rijd weg. Ik kijk de auto na en bedenk me dan dat ik nog steeds over Calums schouder hang. 'CALUM!' roep ik lachend terwijl ik op zijn rug sla. 'Ja, diamantje?' zegt Calum terwijl hij doorloopt alsof ik hem niet op zijn rug sla. 'ZET ME NEER!' roep ik terwijl ik op zijn rug blijf slaan. 'Nee en als ik jou was zou ik ophouden met op mijn rug slaan want dat helpt echt niet.' zegt Calum serieus maar ik hoor de lach in zijn stem. Zuchtend stop ik met slaan op zijn rug maar de lach krijg ik niet van mijn gezicht weggeveegd. 'Weet jij trouwens waar de auto is?' vraag ik aan Calum als we tien minuten verder nog steeds lopen. Nou ja, hij loopt en ik hang over zijn schouder. 'Ja, die heeft Maaike meegenomen zodat ze misschien eerder dan Ashton thuis was zodat ze aan haar straf zou ontkomen aangezien ze ons momentje had verpest. Alleen thuis hebben we ook nog Michael en Max die ook maar wat graag Maaike zouden willen straffen omdat ze ons momentje had verpest.' Ik lach en sla mijn armen om Calums middel. 'Wat ben je aan het doen diamantje?' zegt Calum lachend als ik een zwart ding uit zijn zak probeer te halen. 'Niks.' zeg ik terwijl ik doorga met waar ik mee bezig ben. En dan heb ik dat zwarte ding  in mijn handen. Triomfantelijk grijns ik terwijl ik het zwarte ding bestudeer. Wat is het? 'Sophie, stop mijn mobiel terug.' 'Mobiel? Heet zo dit rare, zwarte ding?' Calum schiet in de lach. 'Ja, diamantje. Zo heet dat rare, zwarte ding.' 'Oh, okay... hoe werkt het?' 'Dat ga ik je nu niet uitleggen.' 'Waarom niiiiiiieeeeeeeeet?' jammer ik terwijl ik het mobielding weer terug in Calums zak probeer te stoppen. 'Omdat het dan nog langer duurt voor we thuis zijn en het is al laat.' 'Hoe laat is het dan?' 'Ehm, zeker tien uur geweest.' 'Oh.' Calum grinnikt en springt over een plas water heen. 'Weet je eigenlijk waar we heen moeten?' 'Nou.......... eigenlijk niet nee.' geeft Calum schoorvoetend toe. 'Oooooh..... stop dan Calum! Dan bellen we Max en vragen we of hij ons hier opkomt halen!' 'Waarom weet je wel wat bellen is maar heb je geen idee wat een mobieltje is?' zegt Calum terwijl hij me voor zich laat zakken. 'Weet ik veel. Vraag dat aan mijn hersens die besloten hebben om me dat wel te laten herinneren maar geen mobieltjes.' 'Beste hersens van Sophie, waarom laten jullie Sophie wel weten wat bellen is maar niet wat een mobieltje is?' zegt Calum deftig terwijl hij tegen mijn voorhoofd tikt. Ik grinnik en ren snel Calum voorbij, richting het bos dat vlak naast de weg ligt. 'NEE! NIET DAAR NAAR-' hoor ik Calum nog schreeuwen voor ik van achteren word besprongen en op de grond gegooid. 'toe...' hoor ik Calum zacht zeggen en dan word alles zwart.


Hello people! Vinden jullie Sophie en Calum in dit hoofdstukje ook niet heel schattig? Ik wel. Zoals jullie waarschijnlijk al hebben gezien is The black wolf and I nu het eerste deel van The Lost Mind Series. Het is The Lost Mind Series geworden omdat die de meeste stemmen had. Ik ga over ongeveer twee weken op vakantie en ik heb geen idee of ik daar wifi heb dus het kan dat ik over twee weken niet meer ga updaten, helaas, tot ik weer terugkom. Ik wil iedereen heel erg bedanken voor het voten en reageren! Jullie reacties zorgen ervoor dat ik nog steeds met heel veel plezier aan Tbwai schrijf. Love you guys!!

Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro