H.47
Sophie pov.
Zodra we het huisje binnen stappen snuif ik de vertrouwde lucht op. Het ruikt naar thuis. Voor mij is dit dan ook het huis waar ik ben opgegroeid ookal weet ik dat het niet zo is. Ik plof in een zetel en kijk rond. Het is duidelijk al een tijdje niet in gebruik gezien al het stof en de spinnenwebben. Plots hoor ik Maaike naar adem happen en ik snel naar haar toe. Maaike staat voor een kast en kijkt met grote ogen die zich vullen met tranen naar de inhoud. 'Maiks? Wat is er? Wat zie je?' Vraag ik voorzichtig terwijl ik naast haar ga staan. Ze wijst met een vinger de kast in en ik volg de vinger. Direct hap ik naar adem. In deze kast liggen bandana's. Héél véél bandana's als in een verzameling, Ashtons verzameling... 'Oh mijn god...' mompel ik terwijl ik de bandana's bekijk. 'Ashy... oh mijn Ashy...' mompelt Maaike verdrietig. Snel sla ik mijn armen om haar heen en direct begint ze te huilen. 'Ashy! Ashy!' Roept ze tijdens het huilen wanhopig. 'Ssssshhhh.... ssssshhhhh... het komt wel goed Maiks, het komt allemaal wel goed.' Zeg ik terwijl ik haar rustig heen en weer wieg. Direct kijkt Maaike op, een vuur laait op in haar ogen. Waarschijnlijk heb ik weer eens iets verkeerds gezegd. 'NEE! HET KOMT ALLEMAAL NIET GOED SOPHIE! SNAP DAT DAN! ONZE MATES ZIJN DOOD, WE ZIJN TOTAAL DE WEG KWIJT EN WE ZIJN OP DE VLUCHT! HET-KOMT-ALLEMAAL-NIET-MEER-GOED!' roept Maaike wanhopig en het is duidelijk dat Ashtons dood alle hoop, alle positiviteit heeft laten vervliegen. 'Maiks, wat is er in godsnaam met je gebeurt?! Djezus hé, Ashton zou dit ook niet willen!' 'Ashton is er niet meer-' 'EN NU HOU JE JE KOP MAAIKE! WE GAAN GEWOON NAAR JOUW'N HUIS EN ZOEKEN UIT WAT ER GEBEURD IS, BEGREPEN?!' Roep ik woest en ik merk dat ik bezig ben met Ellen in bedwang houden die graag de boel wil overnemen. Maaike krimpt in elkaar en mompelt zacht: 'Ja, luna.' Ik zucht en wrijf over mijn slapen. 'Maiks, je moet me vooral geen luna noemen want eigenlijk ben ik een rogue. Calum is wel de hele tijd bij me maar officiëel hoor ik helemaal niet bij een roedel.' Wow, oké. Waar komt dat vandaan? Maaike kijkt me vragend aan maar ik let er niet op. Snel loop ik naar buiten, de tuin in. De geur van bloemen vult mijn neus en maakt me rustig. Wat the hell is er met ons aan de hand. Er klopt hier dus echt niks meer van. Een stekende, kortdurende pijn schiet door mijn hoofd en direct erna verschijnt er een beeld in mijn hoofd dat zich afspeelt.
'Ik ga het nooit redden Maiks.' Zucht ik verslagen. 'Nee, je gaat het redden! Je kan het!' Zegt Maaike bemoedigend. 'Positief kind.' Mompel ik terwijl ik met mijn ogen rol. Maaike grijnst en kijkt me vrolijk aan. 'Weet ik.' Roept ze nog net niet uit. 'Ben je ooit ook een keer negatief geweest?' 'Ja, tuurlijk! Maar ik probeer gewoon om de wereld zo positief mogelijk te zien. Als ik geen hoop meer heb en niet meer positief ben, heb ik hulp nodig.' Zegt Maaike bloedserieus.
Dat was een herinnering, een HERINNERING! OH MY GOD! EEN HERINNERING VAN VROEGER! DAT MOET IK CALUM VERTELLEN! Calum.... direct is mijn vrolijke, hypere stemming weer onder het nulpunt. 'Sophie?' Klinkt Maaikes doffe stem vanuit het huisje. 'Ja?' Roep ik terug. 'We moeten verder.' Zegt Maaike terwijl ze het huisje uitkomt gelopen. Verbaasd kijk ik haar aan. 'Wat? Waarom?' 'Ik kan hier niet slapen. De geur van Ashy is overal en het verscheurt me van binnen. Ik zou deze nacht niet eens kunnen slapen en ik heb de slaap nodig.' Verteld Maaike me. Ik knik begrijpend en sla een arm om haar schouders. 'Dan gaan we maar.' Zeg ik terwijl we samen van het veld aflopen. Opzoek naar Maaikes huis.
? Pov.
Daar lopen ze, elkaar ondersteunend opzoek naar het huis van dat andere meisje die luisterd naar de naam Maaike. Stilletjes volg ik ze, erop lettend dat ze me niet zien en horen. 'Ik ken deze plek...' zegt het meisje genaamd Maaike plots. 'Waarvan?' Vraagt Sophie. 'We moeten hier naar links.' Links? Hoezo links? Zouden ze de weg naar huis hebben gevonden? Nee toch? Snel volg ik ze en zie dat ze inderdaad zijn afgebogen naar links. Maaike neemt duidelijk de leiding en Sophie lijkt dat allemaal prima te vinden. Wat wel vreemd is voor een toekomstige luna. Maar ze zei het zelf al, eigenlijk is ze nog een rogue. En zolang ze dat is kan ik alles doen om haar mee te nemen. En ik moet ook nog die verbannelingen uit de weg ruimen, wat pittig zal worden aangezien het niet bepaald lieverdjes zijn. Plots buigen Maaike en Sophie af naar rechts en verdwijnen ze tussen de dichte struiken. Snel land ik en verander ik in een vos, een hele zeldzame vos die waarschijnlijk niet eens bestaat. Namelijk een zwarte vos met blauwe ogen en een blauwachtige gloed omzich heen. Elke fribtin heeft een gloed om zich heen en die word bepaald met welke status je hebt. Uitvoerders hebben een blauwe gloed, waar ik dus bijhoor. Verkenners hebben een gele. De wetenschappers hebben een groene. De koning en koninging hebben een gouden gloed en hun zoons en dochters een zilveren. De leiders onder het koningsschap hebben een bronzen en de "normale" fribtins hebben een paarse gloed. De verbannelingen hebben geen gloed en als ze veranderen zien ze er echt uit als normale dieren, bij een vos zouden ze er dus gewoon uitzien als een normale vos alleen zijn de ogen zwart, maar dan ook echt helemaal zwart. Snel trippel ik achter de meisjes aan en zie dat ze richting een open vlakte gaan, met een huis...
Sophie pov.
Op mijn gemakje loop ik naast Maaike, die geconcentreerd om zich heen kijkt alsof ze dingen, herkenningspunten, zoekt. Plots stopt ze en verschijnt er een kleine glimlach op haar gezicht. Ik kijk naar voren en zie Maaikes villa. Was dat serieus zo dichtbij?! Nu heb ik echt het gevoel alsof ik totaal geen richtingsgevoel heb maar ik kwam dan ook op een totaal andere manier bij Maaikes villa aan.
'En jongens? Zouden jullie ons naar mijn huis kunnen brengen?' 'Welk?' 'Vakantie.' 'Oké, spring maar achterop dames!' Zeggen Ashton en Michael terwijl ze zo gaan staan dat wij erop kunnen springen. 'Wowowowow. Sophie jij gaat niet bij hem achterop.' Zegt Calum streng. 'Waarom niet?' Zeg ik verbaasd. 'Je bent van mij!' Gromt Calum terwijl zijn ogen goudkleurig worden. 'Ugh... bezitterige alpha. Ik ga echt niet zoenen met mijn broer. Dat is echt goor!' Zeg ik met mijn ogen rollend. 'Daar heeft ze wel een punt, ja.' Zegt Michael. 'En Sophie, spring erop. Ik heb niet de hele dag de tijd.' Zegt Michael ongeduldig. 'Ja, ja.' Met die woorden spring ik op zijn rug voor Calum me kan tegenhouden. 'Ik kom erachter als jullie zoenen of als jij haar iets aandoet.' Zegt Calum dreigend. Zijn ogen zijn nu zwart, van woede volgens mij. 'Ja, ja. Hortsik Ashton! Go Michael!' Roep ik terwijl ik me stevig aan Michael vasthoud. Achter me hoor ik Calum grommen en Max die heb probeerd te kalmeren. Sinds wanneer is Calum zo bezitterig? Schiet erdoor mijn hoofd heen. 'Zo, dames. We zijn er.' Zegt Ashton terwijl hij stopt met rennen. Hij rende de hele weg met een dromerige glimlach op zijn gezicht die ik herkende als de glimlach als Calum naar me kijkt terwijl ik slaap. What the fack?! Waarom weet ik dingen die gebeuren terwijl ik slaap?! Moet ik straks maar eens vragen.. Ik bekijk het "huisje". Je kan beter zeggen villa. Het is groot, wit, groot, blauw, groot, mooi, heb ik groot al gezegd? 'Sophie, je mond staat open.' Zegt Maaike grinnikend. 'WAAROM HEB JE ME NIET VERTELD DAT JE EEN VILLA HEBT?!' Barst ik uit.
Calum was toen zo snel jaloers, waarschijnlijk omdat ik in de buurt van mijn heat kwam en nu ben ik erin en nu is Calum nog steeds een overjaloerse en bezitterige alpha. Nee, was... Calum wás een overjaloerse en bezitterige alpha... was.... wat een klote woord zeg. We stappen het veld op en direct overvalt me het gevoel van thuis me, geen idee waarom. De geur van Calum is nog te ruiken, vers. Zijn heerlijke geur die ruikt naar rijpe ananas en mango gemixt met de geur die zich verspreid in het bos als het geregend heeft. Ashstons geur is ook nog duidelijk aanwezig, chocola met iets ijzerachtigs en wilds. Dat ijzerachtige waarschijnlijk van het bloed en het wilde van de dieren. De deur vliegt met een klap open en voor we met onze ogen kunnen knipperen worden we van de grond afgetild en in een knuffel getrokken. Door Max. 'Jullie zijn oké!' Roept hij enthousiast terwijl hij ons (nog steeds knuffelend) het huis in draagt. De geur van Calum word sterker netals de geur van Ashton maar beide geuren worden wat verdoezelt door de smerige geur van het fruit dat nog steeds op de muren zit en nu helemaal verrot is. 'Kon je echt niet schoonmaken?' Moppert Maaike terwijl ze door haar mond gaat ademhalen zodat ze de smerige geur niet meer ruikt. Alleen, nu proeft ze het en dat is ook geen pretje. 'Maiks, heb je nergens in dit huis gasmaskers verstopt?' Vraag ik terwijl ik langzaam gal naar boven voel komen. 'Nee, wist ik toen veel dat er een één of andere idioot fruit op de muren zou gaan smeren en er over heen zou gaan verfen met bloed!' In haar stem hoor je de woede en de ergenis duidelijk. Max stapt de woonkamer in waar die walgelijke geur weg is en het ruikt naar schoonmaakmiddel, chocola, ijzer en rijpe ananas en mango. Max laat ons los en stapt opzij zodat we eindelijk de woonkamer kunnen zien, of beter gezegd, wie erín staan.
? Pov.
Fuck, ze hebben de weg naar huis gevonden. Dit is echt behoorlijk klote, vooral na wat de andere hun hebben laten zien. Voor iedereen die het nog niet doorheeft, ik ben een verbanneling. Eén van de negen, weinig hè? Dat krijg je als al die andere sukkels braafjes doen wat de "koning" vraagt en het niet in hun stomme koppen bedenken dat het wel eens verkeerd kon zijn. Ik ben verbannen omdat ik de "koning" confronteerde met het feit dat hij zijn vorige vrouw zelfmoord heeft laten plegen. Zelfmoord onder dwang, deftig hoor, klootzak. Maar terug naar het nu. Waarschijnlijk gaat Maaike er achter komen dat ze met twee fribtins samenleeft en die zijn dan behoorlijk dood. Maar ze hebben wel een voordeel dat ze Maaike én Sophie al langer kennen en waarschijnlijk ook beter. Ik merk dat de uitvoerder behoorlijk pissed off is over het feit dat Maaike en Sophie weer thuis zijn. Vliegensvlug veranderd hij in een mens, een lange, gespierde jongen met blauwe ogen en zwart haar. Zijn kleding is ook blauw met zwart en hij heeft een zongebruinde huid. Hij gaat toch niet....?
Paisley pov.
Ik voel de onrust van de verbanneling die dit huis in de gaten houdt en besluit snel effe een kijkje te gaan nemen. Behendig klim ik uit het raam, het dak op. Ik verander in een merel en vlieg snel naar de plek waar zij meestal zit. Als ik daar aankom zie ik haar inderdaad zitten. Ze ziet me aankomen en maakt plek op de tak naast haar. Zodra ik op de tak zit veranderen we allebei terug. 'Wat is er?' Vraag ik direct. 'Híj! Dat is er! Hij is totaal onlogisch en onvoorspelbaar!' Fluisterd/roept ze wanhopig terwijl ze grote handgebaren maakt waar ik dus niks van snap. Uiteindelijk besluit ik zelf maar naar het huis te kijken en begin gelijk te vloeken. 'Dat dacht ik ook ja.' Zegt ze droogjes. Ik werp haar een woeste blik toe en verander vlug in een kolibrie en vlieg naar die vuile hufter toe. Zodra ik achter hem vlieg verander ik in een wolf en val met een doffe plof op de grond. Vliegensvlug draait de jongen zich om en kijkt me woedend aan. Hij veranderd ook in een wolf, een zwarte met een blauwe gloed om precies te zijn. Als hij niet van de vijand was geweest had ik hem bewonderd. Ik heb echt een voorliefde voor wolven. Grommend kijken we elkaar aan. Zijn doel is waarschijnlijk mij uitschakelen, mijn doel is hem bij het huis weghalen en als het mogelijk is ook nog uitschakelen. Onverwachts val ik aan en bijt hem in zijn zij. Hij maakt een jankend geluid en begint naar mij te happen maar behendig blijf ik buiten zijn bereik. Plots word ik met een ruk achteruit getrokken waardoor mijn tanden zijn zij verlaten maar wel een stuk huid meetrekken. De uitvoerder piept en begint zijn wond te likken. Woest probeer ik achterom te kijken naar wie me aan mijn staart achteruit trekt maar ik kan niets zien. Snel verander ik in een koolmeesje en vlieg weg. Als ik bij een boom ben ga ik op een random tak zitten en kijk naar het veld. De uitvoerder die ik te pakken heb gehad strompelt naar het bos terwijl een verkenner woest heen en weer kijkt opzoek naar andere verbannelingen. Idioten, alsof we hier met z'n negenen zouden zijn. Wat heeft die "koning" van jullie, jullie wel niet verteld? Dat we zo stom zijn dat we niet eens logisch kunnen nadenken? Plots klinkt er een gil vanuit het huis en ik vlieg door een open raam weer naar binnen waarna ik snel naar beneden ren om te kijken wat er aan de hand is als ik eventjes logisch nadenk, en vooral aan Michael denk, en stop. Waarom ben ik hier eigenlijk? Ik had nu net zo goed gewoon buiten kunnen zijn en samen met Maarten dronken kunnen worden. Hopen dat dit dan snel is afgelopen.
Hey, hey! Eventjes voor de duidelijkheid, Muharems naam is veranderd in Paisley dus niet vreemd opkijken ;) hebben jullie nog wat leuks, bijzonderd gedaan in de vakantie en met hemelvaart? Misschien gaan dauwtrappen? Familieweekend? Djeez, nu klinkt 't alsof ik alles van jullie wil weten... maar misschien is dat ook wel zo *mysterieuze grijns*. Ik weet bijvoorbeeld dat er mensjes zijn in China en Egypte die dit lezen. Daar wil ik jullie btw heel erg voor bedanken! Jullie allemaal uit welk land je ook komt ;) love you guys!
Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro