Chào các bạn! Vì nhiều lý do từ nay Truyen2U chính thức đổi tên là Truyen247.Pro. Mong các bạn tiếp tục ủng hộ truy cập tên miền mới này nhé! Mãi yêu... ♥

H.46

Sophie pov.

'Dát, mijn beste, is een hele goeie vraag.' zeg ik terwijl ik om me heen kijk. We zijn inderdaad in het bos maar hoe de fack komen we hier? 'Kun jij je ook niks meer herinneren met je superdeluxe gave om alles te zien als je slaapt.' Oh ja, die heb ik ook nog. Ik probeer me beelden voor de geest te halen maar het blijft één grote zwarte vlek. 'Nee, het lijkt net alsof dat deel uit mijn geheugen is gewist.' 'Of het is er nooit geweest?' oppert Maaike. 'Dat moet wel want anders waren we hier niet.' 'Of....' 'Of?' 'Of wat we denken gedroomd te hebben is echt gebeurd.' 'Maar ik kan toch geen klein kind vermoorden?!' 'Oh ja... over dat kleine kind... dat was je broertje.' Wow, wat? 'M... mijn broertje? Heb ik die dan?' 'Die had je, hij is overleden aan een auto-ongeluk toen jij elf, twaalf was.' Zegt Maaike zacht. Ik voel tranen opwellen en probeer ze verwoed weg te knipperen. 'Laat één ding duidelijk zijn, het is niet jouw'n fout.' 'Maar wat nou als Calum, Ashton, Karlee en dus mijn broertje gelijk hebben? Dat we ze echt hebben vermoord?' Maaike word bleek en begint wild haar hoofd te schudden. 'Nee! Dat kúnnen we niet gedaan hebben! Ze zijn onze mates!' 'Maar we weten niks meer, liggen op de plek waar we in de droom waren, zitten onder het bloed dus tja... wie zegt dat we het niet gedaan hebben?' Zeg ik. Een ijzig gevoel bekruipt me als ik bedenk dat ik wel eens gelijk zou kunnen hebben. Op hoop van zege dat het niet waar is. 'Soof, zeg alsjeblieft dat je niet denkt dat Calum en Ashton dood zijn.' Zegt Maaike wanhopig terwijl ze me met van die grote ogen aankijkt. 'I...ik weet op dit moment niet eens meer wat ik precies moet denken. Het zou kunnen maar eigenlijk denk ik het niet want het zijn inderdaad wel onze mates. Het zou nooit onze bedoeling zijn om hun expres pijn te doen. Tenzij we heel boos zijn maar voor zover ik weet heb ik geen ruzie met Calum en ben ik ook niet boos op 'm.' 'En ik ook niet op Ashton.' 'Dat heb ik gezien ja.' Zeg ik denkend aan hoe ik hun aantrof op het bed. Maaikes wangen worden rood en verlegen wendt ze haar blik af. Ik grinnik en sla haar speels op haar rug. 'Geen zorgen, jij zit nog niet in je heat. Geloof me, je wilt niet weten waar ik ongeveer de hele dag aan zit te denken.' Oeps, dát hoefde ze niet te weten. Maaikes kaken worden nog roder dan ze al waren als ze bedenkt waar ik waarschijnlijk de hele dag aan zit te denken. 'Oh.' Zegt ze alleen maar. Ik knik en onwillekeurig denk ik er weer aan. Ik voel het bloed naar mijn wangen stijgen en kijk ongemakkelijk weg. Maaike schiet in de lach. 'Eigenlijk... moeten we hier nú weg want als jij andere mannelijke wolven tegenkomt zijn de rapen gaar en verlies ik waarschijnlijk mijn hoofd als Calum erachter komt dat jij, ja euh....' Ik snap ineen keer wat ze bedoeld en mijn mond vormt een perfecte 'o'. 'Precies ja, dus let's go!' Plots valt er een druppel op mijn hoofd en snel kijk ik omhoog, bladeren en takken. Zoooooveeeeeel bladeren. Weer valt er een druppel op mijn hoofd alleen nu op mijn gezicht. Ik veeg het wat en kijk naar mijn vinger, waar nu bloed op zit. Geschrokken kijk ik weer omhoog, opzoek naar het iets dat het bloed verliest. Er is niks te zien en dan valt me een soort rare bobbelige bult op. 'Sophie? Waar kijk je naar?' 'Er is hier iets dat bloed verliest. Het is daarnet twee keer op mijn hoofd gevallen.' 'Wat?' 'Een druppel bloed.' Maaikes ogen worden groot en haar huid nog bleker dan het al was. 'B...bloed?' 'Maiks, het is vast geen lijk. Gewoon een dood beest dat is aangevallen door een roofdier.' Zeg ik om haar gerust te stellen. Waarschijnlijk zou alles haar nu kalmeren zolang het maar niet te maken het met lijken die in bomen waren verstopt. 'Ik klim naar boven en ga even een kijkje nemen.' Zeg ik terwijl ik naar de boom toeloop en kijk of er stevige takken zijn. Die zijn al snel gevonden en behendig klim ik omhoog. Sinds wanneer kan ik in bomen klimmen?! Ja, oké, dat is niet heel moeilijk maar behendig? Daar zou ik mezelf niet echt voor aanzien. Als ik op volgens mij de goede hoogte ben begin ik naar het uiteinde van de tak te kruipen waar die rare bult is. Als ik erbij ben kruipt een smerige lucht in mijn neus, de geur van de dood. Oh laat het alsjeblieft geen lijk zijn! Laat het alsjeblieft geen lijk zijn! Bid ik terwijl ik langzaam de bladeren wegveeg. Een bekende broek, bekend shirt. Laat het alsjeblieft niet waar zijn! Ik veeg de laatste bladeren weg en direct val ik schreeuwend en gillend naar beneden. Net op tijd vangt Maaike me op en kijkt me met een bleek gezicht bezorgd aan. 'W...wat heb je gezien?' Vraagt ze na een moment van stil zwijgen. Mijn zicht begint vertroebelt te raken door de tranen die komen opzetten. 'C....Calum...' En dan beginnen de tranen te stromen, onbeheersbaar en vol overvloed. Huilend gil ik Calums naam. Calum was dood en dat was ook nog eens waarschijnlijk mijn schuld. Rustig wiegt Maaike me heen en weer terwijl ik maar blijf huilen en gillen van verdriet. Na iets van een kwartier ben ik nog steeds niet klaar met huilen. Ik tril nog erger dan een rietje in de wind maar ik ben gestopt met gillen. De tranen blijven geruisloos over mijn wangen stromen. Maaike helpt me opstaan en ondersteunt me zodat ik niet omval. 'We gaan naar huis. We zitten op een plek die niet van iemand is waardoor ik geen idee heb waar we zijn maar we moeten de weg terug proberen te vinden.' Zegt Maaike terwijl ze aarzelend wat stappen zet terwijl ik op haar leun en me mee laat nemen. 'Denk je dat je kunt staan?' Vraagt Maaike als ze merkt dat ze dit niet de hele tijd vol kan houden. 'Ik.... ik... ik kan het proberen...' zeg ik terwijl ik mezelf commandeer om op te houden met trillen. Niet dat het werkt maar niet geschoten is altijd mis. Voorzichtig haalt Maaike mijn arm van haar schouders en bijna direct val ik op de grond. 'Dit gaat niet werken zo...' mompelt Maaike terwijl ze om zich heenkijkt alsof ze iets zoekt. Dan verschijnt er een miniscule glimlach op haar gezicht en loopt ze een stukje weg om vervolgens terug te komen met een stok die smal is maar duidelijk toch stevig. 'Hier. Kan je opsteunen.' Zegt Maaike terwijl ze me overeind helpt en me de stok aangeeft. Ik pak hem vast en merk dat ik er heel erg op leun maar dat ik wel kan lopen. Niet al te snel weliswaar maar ik kan lopen. Rustig lopen we verder, zwijgend. Als op een begrafenis, wat het eigenlijk ook een beetje is. We zijn net onder de tak waar.... Calum op ligt als hij krakend naar beneden valt. Geschrokken draaien we ons om en zien Calums lichaam. Zijn hart ligt eruit en dat verklaart wel waarom mijn handen onder het bloed zitten. De tranen gaan weer harder stromen en huilend val ik weer op de grond. Ik heb zijn hart eruit getrokken. Ik heb zijn hart eruit getrokken. Ik heb zijn hart eruit getro- 'ASHTON! OH MIJN GOD! ASHTON!' Gilt Maaike plots waardoor ik verschrikt opkijk. Haar stem is gevuld met afschuw. Ik draai me om en zie Maaike naar een ander lichaam kijken dat onder de bladeren vandaan steekt. Mijn zicht is zoals de hele tijd nog steeds wazig maar toch kruip ik naar Maaike en het dode lichaam dat dus waarschijnlijk van Ashton is toe. 'Nee, nee, nee, nee! Dit kan niet! Ashy, oh mijn god, Ashy! Nee, Ashy! Ashy, Ashy, Ashy, Ashy!' Jammert Maaike terwijl de eerste tranen over haar wangen beginnen te rollen. Met moeite krabbel ik overeind en sla mijn armen om haar heen. Direct alsof er een dam kapot gaat waar heel veel water tegenaan staat, stromen de tranen langs haar wangen naar beneden en maken mijn schouder nat. De tranen stromen ook weer over mijn wangen en huilend zakken we op de grond. Waarom? Wat is er in godsnaam gebeurd dat wij onze mate, onze godverdomme mates hebben vermoord?! Ik weet niet hoelang we daar zaten, huilend, elkaar knuffelend en heen en weer wiegend maar toen we allebei geen tranen meer hadden en we wankel opstonden was het al donker. 'Lekker dan.' Moppert Maaike. Ik merk direct dat Maaikes stemming ergens ver onder het nulpunt ligt en besluit me er maar niet zoveel van aan te trekken. We hebben echt geluk met onze ogen want wij kunnen veel beter zien in het donker dan mensen dus zien we precies waar we lopen. Af en toe rolt er nog een snik over onze lippen waarna we elkaar kort een knuffel geven en snel weer verder lopen. We zijn allebei niet in de stemming om te praten, nog om elkaar te troosten. Het enige wat we willen is ons verdriet verwerken en soms kun je dat beter alleen doen. Plpots krijg ik de drang om te huilen en voor ik het weet heb ik mijn kleding uit en verander ik in een wolf. Maaike kijkt me bijna emotieloos aan. In haar ogen staat een lichte verwarring en verbazing te lezen die je alleen ziet als je óf heel goed kijkt óf weerwolvenogen hebt. 'Wat ga je doen?' Fluistert Maaike zo zacht dat ik moeite heb het te verstaan en dat zegt heel wat. Ik maak een kort, jankend geluidje en ga zitten. Ik gooi mijn kop in de lucht en huil. Mijn lied klinkt droevig, gebroken en vol pijn. Iedereen die het hoort weet nu dat ik pijn heb, intens verdriet omdat ik mijn mate ben kwijt geraakt. Maar niemand kent het achterliggende verhaal, over dat ik mijn eigen mate heb vermoord, zijn hart eruit heb gerukt alsof het niks was en het nu weer vergeten ben. Plots valt er een tweede gehuil me bij, net zo vol verdriet en pijn als mijn lied. Het is Maaike. Samen huilen we en we stoppen pas als de zon opkomt. Als ik weer kleding aan heb valt het me pas op hoe erg het me heeft opgelucht, alsof er een zware last van mijn schouders is gevallen. Het allesverterende verdriet blijft maar de pijn is minder en ik weet dat dat bij Maaike precies hetzelfde is. Zwijgend gaan we op weg, op weg naar huis. Misschien komen we wel in de buurt van het huisje waaar ik eerst met Michael, Max en... Ashton woonde. Ik mis die velden en de bloemen eigenlijk wel, ookal herinner ik me er heel weinig van. Na vijf uur lopen we nog steeds door en mijn voeten beginnen te kloppen van de vermoeidheid. Waarom lopen we eigenlijk niet gewoon in wolfvorm? Dan zouden we het uren vol kunnen houden. 'Kunnen we niet-' 'Beter in wolfvorm? Nee. Als we nu per ongeluk een grens oversteken zien ze dat we in deze staat niet veel kunnen. Jouw'n... wolf is nogal imposant en dus zouden ze ons direct aanvallen.' Onderbreekt Maaike me. Ik knik als teken dat ik het begrijp en begin puur uit verveling mijn voetstappen te tellen. Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien, elf, twaalf, dertien...

Drieduizendeeëntwintig, drieduizendtweeëntwintig, drieduizendvierentwintig, drieduizendvijfentwintig- 'Shit!' Sist Maaike terwijl ze abrupt stilstaat waardoor ik tegen haar aanknal. 'Wat is er?' Vraag ik zachtjes met scherpe ondertoon. Als er niks is ga ik zo boos worden hè. Ik ben nu al weer de tel kwijt emaar ik weet dat het ergens in de druiduizend is maar ik wil niet opnieuw beginnen om niks. 'Wachters.' Sist Maaike terwijl ze me aankijkt. Haar ogen staan dof en als je goed kijkt zie je dat haar ogen nog iets opgezwollen zijn van het huilen. 'Ik ruik wat.' Hoor ik een lage mannenstem zeggen. Fijn, hebben we de wind van achteren. 'Ik ook en het zijn weerwolven en ze zijn niet van ons.' Klinkt er een jongere mannenstem die niet zo heel laag is. 'Laten we dan gaan doen wat we ons hebben opgedragen.' Zegt de zwaardere stem weer. Ik zie me nu al voor me hoe de andere gretig knikt en er een ondeugende twinkeling in zijn ogen instaat. Net zoals bij Calum... Calum... er vormt zich een brok in mijn keel als ik aan hem denk. Zijn prachtige, bruine ogen, zijn zijdezachte haren, zijn lach, zijn ogen, de speelse twinkelijk als hij besloot om me te gaan pesten, zijn stem, zijn knuffels. Een snik rolt over mijn lippen en ik voel verschillende tranen over mijn wangen rollen. Maaike werpt me een meelevende blik toe maar je ziet er duidelijk de boodschap in: 'wees stil!' Ik vorm met mijn mond het woord sorry en probeer niet aan Calum te denken wat me uiteraard meer aan hem doet denken. Kunnen mijn hersens niet voor één keer meewerken? Dat zou zeer op prijs worden gesteld. 'Ik hoorde ook wat.' Sist de jongere mannenstem. 'Zouden het die wolven van vannacht zijn?' In zijn stem hoor je de nieuwsgierigheid. 'Dat zou kunnen, grote kans eigenlijk van wel maar het kan ook niet zo zijn dus wees niet teleurgesteld als ze het niet zijn.' Klinkt de zwaardere mannenstem weer. 'Nee, nee. Kom, laten we ze halen.' Zegt de jongere stem vrolijk. 'Fuck! Snel! Terug! Terug!' Sist Maaike terwijl ze zich omdraait en begint te sprinten. Direct volg ik haar en ik voel hoe mijn beenspieren en voeten protesteren. Ik probeer er niet op te letten en sprint achter Maaike aan. In dit geval was zij de expert. 'Blijf staan!' Bulderd de zware mannenstem achter ons. Er ligt een dominante klank in waar andere graag naar zouden willen luisteren maar ik niet, blijkbaar. Ik haal Maaike in die wat slomer ging waarschijnlijk door die vervloekte klank in de stem en trek haar mee. 'Kom op Maaike, bied weerstand.' Mompel ik terwijl ik Maaike harder meetrek als ik merk dat Maaike nu lichtjes tegen begint te stribbelen. Ze begint heviger te tegenstribbelen, fijn... 'EN NU LUISTEREN JIJ! JIJ GAAT NU MEERENNEN, BEGREPEN?!' Schreeuw/commandeer ik boos. Direct begint Maaike weer te sprinten, gelukkig. Ik hoor de man vloeken en kort daarop het geluid van scheurende kleding, fuck... 'Snel! Een boom in! We mogen koste wat het kost niet veranderen!' Zegt Maaike terwijl ze naar een boom sprint en er vliegensvlug inklimt. Vlug volg ik haar voorbeeld en schiet een boom in. Niet veel later staat er een nogal booskijkende wolf onder mijn boom. Net zo boos kijk ik terug, te minste dat probeer ik. Waarschijnlijk zie je een vleugje boosheid en vooral verdriet en pijn. 'GA WEG VIEZE FLIKKER!' Gilt Maaike plots en mijn hoofd schiet omhog naar haar boom. Maaike klemt zich stevig aan de stam van de boom vast terwijl de wolf haar broekspijp vast heeft en naar beneden probeert te trekken terwijl Maaike verwoed in zijn gezicht probeert te schoppen. Het ziet er opzich heel komisch uit en ik kan er niks aandoen dat er een grinnik mijn mond verlaat. Direct kijkt Maaike naar mij en onwillekeurig begint ze te grijnzen. Ik kijk haar met een raar gezicht aan en kort daarna gieren we het uit van het lachen alsof die wolven er helemaal niet zijn. Haar handen verlaten de stam en direct word ze van de tak afgetrokken. Met een harde smak land ze op de grond en kreunend probeert ze rechtop te gaan zitten maar de wolf houdt haar tegen door op haar te gaan zitten. De wolf kijkt trots naar de andere wolf die hem hoofdschuddend aankijkt en hem waarschijnlijk uitfoetert door de gezichtsuitdrukking die de andere wolf die op Maaike zit krijgt. Maaike gebaart naar mij op een heel rare manier dat de wolf die op haar zit zwaar is en ik barst in lachen uit. Door het lachen verlies ik mijn evenwicht en val ik (natuurlijk) uit de boom. Met een doffe bons land ik op de grond en bijna direct word ik aan mijn broekspijp naar de plek gesleurd waar Maaike ook ligt. De wolf gaat mijn één poot op mijn borst staan en drukt een beetje waardoor ik niet onder hem vandaan kom. Boos blijf ik spartelen om die poot van mijn borst af te krijgen maar niks werkt. De wolf kijkt me geamuseerd aan maar zijn ogen zijn donker, van de lust. 'Sophie, ik weet dat je sterrenbeeld vis is maar dat moet je niet zo letterlijk nemen.' Zegt Maaike plagend. Ik stop met spartelen en kijk haar vragend aan. 'Wat?' 'Je sterrenbeeld is vis en zoals jij bezig bent lijk je op een vis op het droge.' Ik voel mijn het bloed naar mijn wangen stromen en kijk weg terwijl ik zacht 'o' mompel. Maaike lacht en ik hoor de andere wolven ook lachen en dat klinkt echt heel raar. Een soort grom-blafachtig iets. De wolven stappen van ons af terwijl ze naar de bosjes lopenn en ons telkens waarschuwend aankijken. Zodra ze de bosjes in zijn springen Maaike en ik op en sprinten weg. 'Mag ik nu wel in een wolf veranderen?' Vraag ik tussen het rennen door. 'JA!' Roept Maaike en direct verander ik, sorry kleding! 'Ah fuck! Snel! Er achteraan!' Klinkt het ergens achter ons. Maaike en ik rennen verder tot ik een zeer bekende geur ruik, schiet ik die richting op. 'Wat ben je aan het doen?!' Sist Maaikes stem in mijn hoofd. 'Een bekende geur volgen.' 'Doe nou niehiet! Straks kom je wéér op het terrein van The Conversation Guys en geloof me, dan zijn die fixers wel bezig met iets anders dan jou op de kast jagen door te zeggen dat je knap bent en shit.' Sist Maaikes stem boos. 'Geloof mij nou maar, het is niét naar het terrein van The Conversation Guys. Wat een belachelijke naam trouwens.' Maaike zucht in mijn hoofd maar volgt me toch. De wolven proberen ons in te halen maar omdat wij op onze volle snelheid rennen lukt dat niet bepaald. En dan zie ik dé grot. De grot waar Michael me om te plagen bijna het laten vallen en waar ik echt woedend op werd. Vliegensvlug volg ik de geur naar het huisje. Het is niet vers en het is echt bijna weg maar ik ruik het en daar draait het om. De wolven volgen ons inmiddels niet meer omdat ze hun territorium niet af mogen. In de verte zie ik het huisje en een vrolijk gevoel bekruipt me. 'Daar! Daar moeten we zijn! Hier zullen we rust hebben!' Roep ik enthousiast naar Maaike. 'Ik ken deze plek....' mompelt Maaike. 'Klopt, hier hebben jullie me "gered" van de "slechte" vampiers.' 'Oh ja... van Ashy...' mompelt Maaike verdrietig. Direct is mijn vrolijke gevoel weg en ben ik weer sad, een rouwende. Rouwend om het verlies van haar mate, haar tweede helft...

Hello everyone who's reading this. Jullie hebben nu waarschijnlijk allemaal een hekel aan de fribtins, sommige daarvan flippen zodra ik het woord 'fribtins' zeg, hè kapipathetic ;) maar denk niet te slecht over ze. Zoooo slecht zijn ze nou ook weer niet en als jullie me niet geloven, wacht maar af. Als dit verhaal te minste dezelfde plannen heeft als ik :-/ Maar ik lees nu echt een erg leuk boek genaamd: My life so normal. Or not? Ik raad het aan om het te gaan lezen. Laatste punt: HEEL ERG BEDANKT VOOR HET VOTEN EN DE COMMENTS! OMG, DIT VERHAAL HEEFT 2,89k AAN STEMMEN EN 231 REACTIES! Zoveeeeeel! Had ik eigenlijk nooit verwacht. Dus HEEL ERG BEDANKT IEDEREEN! LOVE YOU GUYS!
P.s. stom dat de vakantie alweer is afgelopen hè? Gelukkig zijn we donderdag weer vrij!

Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro