h.27
Woedend gooi ik mezelf tegen de klep van de achterbak aan maar stop er al snel mee omdat ik er hoofdpijn en pijn in mijn schouder van krijg. 'Zo, zo! Geef je het nu al op?' klinkt Damians stem pestend. Echt, ik haat zijn stem! Ik snap niet dat ik hem vroeger mocht, maar misschien mocht ik hem vroeger ook niet... nou ja, daar zullen we nooit achterkomen vanwege mijn vervloekte geheugen dat ozo fantastisch werkt. Onheilspellend grom ik terwijl ik mezelf nog een keer tegen de klep aan. Damian grinnikt alleen maar en mompelt: 'Dat dacht ik al ja.' Weer grom ik maar laat me vallen op de grond. 'Weet je, eigenlijk wil ik je nu gewoon vrijlaten en niet op je jagen zoals we eerst hadden afgesproken.' zegt Damian plots. Ik reageer niet maar ik spits mijn oren. 'Doe nou maar niet alsof het je niks kan schelen. Ik weet dat je luistert.' zegt Damian met een lach in zijn stem. Ik blaf kort als antwoord en wacht tot hij verdergaat. 'Uit onze familie zijn mensen uitgekozen die weerwolfjagers zijn of kunnen worden. Mijn broers en ik hoorden daar ook bij. Jij ook maar aangezien jij ook nog een vampierjager zou kunnen worden was het afwachten tot je achttien was. We hebben je het verteld maar je geloofde ons niet omdat ze volgens jou gewoonweg niet bestonden.' Waarom zouden jullie moeten wachten tot ik achttien zou worden? 'Je was zo koppig.' Damian grinnikt kort. 'Het is een wonder dat je nog weet dat we werken via een code.' zegt Damian, zijn stem klinkt oprecht verbaasd. ik verander terug en sla direct mijn armen beschermd om me heen. 'Maar waarom moet ik dan achttien zijn?' vraag ik voor ik weer terugverander. Echt, ik voel me zo kwetsbaar wanneer ik naakt in mensenvorm ben. 'Oh, omdat je dan een kwartaal lang alleen maar lessen zou krijgen om op beide soorten te jagen en waarin je het beste zou zijn. daarop zou je gaan jagen en een verdere gespecialiseerde training hebben.' Oké, en wat nou als ik op beide gebieden evengoed zou zijn? 'Er zou natuurlijk ook nog een kans zijn dat je op beide zou kunnen jagen maar die kans is klein.' zegt Damian alsof hij mijn gedachte kan raden. 'Benjamin was ook absurd vroeg klaar met zijn training. Hij begon al met op weerwolven jagen toen hij veertien was.' Dit boeit me dus helemaal niks, ik wil weten waarom je me vrij wilt laten! 'Maar de reden waarom ik je vrij wil laten is omdat ik eigenlijk vind dat familie boven m'n plicht gaat.' Waarom jaag je dan ook op mij sukkel?! 'Maar degene die helemaal aan de top staan zeggen dat we je moeten vangen omdat je 1. gevaarlijk bent. 2. bijzonder. 3. ze vinden dat we je moeten onderzoeken.' Ah, dammit. Wacht... dit begint eng te worden... hij raad telkens wat ik wil vragen. Plots vult een schel geluid de auto. Piepend krimp ik in elkaar. 'Met Damian.' 'Ja, ik heb haar.' 'Vrijlaten? Waarom?' 'Ah, een vrijwilliger? Wie?' 'Seff...' SEFF! Waar is die eikel meebezig?! Hij is bezig op een zelfmoordmissie! Ze gaan hem opensnijden! Hij is misschien dan wel een eikel enzo maar hij heeft wel voor een supercoole triskele op mijn vacht en kuit gezorgd. Ik schaam me er niet voor, nee integendeel, ik ben er trots op. Het is het bewijs dat ik zogezegd opgestaan ben uit de dood en vrolijk verder ben gaan leven en niet ingestort ben. Plots klinkt er een hoge piep door de achterbak en ik jank kort. Dan zie ik dat de klep van de achterbak een stukje openstaat. Gelijk spring ik eruit, het laatste wat ik hoor is: 'Ja, ze is vrij...' Ik ren hard weg, richting het bos dat ik ergens in de verte ruik. Ik ren zo snel mogelijk maar na drie uur ben ik toch wel erg moe. Uitgeput plof ik neer en leg mijn kop tussen mijn poten. Ik ben zooooo moeeeee! 'Misschien is het ee-' nog voor Ellen is uitgesproken ben ik al in slaap gevallen.
'Je weet dat ik van je hou hè?' zegt Calum tegen mij terwijl hij liefkozend een plukje haar achter mijn oor strijkt. Ik knik en fluister: 'Ik hou ook van jou.' 'Dat weet ik diamantje, dat weet ik...' zegt Calum voor hij zijn lippen op de mijne drukt. In me ontploft zoals altijd vuurwerk en genietend sluit ik mijn ogen. Plots word ik met een ruk achteruit getrokken en achter iemands rug gestopt. 'CALUM!!' roep ik terwijl ik langs de man/jongen probeer te komen. 'Laat haar gaan.' zegt Calum laag en onheilspellend. 'Nooit. Die "liefde" tussen jou en Sophie kan niet bestaan. Zij is een wéérwolfjager! En jij bent een wéérwolf.' De man/jongen spreekt jij en weerwolf op een walgende toon uit, alsof het besmettelijk is. 'Sophie is anders ook een weerwolf hoor.' zegt Calum terwijl hij.dreigend een stap naar voren zet. 'Ze jaagt goddammit op weerwolven! Ze kan geen weerwolf.zijn!' 'Oh nee? Sophie zou hier nu niet staan als ik haar niet gebeten zou hebben. Ze is mijn mate idioot! We zijn voor bestemd voor elkaar!' 'Niet zolang ik er nog iets over te zeggen heb.' Wat? Ik ken jou niet eens! Hoezo zou jij ook maar iets met mijn relatie's te maken mogen hebben?! 'Wie ben jij eigenlijk?! Waarom "bescherm" jij me? Hoezo heb jij iets te zeggen over mijn relatie's? IK KEN JOU NIET EENS!' '1. Ik ben je.beste vriend. 2. Ik bescherm je omdat ik je dat beloofd heb. 3. Ik heb wat te zeggen over jouw'n relatie's omdat ik je moet beschermen. Ik ken dit soort jongens, ze hangen een kletspraatje op over mates en vervolgens blijkt het een "vergissing" te zijn. En 4. Je herinnert me niet vanwege dat accident met je geheugen.' 'Wat? Maar Maaike is toch mijn beste vriendin?' 'Ja, maar ik was je beste vriend, Sjoerd.' 'Oh... Oké...' Het is nu al 3 jaar na mijn hersenongeluk maar ik herinner me nog steeds niet alles. En dat is soms behoorlijk vervelend. Calum was bijvoorbeeld degene die me mocht uitleggen wat een mobieltje is en hoe het werkte. Michael heeft me uitgelegd hoe je de lekkerste pizza's maakt en hoe de oven werkt. Maaike legde me de functie van oortjes uit en hoe ik ze kon gebruiken. Ashton heeft me alles uitgelegd over mijn kledingstijl, waaronder bandana's. Heel veel praat over bandana's maar ik heb het makkelijk kunnen volhouden aangezien ikzelf ook gek ben op bandana's. En zo ging 't verder. Ik weet nu hoe alles werkt maar de echt fijne herinneringen aan vroeger, daar konden ze me niet aanhelpen, helaas... 'JULLIE ZIJN WAT?!' schreeuwt Sjoerd plots. Verschrikt struikel ik een paar passen achteruit. Ik was blijkbaar zo diep in gedachten dat ik niet heb gemerkt dat de jongens ondertussen verder gingen met hun conversatie. 'Je hebt me wel gehoord.' zegt Calum kalm. 'Ma.. MAAR ZE IS PAS 19 OF 20! ZO JONG!' roept Sjoerd uit. 'En dan? Ik ben ook ongeveer zo oud.' Sjoerd draait zich naar me toe en in zijn ogen lees ik paniek. 'Sophie,.zeg me dat het niet waar is.' zegt hij wanhopig. 'Wat niet waar is?' zeg ik terwijl ik me het gesprek.probeer te herinneren. Er begint iets van hoop in Sjoerds ogen te gloeien. 'Dat jullie verloofd zijn.' zegt Sjoerd. Je kan merken dat hij op 't antwoord nee wacht. Ik bekijk mijn vingers en zie een ring om mijn rechterringvinger zitten. Ik haal de ring van mijn vinger af en bekijk hem. Er staat wat in gegrafeert: S & C. Verloofd op 14 februari 2018. 'Ja, we zijn verloofd.' zeg ik terwijl ik dromerig naar de ring staar. Hij is van zilver met in 't midden een uitstekende blauwe edelsteen. Er verschijnt een trieste uitdrukking op Sjoerds gezicht. 'Sophie, je bent een weerwolfjaagster, hij is een weerwolf. Dat gaat nooit werken aangezien 't jouw'n instict is om hem te doden!' Ik schud mijn hoofd. 'Ik ben geen weerwolfjaagster. Dat ben ik nooit geweest. Ik zou 't worden maar ik werd daarvoor door Calum gebeten en een weerwolf. Ik jaag niet.' zeg ik terwijl ik goed naar Sjoerd kijk. 'Maar waarom zegt iedereen dan dat je de meest beruchte weerwolvenjaagster bent van deze streek?' 'Ik verjaag wolven uit ons territorium. Soms moet dat met geweld en soms gaan ze vrijwillig weg.' 'Oké....' zegt Sjoerd alsof hij het niet helemaal vertrouwd. Plots veranderd Sjoerds gezichtsuitdrukking. Zijn ogen worden helemaal wit met hier en daar rode dingetjes. Hij opent zijn mond en drie rijen lange, scherpe tanden komen te voorschijnen. 'Ik heb honger...' zegt hij op een onheilspellende toon. Hij pakt mijn pols en net voor zijn tanden in mijn huid zinken word ik weggetrokken en achter iemands rug weggestopt. 'GEEF HAAR AAN MIJ! IK HEB HONGER!' schreeuwt Sjoerd woest. Zijn stem bezorgd me kippenvel. 'Sophie, ik heb maar 1 ding te zeggen nu.' zegt Calum terwijl hij Sjoerd in de gaten houdt. 'En dat is?' zeg ik terwijl ik langs Calum probeer te kijken. 'RENNEN!' brult Calum terwijl hij zich omdraait en mij met zich meetrekt. Als vanzelf beginnen mijn benen te rennen en al snel haal ik Calum een klein stukje in. 'BLIJF STAAN! IK HEB HONGER!' brult Sjoerd ergens achter ons. 'Wat is dat?' vraag ik hijgend. 'Dat... Noem je nou een wendigo..' zegt Calum terwijl hij over zijn schouder kijkt. 'En we moeten sneller. Hij zit vlak achter ons.' 'Oké, kunnen we niet gewoonbeter veranderen?' 'Dat kan.' Het volgende moment rent er een zwarte wolf naast me. Gelijk verander ik ook en sprint met Calum weg. Na iets van een halfuur begin ik moe te worden. 'Moeten we stoppen?' hoor ik Calum in mijn hoofd vragen. 'Als hij niet meer achter ons zit. Ja. Anders, nee.' 'Hij is weg.' Gelijk laat ik me op de grond vallen. 'Moe?' zegt Calum terwijl hij me een lik over mijn snuit geeft. 'Ooh, CALUM! Wat hebben we je daarover gezegd?!' roep ik geirriteerd uit. 'Ik zou het niet weten.' zegt Calum schijnheilig. Ik rol met mijn ogen en sluit mijn ogen. Het laatste wat ik voel is dat Calum dichttegen me aankomt liggen.
Verward knipper ik met mijn ogen. Ik ben niet meer op de plek waar ik eerst lag. Ik ben in een gróót, wit, blauw huis. Plots verschijnt er een gezicht in mijn gezichtsveld; Ashton. 'JE BENT WAKKER!' roept hij enthousiast. 'Ugh... Dat betekend niet dat je zoveel lawaai moet maken.' zeg ik chagrijnig. 'Wooooow! Iemand is hier chagrijniiiiig!' hoor ik Michael van ergens zeggen. 'Ach, hou je kop toch Michael!' zeg ik terwijl ik opsta en chagrijnig in een random richting loop. 'Waarom ben je zo chagrijnig zussie?' hoor ik Michael vragen. 'Waarschijnlijk is het weer de periode van de maahaand!' hoor ik Ashton zachtjes zeggen maar ik weet dat hij grijnst. 'IK BEN NIET ONGESTELD!' roep ik woest terug. 'Oeps...' Plots voel ik een hand op mijn rug. 'Hey, wat is er?' vraagt Michael terwijl hij geruststellend rondjes wrijft over mijn rug. Plots overvalt een wanhopig gevoel me. Ik draai me om en stort me in Michaels armen. 'Ik weet het niet!' zeg ik wanhopig. 'Ik ben helemaal in de war! De ene keer irriteert alles me en de volgende keer zou ik het liefst in mn bed kruipen, chocola eten en huilen! IK WEET HET NIET MEER!' 'Hey, rustig maar zussie. Kom, dan gaan we een lekkere huilfilm kijken met veel ijs en chocola.' 'Maar ik wíl geen film kijken! Ik wil gewoon in bed liggen en huilen!' 'Dan doen we dat.' zegt Michael beslist. 'Ga jij ook meedoen met mijn depressieve gedrag?' zeg ik verbaasd. 'Ja, waarom niet? Je bent mijn zusje en als jij dit nodig hebt dan doen we dat. Gewoon als broer en zus.' Ik glimlach dankbaar naar Michael en realiseer me dan dat ik Calum nog niet gezien heb. 'Waar is Calum?' 'Die... Die... We weten het niet. Sinds jij weg was, is Calum weg.' Gelijk is al mijn wanhoop en depressie verdwenen. De bezorgheid overvalt me. 'Oh my god! We moeten hem vinden!' 'Woooow, sinds wanneer heb jij zoveel last van stemmingswisselingen?' hoor ik Ashton zeggen. 'Ik heb géén idee maar we moeten Calum vinden.' Dan komt Maaike binnen, met daarachter Calum. 'CALUM!' roep ik terwijl ik naar hun toe ren en me in Calums armen stort. 'Diamantje... je bent terug... oh mijn god... laat me alsjeblieft nooit meer alleen...' fluistert Calum in mijn nek. 'Ik zal je nooit meer verlaten... behalve om met Maaike een meidenmiddag te houden of om met haar te gaan logeren.' zeg ik licht grijnzend. 'Dat is prima maar dan ben ik boven. Echt, ik laat je nooit meer gaan...' zegt Calum terwijl hij me nog steeds dichttegen zich aan blijft drukken. 'Ik wil ook nooit meer weg Calum...' fluister ik tegen zijn borstkas aan. 'Kijk, zie je dat bedoel ik nou met snelle stemmingswisselingen.' hoor ik Ashton zeggen en ik moet onwillekeurig grijnzen als ik wéér het geluid van huid op huid hoor en het gejammer van Ashton als Maaike aan zijn haar trekt. 'Wat zei ik nou over het verpesten van momentjes?' sist Maaike kwijt. 'D...dat we die n...niet mochten versto...oren' zegt Ashton. 'Dat klopt en zeg nu sorry.' 'WHAT THE FACK?! Waarom moet ik sorry zeggen?!' roept Ashton verontwaardigd. 'Zeg sorry.' zegt Maaike terwijl ze volgens mij harder aan zijn haar gaat trekken. 'Oké, oké! Sorry!' 'Goedzo.' zegt Maaike tevreden. Ik grinnik en draai me om met Calums armen nog steeds om me heen. Tevreden laat ik me tegen zijn borstkas aanvallen en kijk naar het tafereel voor me. Maaike kijkt Ashton streng maar grijnzend aan terwijl Ashton met een pijnlijk gezicht over zijn haar wrijft. Michael kijkt dit net zoals Calum en mij en grijnzend aan. Calum drukt een kus op mijn haar en onbewust moet ik blozen. 'Waar is Max eigenlijk?' vraag ik als ik merk dat bijna onze hele familie bij elkaar is behalve Max. Direct begint Calum zacht te grommen van jaloersheid. Ik rol met mijn ogen en zeg zacht: 'Calum, wees niet zo jaloers... het is mijn broer maar! En bovendien, wat zou ik met Max moeten als ik zo'n spetter als jou achter me heb staan?' zeg ik terwijl ik een kusje op de onderkant van zijn kin druk. Calum laat een tevreden grom horen maar ergens bespeur ik nog steeds die jaloersheid. Waarom is hij zo jaloers? 'Ik ben hier. Sorry, moest even drinken.' zegt Max verontschuldigend terwijl hij de kamer inkomt gewandeld. Ik knik dat ik het begrijp en plots lig ik in bride-style in Calums armen en loopt hij met mij de kamer uit. 'What the-?' hoor ik Michael, Max en Ashton zeggen. 'Calum... wat is er?' Ik probeer oogcontact te maken met Calum maar dat lukt niet helemaal, zeg maar gerust niet. Hij loopt een kamer in en doet de deur met zijn voet dicht. Hij laat mij op het bed vallen en gaat boven me hangen. Zijn ogen zijn smeulend goud. 'Je bent van mij begrepen?!' sist hij laag. Ik rol met mijn ogen en zeg: 'Calum, doe niet zo hebberig! Ik vroeg alleen maar waar mijn broer was! Niet meer, niet minder! Het is niet dat ik verliefd op hem ben ofzo!' Calums ogen worden donkerder en het smeulende goud is weg. 'Oh? Dus je bent verliefd op je "broer"?' 'WHAT THE FACK CALUM?! IK ZEI TOCH NET DAT DAT NIET ZO WAS?! HIJ IS MIJN FACKING FRIKKING BROER!!!!!' roep ik verontwaardigd uit terwijl ik me onder Calum uitprobeer te wurmen. Calum laat zich helemaal op me vallen zodat ik niet weg kan maar nog wel normaal kan ademhalen. Woest kijk ik hem aan. Het smeulende goud is weer terug in zijn ogen en hij begint me wild te zoenen. Gelijk ga ik erin mee en ga met mijn handen door zijn haar. Hij stopt met mij zoenen en begint me kusjes in mijn nek te geven. Op een bepaald plekje gaan al mijn haartjes overeind staan en moet ik mijn best doen om niet te kreunen. Ik voel Calum grijnzen tegen mijn huid aan. Hij begint te zuigen en ik moet nu echt mijn best doen om niet te gaan kreunen. Plots stopt Calum en kijkt hij me kwaad aan. 'Waarom ruik jij naar jongensdeo?!' sist hij, zijn ogen zijn bijna helemaal zwart. 'Maaike heeft een verzameling jongensshirts in haar kamer en aangezien ze zo lekker zitten hadden we die aangetrokken.' Calums blik word zachter en hij bedekt mijn gezicht met lieve kusjes. Genietend sluit ik mijn ogen. 'Je weet dat ik van je hou he?' zeg ik zacht terwijl ik merk dat ik moe ben. Wat best wel vreemd is omdat ik laatst ookal geslapen heb. 'Dat weet ik en je weet dat ik ook heel veel van jou hou he?' Ik knik en probeer me op mijn zij te draaien wat niet lukt omdat Calum nog steeds op me ligt. 'Calum... ga van me af... ik wil slapen..' 'Nu alweer? Je bent net wakker!' 'Ik weet het maar ik ben moe...' 'Dan gaan we slapen.' Calum gaat van me af en direct draai ik me op mijn zij en krul me om tot een bolletje. Calum trekt me tegen zich aan en drukt nog wat kusjes in mijn nek maar laat het daarbij. Ik voel hoe ik langzaam wegdoezel en glimlach kort voor ik weer in slaapval.
Calum pov.
Slapen ligt Sophie in mijn armen. Ik weet niet waarom maar ik ben de laatste tijd nogal snel jaloers en gevuld met lust. Waarschijnlijk komt ze in de buurt van haar heat. Eigenlijk wil ik haar de pijn van de heat besparen maar dat kan niet tenzij we nu direct de liefde zouden bedrijven. Ik weet wel dat Sophie daar nog niet klaar voor is. Misschien kan ik haar binnenkort wel markeren. Dat zou voor mij een hele opluchting zijn aangezien ik haar dan terug kan vinden, waar ze ook is. Vertederd kijk ik naar Sophie's slapende gezicht. Nu ziet ze er zo onschuldig en lief uit maar ik weet dat ze als ze boos, kwaad of geprikkeld is dat ze dan niet zo onschuldig is. Het is eigenlijk allemaal hetzelfde maar dat maakt me nu niks uit. Ik druk een kus op Sophie's wang en klim dan uit bed. Ze laat een ontevreden geluidje horen en onwillekeurig moet ik grinniken. Ze komt zeker in de buurt van de heat. Ik werp nog een laatste blik op Sophie en loop dan naar beneden. 'Hey, je moet niet zo jaloers doen.' is het eerste wat Michael zegt als ik beneden ben. 'Ik weet het maar ik kan er niks aandoen. Het gebeurd gewoon.' zucht ik verslagen. 'Komt ze in de buurt van d'r heat dan?' zegt Michael nieuwsgierig. Ik knik en laat me op de bank vallen. 'Ik word gek van mezelf en van de geur die Sophie afstoot. Hij word met de dag sterker en ik wil aan 1 kant niet weten hoe ze ruikt als ze in d'r heat is maar aan de andere kant wel.' 'Hey, het komt allemaal goed. Je zult zien dat je jezelf prima in bedwang kan houden.' 'Ik hoop het...' 'Het lukt je wel...' zegt Michael bemoedigend. Ik werp hem een dankbare blik en richt me dan weer op mijn eigen gedachtes die natuurlijk over Sophie gaan. Mijn diamantje...
Hey, hey! Hier is weer een nieuw hoofdstukje! Ik wil iedereen graag bedanken voor de felicitaties en ook voor alle stemmen, comments en voor het lezen zelf al! HEEL ERG BEDANKT! LOVE YOU ALL GUYS!
Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro