H.20
Sophie pov.
'SOPHIE!' Schreeuwt er een stem door de kamer. Ik weet niet waarvan maar ik ken hem ergens van... Twee armen slaan zich om mijn lichaam, 1 om mijn nek en de ander om mijn rug. 'Je leeft! Je leeft! Je leeft!' Prevelt de jongen die me vastheeft. 'Ja, ik leef maar wie ben jij?' 'O sorry, ik ben Tobias. Die blauwe tulp is van mij.' Hij wijst naar de tulp die naast me ligt. 'O ja! Jij bent Tobias...' Tobias kijkt me verrast aan. 'Je kent me al?' 'Ja... niet heel goed maar mijn ziel had je gezien en ergens opgeslagen. Ik weet bijna niks meer maar als ik iets zie of hoor wat gebeurt is tijdens mijn "dood zijn" herinner ik me dat weer. This heel weird...' Tobias grinnikt en zegt: 'Dat merk ik. Heb je honger of zoiets? Ik kan wel wat halen.' Dankbaar schud ik mijn hoofd. 'Nee, maar ik zou het fijn vinden als je...........Seff.... zou halen... Hij krijgt nog wat van me...' Ik voel Calums grip verstrakken en fluister zacht: 'Relax... Het is geen kus of zoiets! Gewoon... iets anders...' Onwillekeurig moet ik duivels grijnzen. 'Jij bent raar, weet je dat?' Zegt Tobias hoofdschuddend. Ik lach en kijk hem vrolijk aan. 'Dat krijg ik vaker te horen.' Calum schiet in de lach en knikt uitbundig. Ik kijk alsof ik gekwetst ben en trek me uit zijn omhelzing. 'Dus jij vind mij raar? Dat breekt mijn hart Calum! Hoe kun je nou zoiets zeggen?! En dan nog wel tegen je mate.' Calums blik verschiet van vrolijk naar verontschuldigend. 'Sorry diamantje! Ik bedoelde het niet zo! Alsjeblieft vergeef me!' Ik trek een bedenkelijk gezicht en doe alsof ik moet nadenken terwijl ik vanuit mijn ooghoeken naar Tobias gluur die overduidelijk zijn lach aan het inhouden is. 'Ik weet het niet Calum... Je hebt me echt heel erg gekwetst...' Calums blik is supercute en superzielig, ik smelt en wil hem een knuffel geven maar ik hou me in, ik weet niet hoe maar ik hou me in. 'Wat kan ik doen om het goed te maken diamantje?' Zegt hij smekend. Er verschijnt een klein glimlachje op mijn gezicht. 'Jij gaat met mij een Teen Wolf marathon houden.' 'Een wát?' Ik kijk hem ongelovig aan, dit méén je toch niet?! 'Een Teen Wolf marathon! De serie over weerwolven?! Waar Tyler inspeelt?!' 'Wow, wacht... welke Tyler?' 'Hoe bedoel je, welke Tyler?' 'Ik ken twee Tylers, Tyler Posey en Ty-' 'OH MY GOD! JIJ KENT TYLER POSEY ÉN HOECHLIN ALS IN VRIENDEN?! OHMYGODOHMYGODOHMYGODOHMYGOD!' Ik voel de opwinding door m'n bloed stromen en begin op en neer te springen. Vanuit het niets barst Tobias in lachen uit. Calum kijkt van mij, naar hem, naar mij, naar hem en wer naar mij. 'Whatte? Heb ik iets gemist?' 'EN OF JIJ IETS GEMIST HEBT MENEERTJE! JE KENT TYLER POSEY ÉN HOECHLIN ALS VRIENDEN EN JE WEET NIET DAT ZE IN DE SERIE TEEN WOLF SPELEN?! JIJ GAAT DIE MARATHON MEEKIJKEN OF JE HET NU LEUK VIND OF NIET!' Schreeuw ik hyper. 'Of anders?' 'Of anders wat?' 'Wat ga je doen als ik niet meekijk?' Ik krijg een duivelse grijns op mijn gezicht. 'Dan ga jij het 1. Heel moeilijk krijgen en 2. Dan ga ik óf je negeren óf ik ga huilen.' 'Neeneeneeneenee! Niet huilen!' Zegt Calum in paniek, zijn blik staat verwilderd en het ziet er zeer grappig en schattig uit. 'Oké jongens...' zegt Tobias terwijl hij de tranen uit zijn ogen veegt. 'Ik ga Seff halen. Tot zo!' Hij loopt een gang in maar steekt zijn hoofd de kamer weer in. 'O ja, probeer elkaar niet te vermoorden please.' Zegt hij met een knipoog waarna hij wegrent. Ik richt me weer op Calum en kijk hem grijnzend aan. 'Zo...' 'Zo wat?' 'Ga je de Teen Wolf marathon meekijken?' 'Ik zal wel moeten vrees ik.' Zegt hij terwijl hij in zijn nek krabt. Het ziet er ongeloofelijk sexy uit. 'Hey, wees blij dat het geen Twilight marathon is.' (Dit is geen belediging voor Twilight! Echt ik hou van die boeken!) Calum kijkt ongemakkelijk en mompelt: 'Ja... daar ben ik echt blij mee.' Ik grinnik en geef Calum een knuffel. Gelijk drukt hij me stevig tegen hem aan. 'Ik zei nog zo, vermoord elkaar niet! En wat doen ze? Juist! Ze vermoorden elkaar!' Roept een verontwaardigde/pissige Tobias achter ons. 'Dat kunnen we niet helpen!' Mompel ik terwijl ik mijn hoofd in Calums shirt begraaf. 'Echt... Jij wilt zelfmoord plegen...' Gelijk schiet Calum achteruit en kijkt me bezorgd aan. 'Sophie, zeg me dat hij liegt. Zeg me dat je geen zelfmoordneigingen hebt!' Ik werp Tobias een vernietigende blik. 'Calum... Dat zou ik nooit willen! Ik ben niet depressief of zoiets! Ja, ik heb problemen maar dat zorgt er niet voor dat ik dood wil!' Calum kijkt me opgelucht aan en drukt een vlinderkusje op mijn neus. Ik giegel. Er verschijnen pretlichtjes in Calums ogen en hij drukt nog een kusje op mijn neus. Weer giegel ik en kijk hem verliefd aan. Plots klingt er achter ons gekuch en geirriteerd draai ik me om, om recht in het gezicht van Seff te kijken. 'Je had iets voor me?' Ik knik en sta op. Ik recht mijn rug maar blijf kleiner dan Seff. Echt, waarom zijn al die jongens zo groot?! Hij kijkt me vragend aan en ik kijk licht glimlachend, al voel ik een duivelse grijns onder dat masker groeien. Langzaam til ik mijn hand op en breng hem voorzichtig naar Seffs wang. Zachtjes streel ik Seffs wang. Ik voel Calums jaloerse blikken in mijn rug prikken maar reageer er niet op. Seff kijkt Calum grijnzend aan. Dan haal ik mijn hand weg om hem gelijk een bitchclap te geven. Zijn hoofd schiet naar links en mijn masker breekt en mijn grijns komt te voorschijn. Calum barst in lachen uit en trekt me op zijn schoot. 'Goed gedaan schatje.' Prevelt hij in mijn oor. Ik knik alleen maar en kijk naar Seff die met een pijnlijk gezicht over zijn wang wrijft. Tobias kijkt erg geschokt van mij naar Seff en weer terug. Seff kijkt me woedend aan. 'Waar the hell was dat goed voor?!' Schreeuwt hij kwaad. Oké, dat hij dat niet doorheeft! Eikel... Ik sta langzaam op en loop naar Seff toe. 'Die was omdat je met me wou of wilt trouwen.' Ik stomp hem in zijn buik en sis: 'En deze is omdat ik dankzij jou bijna dood was.' Ik loop langs Seff heen, naar buiten. Ik verander en hoor mijn kleding scheuren. Shit, het was net zo'n leuk jurkje! Nou ja, los ik later wel op. Ik ren het bos in en voel de vrijheid door me heen stromen. Plots ruik ik een bekende geur. Ik weet niet precies van wie maar ik ruik het. Ik snel op de geur af en ruik een andere geur. Ook die komt me bekend voor. Ik volg de geur en kom al snel bij een meertje. Verbaasd blijf ik stil staan, ik zie Ashton en een rondspringende wolf. Langzaam loop ik ernaar toe. Ashton ziet me en kijkt me vrolijk aan. 'Hey Sophie!' Roept hij vrolijk terwijl hij op me afloopt. Ik blaf kort en kijk dan naar de andere wolf. Ze kijkt me nog vrolijker aan dan Ashton en ik doe mijn best om niet gelijk een stap achteruit te zetten. 'Sophie, dit is Maaike, je weet wel je beste vriendin.' Dáár ken ik dus die geur van. Ik loop naar Maaike toe en geef haar een kopje. Ze doet hetzelfde bij mij en blaft vrolijk. 'SOPHIE! JE BENT IN ORDE!' Roept ze vrolijk in mijn hoofd. 'Hoe kom jij in mijn hoofd?!' Roep ik paniekerig. 'Je bent zeker net veranderd?' Ik knik. 'Wij, de weerwolven, kunnen met elkaar praten via een link. De mindlink. Zo kunnen we elkaar horen als we in wolf-vorm zijn.' Ik knik begrijpend. 'Ach zo. Je wolf is echt prachtig!' 'De jouwe is mooier. Kijk dan naar je! Je bent helemaal wit! Met ijsblauwe ogen! Dat is zeer zeldzaam. Volgens mij komt dat alleen voor bij geestenwandelaars. De vrouwelijke dan.' 'Kan kloppen aangezien ik zo'n geestenwandelaar ben.' 'I KNOW! Had jij dat depri-gevoel ook?' 'Euh... nee. Jij wel dan?' 'Iedereen.' 'Weird...' 'Maar vertel eens. Wat is er gebeurd?' 'Nou, euhm... waar zal ik eens beginnen...' 'Begin bij het begin.' Onderbreekt Ashton me. 'WHAT THE FACK?! HOE KOM JIJ IN MIJN HOOFD?!' 'Gave. Ik kan in gedachtes binnendringen en dingen zeggen. Als ik echt mijn best doe kan ik andermans gedachten ook nog horen maar dat is erg vermoeiend. Dus ik wil alleen weten wat er gebeurt is en daarna stop ik ermee.' 'Oké... Nou Calum en ik zijn dus ontvoerd door Seff, de machtigste geestenwandelaar van deze tijd. Hij wou met mij trouwen omdat ik de enige vrouwelijke geestenwandelaar van deze tijd ben. Dat wou ik niet-' 'Wat is die triskele op je vacht?' Onderbreekt Maaike me. Ik rol met mijn ogen en grom kort. 'Seff heeft me gemerkt zodat iedereen kan zien dat ze van me af moeten blijven omdat ik van hem "was" of "ben".' Maaike knikt. 'Oké, ik wou dus niet met Seff trouwen en heb hem ernstig verwond. Daarom gooide hij me in een cel. In de cel zat een ziel van een dode vrouwelijke geestenwandelaar. Ze was woest omdat Calum en ik gelukkig met elkaar waren omdat zij door haar mate is afgewezen. Ze jaagde me op en toen ze me had vermoordde ze me. Maar aangezien ik onsterfelijk ben, was ik niet dood. Ze had mijn ziel uit mijn lichaam gezogen en verkleind waardoor het langer duurde voor ik terug in mijn lichaam kon.' Ze kijken me allebei sprakeloos aan. 'Ik snap nu wel waarom iedereen zo'n depri-gevoel had. Onze luna was dood. Nu ze weer leeft is dat depri-gevoel ook weer weg.' Ashton gaat op de grond liggen en kijkt omhoog. 'Hebben jullie geen honger? Het is al bijna donker.' Ik schud mijn kop en ga ook liggen. Ik ben best wel moe. Ik leg mijn kop tussen mijn poten en sluit mijn ogen. Vlak voor ik in slaap val, hoor ik een hoge gil. Ik herken de stem: Maaike. Ik sprong op en ren richting het geluid. Ik kom op een dichtbegroeide plek en zie Maaike bewusteloos op de grond liggen. Ik grom en ren naar Maaike. Met mijn kop tik ik tegen haar hoofd; geen reactie. Plots rolt er een balletje naar me toe. Nieuwsgierig loop ik erop af en snuffel eraan. Gelijk deins ik terug, het is heel smerig en zorgt ervoor dat ik een beetje duizelig word. Er knippert een rood lampje op het balletje dat steeds sneller gaat knipperen. Ik deins een beetje achteruit, Maaike met me meetrekkend. Ik grom laag naar de richting waar het balletje uitkwam. Er klinkt een zacht gelach. Plots komen er piepjes uit en balletje die steeds sneller gaan en dan stoppen in 1 lange, hoge piep. Ik piep en probeer mijn oren te bedekken. Het doet pijn!! Het voelt alsof mijn oren aan het bloeden zijn. Jankend en piepend val ik op de grond. Er word weer een balletje naar me gegooit. Bij deze klinkt alleen geen piep alleen dat knipperende lichtje. Plots spat het voor mijn neus uitelkaar. Er komt een paarse rook uit. Gelijk trek ik mijn kop terug. De geur is vreselijk, stinkt, maakt me duizelig en mijn lichaam verzet zich ertegen. Mijn zicht word wazig en ik krijg steeds minder lucht binnen. Ik begin zwarte vlekken te zien en mijn longen krijgen geen lucht meer binnen. Ik voel dat ik aan het verliezen ben en probeer Maaike tegen me aan te trekken. Ik piep en jank. Ik voel me terug veranderen. Er verschijnt een schim in mijn gezichtsveld. 'Zo, zo, zo... kijk eens wie we hier hebben...' Dan word alles zwart.
Allereerst, HEEEEEL ERG SORRY DAT IK ZOLANG NIET GEUPDATE HEB! Ten tweede, HEEEEL ERG BEDANKT VOOR ALLE VOTES EN COMMENTS! Ten derde, fijne vakantie! Love you all guys!
Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro