#22
Ik kijk nog een laatste keer om en zie hoe de doorgang achter de muur verdwijnt. Ik zucht en zet me af. Nu maar hopen dat alles goed komt. Eerlijk gezegd ben ik nog nooit zo bang geweest. Bij David en zijn leger wist ik precies wat de sterke en zwakke punten waren. Bij Bart en de rest van Kanta Tribo weet ik dat niet. Eerlijk gezegd weet ik niet eens of Autumn nog wel leeft. Als dat niet zo is, is dit eigenlijk gewoon een zelfmoord missie. Het is een Jenavaanse hertog en twee meisjes uit Mysteria tegen een heel leger van bosjesmannen. Maar ik laat mijn vrienden niet in de steek. Al helemaal niet als ze aan mijn volk toebehoren. Want ik ben de koningin van Mysteria, al ben ik nog niet getrouwd. Ik ben de rechtmatige troonopvolgster en ik zal er ook voor zorgen dat Mysteria niet ten onder gaat. Maar eerst moet ik Autumn terug krijgen. Onder me galopperen de paarden van Winter en Cosmo. Ze wilden koste wat het kost met me mee. Deels begrijp ik het wel. Winter is een sterke waterstuurder, maar ze is ontzettend jong. Cosmo is daarnaast hertog van Jenava geweest. Hij weet alles van vechten, maar kan niks doen tegen magie. Toch wilden ze me niet alleen laten gaan. Het was te gevaarlijk, vonden ze. Nu is het hopen dat alles goed gaat.
Het is stil wanneer we aan de rand van het bos komen. Ik zet mijn voeten aan de grond en wacht tot Cosmo en Winter de paarden hebben vastgebonden. Daarna lopen we langzaam het bos in. Ik heb het gevoel dat we elk moment een zwaard in onze rug hebben. Ik schrik dan ook wanneer Winter op een tak stapt. Ik duik in elkaar. Cosmo trekt me tegen zich aan. 'Rustig maar, het komt echt goed. Geloof me.' Ik kijk hem in zijn ogen. Hij kijkt me terug met een vertrouwende blik. Langzaam word ik kalmer en lopen we door, al heb ik mijn hand nog steeds in de zijne geklemd.
Ongeveer driehonderd meter van het huis van Bart vandaan trekt Cosmo ons mee. 'Hier ergens is een grot met tralies. Dat is hun gevangenis. We moeten uitkijken want we weten nooit of er iemand is.' Winter en ik knikken en volgen de hertog. Hij is op dit moment de enige manier waarop we Autumn kunnen vinden.
We lopen al een half uur en ik begin er steeds zekerder van te worden dat we in rondjes lopen. 'Jongens, ik heb deze boom nu al drie keer gezien,' zucht ik en laat me tegen de boom vallen. 'Ik weet zeker dat we alleen maar rondjes lopen,' zegt Winter nu ook en ze gaat naast me zitten.
'Dit was een dom idee. We kennen Kanta niet. We gaan haar nooit vinden. Ik geef op,' zeg ik en leg mijn hoofd op m'n knieën. Cosmo komt aan de andere kant naast me zitten, slaat zijn arm om me heen en trekt me tegen zich aan. 'Liana... geef je nou op? Jij opgeven?' 'Wat kunnen we nog doen dan,' antwoord ik verslagen. 'Gaf je op toen je vast zat in Entropia?' 'Nee, maar...' 'Gaf je op toen je Cemal over wilde halen?' onderbreekt hij mij. 'Gaf je op toen ik dacht dat je een spion was?' vervolgt hij. 'Dat was anders,' zeg ik zacht terug. 'Jij geeft niet op. Zo ben jij gewoon niet. Dus we staan op en we gaan verder zoeken,' zegt hij overtuigend. Hij staat op en trekt mij overeind, Winter staat ook op en dan gaan we weer zoeken...
Na wat lijkt eeuwen hebben we eindelijk een andere route gevonden. Met weer een beetje meer moed lopen we door. Opeens zien we een paar personen en duiken we weg om ons te verstoppen. We houden ons doodstil. Ik wil kijken of ze al weg zijn, maar dat zijn ze niet. Ik kijk naar de personen en dan valt het mij op. 'Autumn loopt daarbij!' zeg ik enthousiast maar zachtjes. Ik draai m'n hoofd weer terug en kijk naar Autumn. Haar handen zijn vast gebonden en ze ziet er slecht uit. Er lopen 5 mannen om haar heen en een daarvan heeft haar arm vast. Ik bekijk de situatie en bespreek zacht met de rest wat het slimste is om te doen. Uiteindelijk hebben we een plan bedacht, maar dan gaat het mis.
Ik heb geen controle meer over mijn lichaam. Het enigste wat ik kan is voelen en zien wat er gebeurt. Ik zie hoe het gene wat mij heeft overgenomen mij midden in de groep gooit waardoor ik nu voor Autumn sta. Ik voel iets krachtigs door mijn aderen stromen en sluit mijn ogen, ik heb geen idee wat er aan de hand is maar het voelt... goed? Ik voel hoe ik iemand vast pak, ik denk dat het Autumn is. Ik heb nogsteeds geen idee wat mij overgenomen heeft, maar ik vecht er niet tegen. En dan gebeurt het, ik hoor een harde wind en geschreeuw.
Opeens is het stil, ik zak op de grond en krijg m'n ogen nog maar amper open. Al de kracht is uit m'n lichaam en ik voel me enorm zwak. Ik sluit mijn ogen, omdat alles wat ik zie wazig is en het heel veel moeite kost ze open te houden. Wat is er net gebeurd? M'n armen die mijn lichaam omhoog hielden begeven het en ik lig nu op de grond. Ik voel hoe iemand mijn hoofd optilt en op zijn of haar schoot legt. 'We moeten weg hier,' hoor ik Winter zeggen. 'Ja oke, laten we gaan.' antwoord Cosmo op haar. Ik word opgetild en ik voel hoe ik weg gedragen wordt.
Na een uur open ik mijn ogen ik zit op een paard en Cosmo houdt me met één arm vast. Als hij merkt dat ik m'n ogen open heb, stopt hij het paard. 'Wat is er gebeurd?' vraag ik zacht terwijl ik om me heen kijk naar waar ergens we zijn: we zijn dichtbij Mysteria. Hij stapt van het paard af, legt hem vast en tilt mij er dan ook vanaf. Hij gaat op de grond zitten en ik zit bij hem op schoot. 'Ik heb eigenlijk geen idee wat er gebeurde, maar het leek een beetje op dat met Entropia toen, alleen dan krachtiger. Veel krachtiger,' antwoordt hij op mijn eerdere vraag. 'Hoe voel je je?' vraagt hij daarna. 'Zwak,' antwoord ik kort terug. Hij haalt mijn haar los en speelt ermee om mij te kalmeren, hij had blijkbaar gemerkt dat ik me slecht voel. 'Ik ben bang,' zeg ik zachtjes. 'Hm?' 'Ik kan geen controle houden over m'n lichaam. Wat als ik iemand. ..' 'Shhh,' onderbreekt hij mij en hij drukt zijn hand zachtjes op mijn mond. Hij duwt ons naar achteren, waardoor hij nu op zijn rug in het gras ligt. Ik draai me om en leg mijn hoofd op zijn borst. En zo val ik na een paar minuutjes in slaap.
'Cosmo?' vraag ik als ik wakker wordt. 'Ja?' 'Waar zijn Winter en Autumn?' ik had er eerder niet aangedacht. 'Die zijn al in Mysteria,' antwoord hij rustig. 'Misschien moeten wij ook maar terug gaan, straks denken ze dat we verdwaald zijn of worden aangevallen,' vervolgt hij. Ik knik en sta op. En dan vertrekken we naar Mysteria, wat nog maar heel even rijden is.
Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro