De nacht
Het is koud,
Het is eenzaam.
Ze zit op vensterbank,
Met haar benen uit het raam.
Er waait een zachte bries,
Het is ijskoud.
Zie vind het toch fijn.
Kijkend naar de sterren en de maan.
Ze was dagelijks opgesloten in een kleine kamer.
Nooit mocht ze er ooit uitkomen.
Als het nacht is zijn die regels er niet meer.
Als het nacht is is ze even niet gedwongen om perfect te zijn!
Er kwamen dronken jongens aan.
Ze gooiden flesjes en blikjes op straat kapot.
Een glasscherf van een flesje sneed in haar voet.
Het bloed droop langs de muur naar beneden.
Ze kreeg een raar gevoel in haar buik.
En ze viel...
Ze viel naar beneden,
Op het koude, natte gras.
Was ze nu vrij?
Of was ze nu gevangen?
Er verscheen licht,
Het werd ochtend.
Ze was gevangen.
Ze was gevangen door de ochtend zonnestralen.
De eerste mensen kwamen al.
Ze scholden haar uit.
Monster!
Jou soort is hier verboden!
Ga terug naar de hel, daar hoor je thuis!
Toen wist ik het waarom ze het deden.
Ze wouden me beschermen.
Beschermen tegen de mensheid.
Ik voelde me raar...
Bedrogen een voorgelogen
Al jaren zit ik daar tegen mijn zin in!
En nu pas weet ik waarom.
Ze stond op en liep weg.
Ze liep weg naar een plaats waar ze wel zichzelf kan zijn.
Deze deed mij echt heel veel pijn om te schrijven.
Ik weet ook niet waarom.
Aantal woorden (246)
Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro