Chào các bạn! Vì nhiều lý do từ nay Truyen2U chính thức đổi tên là Truyen247.Pro. Mong các bạn tiếp tục ủng hộ truy cập tên miền mới này nhé! Mãi yêu... ♥

Winter

'Matt?'

'WINTER! JE LEEFT NOG!'

'Ja, ik leef nog en ik ben ook niet opgesloten. Op dit moment ben ik onderweg naar huis.'

'Wat? Ben je aan Storms klauwen ontsnapt?'

'Soort van. Maar dat is niet de reden waarom ik je wil spreken.'

'Vertel op, wat kan ik voor je doen?'

'Ik wil dat je me inschrijft voor een school.'

'Een school?'

'Ja, een school. Dan is er minder risico dat Storm me dan ontvoerd omdat al die mensen erbij zijn, plus, dan is de kans groter dat Storm ons territorium niet vind.'

'Oké, ik zal kijken waar ik je kan inschrijven. Welk niveau?'

'Ehm... Doe maar havo, ik denk dat ik dat wel aan kan.'

'Oké, ga ik regelen. Hoe laat ben je thuis?'
'Weet niet, half zes denk ik.'

'Oké, we zullen klaar staan.'

'Helemaal top.'

Gehaast kijk ik over mijn schouder om te zien of Storm nog achter me aanrent, wat niet het geval blijkt te zijn.

Blijkbaar ben ik het terrein van een andere Alpha opgerend.

Snel ren ik door terwijl ik de lucht opsnuif.

Oh, shit!

Dit is het territorium van Alpha McCardy!

Als er iets is waar hij op dit moment een hekel aan heeft, ben ik dat.

Hij wilt dat ik met zijn zoon trouw.

Waarom?

Ik heb géén idee.

En het volgende probleem is dat zijn territorium groot is waardoor de grenzen ver uit elkaar liggen.

Na nog vijf minuten rennen hoor ik andere wolven achter me aankomen.

Direct begin ik harder te rennen.

Ik móét de grens halen!

'ALPHA WINTER, BLIJF STAAN!' buldert de stem van Alpha McCardy door mijn hoofd.

'Sorry, Alpha. Maar op dit moment heb ik nogal haast met zo snel mogelijk thuiskomen. Ik moet me voorbereiden op school.'

Het geluid van een wolf die struikelt over zijn poten bereikt mijn oren en ik grijns, tot ergernis van Spring.

'J... jij gaat naar schóól?! Sinds wanneer?!'

'Officieel gezien, ga ik nóg niet naar school maar pas wanneer mijn Bèta me heeft ingeschreven.'

'En wanneer gaat hij je inschrijven?'

'Als het kan, vandaag nog.'

'Heb je nog tijd om met mij mee te gaan?'

'Zoals ik al eerder zei: ik heb haast dus nee.'

'Dan maar zo.'

Het volgende moment word ik de lucht in getild door een net.

Wild begin ik te spartelen maar het net raakt verstrikt rond mijn poten en ik kan me niet meer bewegen.

Verdomme....

'Geef je over Winter. Je bent vanaf nu mijn gevangene en ik zal je net zolang vasthouden tot je met mijn zoon trouwt, vrijwillig.' klinkt Alpha McCardy's stem onder me.

Ik begin te grommen en schud mijn kop.

Zijn zoon is erg aardig én knap maar ik wil gewoon niet met hem trouwen onder dwang.

'Vader, begint u nu alweer?'

Als je het over de duivel hebt...

'Ik heb u toch al verteld dat ik mijn mate heb gevonden? Waarom moet Alpha Winter dan nog met mij trouwen als zij dat niet wilt? En bovendien wil ik dat ook niet.'

Wat?

Hij heeft zijn mate gevonden maar toch moet hij met mij trouwen?

Wat is dit nou weer dan?

'Ze is geen goede Luna, Zack. Ze is een rogue! Ze verdiend het niet om jouw'n mate te zijn.'

Zacks uitdrukking veranderd van verbaasd en verveeld naar een woedende.

'HOE DURFT U?! U HEBT HAAR NOG NIET EENS ONTMOET! TOEN IK HET U VERTELDE HOORDE U ALLEEN MAAR DE WOORDEN: MATE EN ROGUE ZEKER?! IK ZEI VERDOMME DAT ZE IS AANGEVALLEN DOOR EEN ROGUE!' barst hij boos uit.

Alpha McCardy begint bleek te worden en zodra Zack klaar is met zijn tirade mompelt hij stotterend een excuses.

'Haal haar naar beneden.' zegt Zack ijskoud.

Nog steeds bleek knikt Alpha McCardy en gebaart hij wat vaags met zijn linkerhand.

Het volgende moment val ik met een doffe klap op de grond en eventjes piep ik.

Met een vriendelijke glimlach helpt Zack me uit het net en controleert hij mijn poten op eventuele verwondingen die er niet zijn.

'Sorry voor hem, ik weet niet precies wat hem bezielt de laatste tijd.' fluistert Zack mij toe en ik knik begrijpend.

Ik draai me om en ren snel weg, voor die asshole van een Alpha van gedachtes veranderd.

Na een uurtje zei ik eindelijk de grens in zicht komen en opgelucht ren ik ernaartoe.

Zodra ik erover heen ben, weet ik direct dat dit terrein is dat niet veroverd mag worden.

Een soort peace-place en op dit moment is dat precies wat ik nodig heb.

Ik maak het mezelf gemakkelijk en probeer te gaan slapen alleen zorgt een nerveus gevoel in mijn onderbuik ervoor dat ik onrustig word en weer opsta om mijn omgeving te controleren.

Niks te zien.

Ongerust begin ik weer te rennen, ik ga wel slapen zodra ik thuis gearriveerd ben en in mijn eigen veilige bedje kan liggen.

Na nog geen minuut hoor ik al voetstappen achter me.

Wacht, wat?!

Voetstappen?!

Dat kan maar één ding betekenen:

Vampiers....

Direct begin ik harder te rennen maar de voetstappen blijven op gelijke lengte achter me.

Mijn onrust groeit.

Ja, ik heb al vaker te maken gehad met vampiers.

Nee, nog nooit was er eentje zo... strategisch?

Snel maak ik een bocht naar links, de totaal andere kant op dan mijn Roedel.

Plots schieten beelden van tientallen vampiers tussen de Roedel van Storm op de dag waarop mijn moeder werd vermoord door mijn hoofd.

Inwendig vloek ik.

Dit zou wel eens zo'n vampier kunnen zijn die voor Storm werkt.

Maar waarom valt het me dan niet aan?

'Omdat ze waarschijnlijk je territorium willen vinden om Matt, Thomas, Rock, Rick, Ares, Elisa, Wesley en Paul uit te schakelen zodat je helemaal niemand meer hebt behalve Storm en zijn belachelijk opdringerige en hebberige wolf Ryan.' Zegt Spring minachtend.

'Sinds wanneer heb jij een hekel aan Ryan?' Vraag ik Spring verbaasd.

Ze heeft altijd al een zwak gehad voor Ryan en heeft hem serieus nog nóóit uitgescholden, tot vandaag.

'Sinds hij me beelden stuurt van dingen die hij met ons wilt doen en hoe hij wilt hoe onze toekomst eruit ziet.'

'Aha.'

'Inderdaad, aha.' Moppert Spring.

'Nu niet meer zo chagrijnig, grompot. Laten we deze vampier zien te lozen zodat we eindelijk naar huis kunnen.'

'Klinkt als een goed idee.' Stemt Spring in.

Onverwachts draai ik me om en de vampier kijkt al struikelend voor me tot stilstand.

Zijn zwartgroene ogen nemen me nieuwsgierig op.

Hij is erg jong, misschien net negentien in mensenjaren.

Zonde toch?

'Wat bén jij?' Vraagt hij uiteindelijk met een jongensstem zoals jongens van zestien.

'Je ruikt half naar mens én half naar wolf...' gaat hij verder.

Plots lijkt er een lichtje bij hem re gaan branden en zijn ogen vernauwen zich.

'Een weerwolf.'

Tien punten voor jou, slimmerik.

'Weet je, ik had nooit gedacht dat jullie er zó uit zouden zien. Zo als een.... normale wolf. Volgens de verhalen waren jullie letterlijk half mens, half wolf. Nou, dat blijkt dus niet waar te zijn.'

Volgens mij heeft deze uk geen leermeester of meesteres gehad.

Hij begint met duidelijk ontzag en nieuwsgierigheid om mij heen te lopen.

'Aan je houding te zien ben je belangrijk. Érg belangrijk.... Een Alpha! Zeldzaam om die op een peace-place aan te treffen zónder dat er een Moonlight-meeting is en wat het nog leuker maakt om hem te achtervolgen.'

Direct staan mijn zintuigen op scherp.

Dit kereltje weet véél meer dan hij in het begin liet doorschemeren.

Zodra hij weer voor me staat begin ik te grommen.

Grinnikend kijkt hij me aan.

'Denk je nou echt dat je míj aankunt? Je hebt geeneens een Roedel bij je om je te beschermen!'

Ah, hij is duidelijk in het fabeltje getrapt van dat wolven niet alleen vechten en dat Alpha's alleen maar goed zijn voor bestuur maar niet voor het vechten.

Sukkel...

Grommend spring ik op hem af, hem compleet overrompelend.

Binnen een paar tellen is hij dood en stap ik van zijn dode lichaam af.

Opgeruimd staat netjes.

'Alpha Winter? Bent u bijna thuis?' Piept het jonge stemmetje van Wesley door mijn hoofd.

'Jazeker! Ik denk dat het nog ongeveer driekwartier tot maximaal anderhalf uur rennen is. Geef dat maar door aan je papa en mama en zeg er maar bij dat zij het moeten doorgeven aan Bèta Matt.'

'Zal ik doen!' Zegt hij enthousiast en al snel is zijn aanwezigheid verdwenen.

Ik begin weer te rennen maar op mijn hoede, wie weet hoeveel vampiers er nog meer in de buurt zijn en wat ze van plan zijn zodra ze het lichaam van hun dode onsterfelijke verwant tegenkomen.

Daar ben ik liever zo ver mogelijk van uit de buurt, als ik eerlijk ben.

Na één uur en zeven minuten kom ik hijgend aan bij de grens van mijn territorium.

Iedereen staat er al op me te wachten en zodra ze me in beeld krijgen verschijnt er een grote, enthousiaste glimlach op hun gezicht.

'WINTER!' Roept Matt terwijl hij een snoekduik maakt naar mijn nek.

Net op tijd duik ik weg.

Matt glijdt verder over de grond en allemaal aarde komt in zijn gezicht.

Hij krabbelt overeind en springt weer in mijn richting alleen krijgt hij me nu te pakken.

Al snel zijn we verwikkelt in een onschuldig stoeipartijtje waar Ares ook nog deel van uitmaakte.

Na een kwartier intensief stoeien, blijven we hijgend liggen.

De jongens zwaarder ademhalend dan ik.

'Fijn je weer te zien, Winter.' Zegt Thomas glimlachend.

Ik knik hem toe en zeg met mijn ogen: 'Hetzelfde.'

'ALPHA WINTER!' roepen twee enthousiaste kleine stemmetje enthousiast en ik kijk hun richting op.

Met grijnzen op hun bolle gezichtjes kijken ze me aan en voor ik het weet ben ik besprongen door de twee kleine donderstenen.

Met hun nog klauterend op mijn rug, ga ik staan en direct zijn hun voetjes van de vloer en proberen ze wanhopig op mijn rug te gaan zitten om er niet af te vallen.

Na nog een halfuur lang elkaar begroeten en stoeien gaan we eindelijk richting ons gezamelijke huis.

We hebben maar één (weliswaar groot) huis, waar we met z'n allen inleven.

Het is erg gezellig en bovendien storen we elkaar niet aan elkaars aanwezigheid.

Alle kamers zijn geluidsdicht om geen geluidsoverlast te veroorzaken en we hebben een rooster van wie er kookt, of strijkt, of de was doet, of wie her vuilnis wegbrengt.

Vandaag is het Elisa's beurt om te koken en terwijl ik mij aankleed, dringen heerlijke geuren mijn neus binnen.

Lasagne, mijn lievelingseten....

Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro