Chào các bạn! Vì nhiều lý do từ nay Truyen2U chính thức đổi tên là Truyen247.Pro. Mong các bạn tiếp tục ủng hộ truy cập tên miền mới này nhé! Mãi yêu... ♥

Winter

Nu:

Hijgend ren ik verder, die verdomde roedel van Storm was weer eens té dichtbij geweest.

Onze 'Roedel' is misschien niet groot, we hebben inmiddels twee extra leden erbij. Arus en de mate van Thomas, zij hebben nu twee kleintjes, een tweeling.

Dus eigenlijk hebben we er vier bij.

Het is niet veel maar die kleintjes zijn supersnel en sjezen zo van het ene kant van het territorium naar het andere, wat ze dus handige grensbewakers maakt.

Wat ze dan ook met plezier doen tot plezier van Rick die graag wedstrijdjes met hun doet.

Eergisteren was mijn zeventiende verjaardag, mijn geur is nu zoals elk jaar weer, sterker geworden zodat Storm me makkelijker kan vinden, wat ik dus niet wil.

Ik hoor pootstappen achter me en ik werp vlug een blik achter me.

Shit, één van Storms mensen die me al dagen volgt en waarvan ik dacht dat ik hem kwijt geraakt was.

Niet dus.

Ik begin harder te rennen en ik hoor de pootstappen zachter worden.

Ik grijns, dankzij mijn extreem vroege conditie training die ook nog 'n keer zwaarder was dan die van de meeste alpha's ben ik een best wel behoorlijk snelle wolf.

'En ik heb je al duizend keer verteld dat je niet moet grijnzen als je in je wolf-vorm bent!' Zegt Spring, mijn wolf, wanhopig.

'Nou sorry hoor! En bovendien heb ik jóú ook al duizend keer gezegd dat het mij niks uitmaakt!'

'Ga je tekst ergens anders vandaan stelen.'

'Ha-ha. Heel grappig Spring.'

'Weet ik!'

Ik grom en bouw snel een muur waarmee ik haar een soort van buitensluit.

Plots dringt een heerlijke geur mijn neus binnen en van schrik struikel ik over mijn poten.

Nooit was Storm echt dichtbij geweest.

Ja, ik heb hem wel geroken maar ergens ver weg.

Niet tien meter verderop!

Ik heb de laatste jaren wel vaker verhalen gehoord over mates die bij hun mate wegliepen of van hem of haar wegvluchtte maar uiteindelijk toch weer samen kwamen.

Maar dat gaat bij mij niet lukken!

Storm zal me niet krijgen, die klootzak.

Ik ben zo in mijn gedachten verzonken dat ik niet merk dat Storms geur steeds dichterbij komt tot hij bijna naast me rent.

Ik kijk opzij en begin direct nog harder te rennen.

Storm gromt en zet de achtervolging in.

Hem voor blijven is lastiger aangezien hij een alpha is, ouder én lichamelijk sterker.

Maar mijn haat-gevoelens voor hem zijn ook sterker waardoor ik met een sierlijke maar toch supersnelle tred door blijf rennen.

Op dit tempo kan ik het... euh... denk ik één, misschien twee dagen volhouden.

Dat krijg je als je soms wel 's een week lang op de vlucht was.

'HIJ KOMT DICHTERBIJ! HIJ KOMT DICHTERBIJ!' roept Spring paniekerig.

Direct vliegen mijn poten nog sneller over de grond en ik schiet naar voren.

Waar haal ik deze energie nu weer vandaan dan?

Het zal wel, ik ben al blij dat ik deze energie heb.

Ik wil echt niet in Storms poten vallen.

En al helemaal niet na pap, mam en.... Summer...

Plots word ik van de grond getild door twee handen die me stevig vasthouden.

Direct probeer ik in de handen te bijten maar ze zijn net buiten mijn bereik.

Woest probeer ik los te komen maar de persoon die mij vast heeft verstevigd zijn grip alleen maar en volgens mij hoor ik diegene zelfs zachtjes lachen.

Hoe lukt het dit persoontje überhaupt om mij op te tillen?

Ik ben geen veertje in wolfvorm zo gezegd.

De persoon begint te lopen en ik probeer een glimp op te vangen van mijn vasthouder maar hij, ik denk dat het een hij is, blijft behendig buiten mijn bereik.

'Winter! Wanneer kom je terug? Het is hier misschien een klein beetje een behoorlijke chaos!'

'Reken de komende weken maar niet op mij, Matt. Volgens mij heeft Storm me te pakken maar ik kan degene die me vast heeft niet zien dus ik weet het niet helemaal honderd procent zeker.'

'WAT?! WE KOMEN ER NU AAN!'

'NEE! NEE, NEE, NEE, NEE! BLIJF BIJ HET TERRITORIUM! IK BELOOF DAT ZODRA IK KAN IK WEER TERUGKOM MAAR BLIJF ZOLANG GEWOON DAAR OKAY?'  Schreeuw ik Matt toe terwijl ik een klein beetje paniek mijn botten in voel sijpelen.

'Maar-'

'Nee, geen ge-maar nu Matt. Jullie blijven daar en dat is een bevel.'

'Ja, Alpha.'

'Het spijt me Matt maar ik wil gewoon dat jullie veilig zijn.'  zeg ik tegen mijn beste vriend terwijl ik in de verte auto's zie verschijnen.

'Dat weet ik ook wel Winter maar ik en de rest ook willen gewoon dat je veilig bent.'

'Dat snap ik ook wel Matt maar ik moet nu echt stoppen want ik ben nu zo goed als weerloos.'

'Oké, we zien je wel weer verschijnen.'

En dan is hij weg.

Ik word voor de auto's op de grond gezet en direct wil ik wegrennen maar direct word ik weer vastgegrepen.

'Dacht het niet Winter.' zegt er een stem achter me die me kippenvel bezorgd.

Storm...

Vliegensvlug draai ik me om en wil op hem inhappen maar hij blijft buiten mijn bereik, helaas...

'Nee! Niet doe-'

Een scherpe pijn schiet door mijn schouder en tanden doorboren mijn huid.

Direct hap ik in de snuit van mijn onverwachte aanvaller tot hij loslaat en piepend op de grond valt.

Direct spring ik op hem terwijl ik dreigend naar hem grom en hem woest aankijk.

De wolf piept en krimpt in elkaar terwijl hij me met zijn ogen smeekt om te stoppen met grommen en intimiderend zijn.

'Winter, ga van hem af.' zegt Storm zacht maar dwingend.

Ha!

Denkt hij nou serieus dat ik naar hém ga luisteren?!

Tssssss, sukkel.

Als ik naar hem zou willen luisteren zou ik niet al vijf jaar voor hem op de vlucht zijn.

'Winter....' zegt Storm dreigend maar ik negeer hem gewoon en blijf de wolf aankijken die volgens mij al doorheeft dat ik hem niks ga doen en alleen maar Storm aan het dwarsbomen ben want in zijn ogen is een geamuseerde uitdrukking te zien.

'Winter Valencia Fresters! Jij gaat nu onmiddellijk van Zoltan af!' zegt Storm woedend.

Zoltan maakt met zijn ogen duidelijk dat ik moet doen wat hij zegt als ik wil blijven leven.

Met frisse tegenzin stap ik van Zoltan af en ga naast hem staan terwijl ik Storm koppig aankijk.

Storms gezicht staat op onweer en een voldaan gevoel verspreid zich door mijn lichaam.
'Winter, je kan nergens meer heen. We hebben je en je kan niet ontsnappen, leg je erbij neer.'

Ik grom woest als antwoord en Storms ogen worden donker.

Woest en intimiderend loopt hij naar me toe maar ik blijf staan terwijl ik hem fel aankijk.

Plots veranderd hij ook in zijn wolf en direct valt mijn lengte in het niet.

Hij is zeker twee koppen groter dan ik.

Zijn vacht is donkergrijs zoals de wolken als het aan het stormen is en zijn ogen zijn zo geel als de bliksem.

Zijn naam past inderdaad bij hem...

Hij gromt en ik voel het geluid in mijn borstkas vibreren.

'Misschien is het beter als we ons nu omdraaien en vluchten....'  zegt Spring zenuwachtig.

Voor deze ene keer ben ik het met haar eens en direct draai ik me om en sprint weg.

Een woedende grom achtervolgt me en niet snel na de grom hoor ik waarschijnlijk Storm achter me aankomen.

Direct voel ik adrenaline door mijn lichaam stromen en ren ik nog harder.

'Matt! Matt! Als ik je een beschrijving geef van waar ik nu ben kun je dan de route geven naar The Hunters?' 

'Tuurlijk! Moet lukken! Waar ben je nu?'

'Ehm... ik kom nu langs het Bijna-Dood-Meer.'

'Oké, nu naar links en over ongeveer tweehonderd meter naar rechts.' 

'Komt goed MattMatt.' 

'Ik ben geen tomtom voor de zoveelste keer Winter.'

'Nou, zo gedraag je je anders wel als ik op de vlucht ben en richting The Hunters moet.'

'Klopt, maar dat moet van jou en trouwens, waarom ken ik wel alles uit mijn hoofd en jij niet? Jij komt veel vaker in het bos dan ik!'

'Misschien omdat ik drie kwart van de tijd op de vlucht ben voor Storm en dan niet over mijn omgeving nadenk? En nu?'

'Alsmaar rechtdoor tot je bij een open plek uitkomt daar moet je in het midden wachten tot Storm of wie dan ook bij je is en dan weer wegrennen.'

'Komt goed!'

'I know, I know...'

Ik hoor Storm bijna naast me rennen en probeer nog sneller te rennen maar dat lukt me niet.

Goddammit....

In de verte zie ik het open veld al en een opgelucht gevoel verspreid zich door mijn lichaam.

En dat verdwijnt zodra ik keihard aan de kant word gebeukt en tegen een boom aan knal.

Een jank rolt over mijn lippen als mijn gewonde schouder tegen de boom aankomt.

Ik val op de grond en binnen een mum van tijd staat Storm boven me terwijl hij me grommend zijn tanden laat zien.

'Winter? Gaat het? Ben je veilig?' Klinkt Thomas' stem bezorgd in mijn hoofd.

'Nee, ik ben gevangen genomen door Storm, vervolgens ben ik ontsnapt en nu staat Storm dreigend bovenop me.'

'Moeten we....?'

'NEE! Blijf daar! ik kom wel weer terug en bovendien redden jullie je wel zonder mij.'

'Oké, we vertrouwen op jou.'

'Dat weet ik, zeg maar tegen de rest dat ik voorlopig niet meer thuis kom.'

En met die woorden verbreek ik de verbinding.

'Je kan nergens meer heen Winter, geef het op.' Zegt Storm in mijn hoofd.

'NOOIT! IK ZAL NOOIT MEEGAAN MET EEN MONSTER DIE MIJN familie... heeft... vermoord....'

Bij de laatste woorden breekt mijn stem.

Elke keer weer zodra ik of iemand anders over de dood van Summer en mijn ouders begint word ik weer van binnenuit verscheurd.

'Zit je daar nu serieus nu nog steeds mee? Had je het fijner gevonden als ze de hele tijd in je nek hadden staan hijgen, kijkend naar hoe slecht jij het af doet als Alpha? Je hebt niet eens een roedel of territorium!'

'En wie heeft je dat verteld?' 

'Das gewoon logisch, je bent altijd op de vlucht voor mijn mensen. Als je een territorium had en een roedel zou je dat niet kunnen.'

'Het zal je nog eens verbazen wat ik allemaal kan achter jouw'n rug om.'

'Dat zal dan vanaf nu afgelopen zijn aangezien je nu van mij bent en ik je overal in de gaten kan houden.'

'Ik zal ontsnappen.'

'Dacht het niet. Je zal nooit meer van me wegkomen.'

'Dat zullen we nog wel eens zien, monster.'  zeg ik boos terwijl ik naar zijn snuit hap.

Dat had hij niet zien aankomen en mijn tanden zinken door het vlees van zijn snuit heen.

Hij piept maar ik trek me daar niks van aan.

'LAAT ME LOS!'  Buldert Storm woedend in mijn hoofd.

Het geluid is zo hard dat ik van de pijn in mijn hoofd direct loslaat.

Storms ogen kijken me zo woest aan dat ik bang begin te worden.

Storm stapt van me af en pakt me met zijn tanden vast in mijn nekvel terwijl hij me meetrekt naar de auto's waar allemaal mannen en jongens staan die ons nieuwsgierig aankijken.

'Is dat ze?'

'Ik had haar kleiner verwacht.'

'Volgens de geruchten is zij de eerste die zich zo erg verzet heeft tegen haar mate.'

'Dat wil ik best geloven, ja! Kijk dan eens naar de het gezicht van de Alpha! Helemaal bebloed!'

'Zijn ze wel mates?'

'Ja, maar je zou het niet denken als je ze zo zag.'

Storm gromt één keer en direct is iedereen stil.

Een wolf komt aangelopen met een grote deken die óf voor Storm bedoelt is óf voor mij.

Storm laat mijn nekvel los en dit keer denk ik er niet aan om weg te rennen.

Storm helpt de andere wolf met de deken over mij heen draperen.

Storm gebaart met zijn kop naar mij en direct knikken er een paar behoorlijk sterk uitziende mannen.

Storm loopt een bosje in en komt terug met een joggingbroek aan en geen shirt.

Hij is echt heel, heel, héél erg gespierd en ik kan mijn blik er met moeite vanaf halen.

Holy crap...

Is dát mijn mate?

Zijn uiterlijk is zeker niet mis als ik eerlijk ben.

Nee!

Dat mag je niet denken Winter!

Hij heeft je familie en roedel vermoord!

'Verander!' zegt Storm dwingend terwijl hij me strak aankijkt.

Ik grom als antwoord.

Echt niet dat ik naar hem ga luisteren!

'VERANDER!' schreeuwt Storm kwaad terwijl hij trilt van woede.

Direct verander ik en klem de deken stevig om me heen terwijl ik Storm boos aankijk.

Storm stopt met trillen en langzaam loopt hij op me af en gaat voor me op zijn hurken zitten.

'Nog mooier dan ik me kan herinneren of verbeeld had.' prevelt hij terwijl hij met zijn duim over mijn wang wrijft.

Ik moet mijn best doen om hem geen klap te verkopen.

Storm kijkt me recht aan en zijn grijze ogen boren zich in mijn blauwe ogen.

Dan trekt Storm me naar zich toe en schuift hij snel een arm onder mijn knieën en onder mijn schouders waarna hij me optilt.

'LAAT ME LOS!' roep ik terwijl ik wild tegenspartel.

'Neuh.' zegt Storm terwijl hij naar een auto loopt.

Storm loopt naar de bijrijderskant en opent met zijn voet de deur waarna hij me op de stoel zet, de riem snel vastmaakt en vervolgens de deur weer dicht doet.

Ik wil eruit springen maar Storm doet snel de auto op slot terwijl hij naar de bestuurderskant loopt.

Woest ruk ik aan de deur terwijl ik met mijn andere hand de deken strak om me heen hou.

Storm opent de auto en snel ploft hij op de plek van de bestuurder.

Mijn deur gaat open en ik wil eruit springen maar de riem én Storm houden me tegen.

Storm houdt me stevig bij mijn bovenarm vast terwijl hij me verveeld aankijkt.

'Je komt nu niet meer bij me weg, Winter. Geef het op.'

'Nooit. Ik zal nooit opgeven tot jij me laat gaan of tot ik ontsnap. Want dankzij jou ben ik gebroken. Dankzij jou heb ik vroeger soms hele periodes van school gemist. Dankzij jou heb ik geen bloedverwanten meer. Dankzij jou Storm, allemaal dankzij jou. Leef je eens in mij in. Hoe zou jij het vinden als ik jouw'n hele roedel plus je familie zou uitroeien? Hm? Hoe zou jij dat vinden?'

'Dan is het maar goed dat mijn familie allemaal al dood is, niet? Want anders had ik hen ook nog voor jou moeten beschermen.' zegt hij grijnzend.

En dat laat bij mij de emmer overlopen en tranen vormen zich in mijn ogen.

'Je bent harteloos Storm. Een harteloos monster.'

Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro