Chào các bạn! Vì nhiều lý do từ nay Truyen2U chính thức đổi tên là Truyen247.Pro. Mong các bạn tiếp tục ủng hộ truy cập tên miền mới này nhé! Mãi yêu... ♥

Storm

Drie jongens komen woedend op ons afgerend en ik gebaar naar Dave dat hij ze moet tegenhouden en hij knikt.

Voorzichtig loop ik met Winter verder het bos in terwijl Dave zich bezigt houdt met de drie nogal bezorgde jongens om Winter.

Mijn wolf gromt jaloers maar ik negeer het.

Ik streel Winters prachtige gezichtje.

Ze is eindelijk bij me.

Ik kan het eigenlijk niet beseffen.

Ik weet dat ze niet vrijwillig bij me is maar ik wil haar laten zien dat ik voor altijd voor haar zal vechten, no matter what.

Ik wil dat ze van me gaat houden, zonder dat ik haar dwing.

I will find you if run.
I will hold you when you cry.
And I will kiss you when you say: "I love you."

Drie snelle klappen achter me en vervolgens drie doffe ploffen.

Ik draai me om en zie Dave hoofdschuddend naar de drie nu bewusteloze jongens kijken.

'Dat was leuk, maar het werd vervelend.' Zegt hij terwijl hij naar me toe komt gejogd.

Ik schud glimlachend mijn hoofd.

'Er zijn auto's onderweg. Ze wachten bij ons op de Peace-Place hier verderop.' Zegt Dave terwijl hij een blik om zich heen werpt.

'Eerlijk is eerlijk. Ze hebben een goed verborgen en beschermd territorium uitgekozen.'

'Jep, maar we gaan dit wel op onze kaa-'

'Stop!' klinkt er een stem van ergens voor ons.

De drang om door te lopen is héél erg groot alleen reageert Winter op die stem dus stoppen we, tot verbazing van Dave.

Voor ons springt een jongen van Winters leeftijd op de grond en hij kijkt niet heel erg blij.

'Zet haar neer.' Beveelt hij ons en een paar tellen staren Dave en ik hem alleen maar aan om vervolgens keihard te gaan lachen.

'En waarom zouden wij dat doen, knul?' Vraagt Dave zodra we uitgelachen zijn.

'Omdat zij mijn Alpha is en ik moet haar beschermen.' Zegt hij dapper.

'Ahw, hoe scháttig! Weet je wel wie wij zijn, uk?' Vraagt Dave kleinerend.

Eigenlijk is hij zo klein nog niet maar het is nou ook niet zo dat hij op ooghoogte is.

Eigenlijk komt hij waarschijnlijk net tot aan de bovenkant van mijn borst.

En ik ben 1.95 meter lang, dus eigenlijk is hij voor een jongen van zijn leeftijd op normale lengte alleen ben ik 21 en is hij waarschijnlijk 17.

'Ja, jullie zijn Álpha Storm en Bèta huppeldepup.' Alpha en Béta zegt de jongen spottend, alsof hij vind dat we die titel helemaal niet verdienen.

Ik moet mijn best doen om niet in lachen uit te barsten om hoe de jongen Dave noemt.

Bèta huppeldepup, hoe kómt 'ie erop!

Dave lijkt het alleen niet zo leuk te vinden en vuurt ons beide dan ook een woedende blik toe, die we dan ook allebei negeren.

De jongen is duidelijk erg trots dat hij Dave zo snel kwaad heeft gemaakt en in zijn ogen zijn pretlichtjes te zien.

Cute.

'Oké, genoeg gelachen kid. Laat ons er nu maar door.'

'Nee.'

'Dat kun je beter wel doen want anders staan wij niet voor de gevolgen in.' Waarschuw ik hem.

'Oh? Ik sta niet voor de gevolgen in als jullie ons territorium op de kaart zetten.' zegt de jongen uitdagend.

Ik trek een wenkbrauw op.

'Hoezo da-'

Een schitterende afbeelding van Winter maar dan zonder kleding verschijnt in de ogen van de jongen en ik kan niks anders dan er naar staren.

'Jij vergeet dat je dit territorium hebt gevonden en waar het lag.' Klinkt de hemelse stem van Winter en ik kan alleen maar knikken.

'Je geeft haar hier.' Zegt ze weer.

Er verschijnt een tegenstrijdig gevoel in mijn borst, alsof er iets is dat het meisje in mijn armen niet weg wil geven aan Winter.

Plots realiseer ik me iets.

Ik heb Winter in mijn armen, dus waarom zou ik haar dan weggeven?

Direct zet ik het op een lopen en zeg de prachtige naakte Winter vaarwel.

Na tien minuten keihard gerend te hebben, voel ik me weer helemaal mezelf, gelukkig.

En Winter heb ik nog steeds in mijn armen en ze is nog steeds bewusteloos.

De wonden van het net zijn voor de helft al verdwenen, gelukkig, en er zijn nog geen littekens te zien.

Das mooi want anders zou Winter me waarschijnlijk vermoorden, nog erger dan ze nu al zou willen doen.

Waar heb ik haar eigenlijk gevonden?

Hoe erg ik mijn hersens er ook over pijnig, ik kan maar niet op het antwoord komen en uiteindelijk besluit ik het gewoon te laten gaan.

Wat maakt het uit waar ik haar heb gevonden?

Het gaat erom dat ze hier bij me is, veilig bij mij...

'Zo, de auto's staan hier een paar meter verderop op ons te wachten.' Zegt Dave terwijl hij me een klap op mijn schouder geeft.

'Mooi. Weet jij waar we Winter hebben gevonden?'

Een frons verschijnt op Daves gezicht die steeds dieper lijkt te worden naarmate hij steeds harder nadenkt.

Uiteindelijk verdwijnt die frons en schud hij zijn hoofd.

'Ik heb echt geen idee.'

Ik knik.

'Ik weet het ook niet meer maar dat maakt nu ook niks meer uit. Nu is ze veilig bij mij...' prevel ik zacht terwijl ik vertedert naar Winters lieve, weliswaar bewusteloze, gezichtje kijk.

God, wat is ze mooi...

'No shit, Sherlock! Iederéén kan zien dat ze knap is! Ik zeg het je, zodra ze in haar heat komt sluiten we haar op. Als ze dan al van haar "ik-moet-en-zal-ontsnappen" plan af is. Anders zit ze nog steeds opgesloten maar verhuizen we bij haar in.'

'Ik denk niet dat ze dat erg op prijs gaat stellen.' Werp ik tegen ook al staat dat idee me heel erg aan.

'En dan? Wij bepalen wat er in óns huis gebeurt! Zij niet!'

'Klopt maar ik wil Winter wel haar vrijheid geven. En haar rust, zodat ze geestelijk haar wonden kan helen.' Zeg ik, terugdenkend aan Ares' woorden.

'Kom op hé! Denk je nou serieus terug aan de onzin van de kerel? Ik wed dat hij alles gewoon uit zijn duim heeft gezogen zodat wij hem niet zouden afmaken voor zijn verraad.'

'Maar waarom begon ze dan te huilen zodra ik het over haar vader en zus had?'

'Acteerwerk, allemaal acteerwerk.'

'Je klinkt nu precies als pap...'

'Misschien komt dat ook wel omdat je vader wél slim is omgegaan met zíjn mate door deze middelen en jij behandelt je mate nu alsof je een zwakkeling bent.'

'Ik ben geen zwakkeling.' Sis ik Ryan toe.

'Oh nee? Wanneer was ook al weer de laatste keer dat je iemand vermoord hebt? Je word zwak, een míétje!'

'Ik. Ben. Geen. Mietje!'

'Tuurlijk joh! Dat geloof ik ook echt! Wat zal je Roedel wel niet denken? Ik wed dat ze je alleen maar niet aanvallen en verstoten omdat ze medelijden met je hebben!'

'HOU JE FUCKING BEK DICHT OF IK ZWEER JE DAT IK JE NET ZOLANG GA MARTELEN DAT JE ER SPIJT VAN GAAT KRIJGEN DAT JE EEN LICHAAM MET MIJ MOET DELEN!' Schreeuw ik hem keihard toe.

'Kijk, dát is mijn jongen.'

'.....Vader? Jij bent of was toch dood?'

'Nee, ik heb mijn dood in scene gezet zodat ik ooit in situaties kon optreden zoals dit. Je bent al mijn belangrijke lessen vergeten!'

'Niet!'

'Noem ze maar op, zoon.'

'Nooit zwakte tonen. Alles en iedereen vermoorden die je dwars ligt. Je Roedel eerst, dan je zoon en dan je mate. Hou de beruchtheid van de Roedel intact. Hou de gelegerden fit. Toon geen medeleven met gevangen. Sluit je mate op zodra ze koppig en dwars begint te doen, als ze doorblijft gaan, sla haar en als ze als ze nog steeds doorgaat, breek haar.'

'Je kent ze nog wel allemaal alleen pas je ze alleen niet meer toe. Werk aan dat, zoon. Werk aan dat.'

'Ja, vader.'

Zodra mijn vader uit mijn hoofd is, merk ik direct de verwardheid en woede van Ryan op.

'Daar moet hij écht een keer meekappen! Ik word altijd zó gek als hij dat doet. Het lijkt net alsof ik plotseling een geest ben of zoiets. Een onvaste stof zonder omhulsel. Griezelig gewoon.'

'Tja, ik kan er ook niks aan doen dat hij één van The Eight is.'

The Eight zijn acht weerwolven met gaven, verspreid over de gehele wereld.

Vier mannen, vier vrouwen.

Ik ken er nu drie:

- mijn vader
- Ares
- die vreemde, onbekende jongen

Niemand kent ze alle acht, zelfs The Eight kent elkaar niet helemaal of zelfs helemaal niet.

Het is een apart stel en als ze zouden samenwerken, dodelijk.

Maar gelukkig werken zij niet samen waardoor wij, alle weerwolven, nog een vrij leven hebben!

Winter maakt een klagelijk geluidje en ik werp snel een blik op haar waardoor ik direct mijn gesprek met mijn vader vergeet.

Wat is ze mooi...

Ze teer als een rozenknop...

Zo breekbaar als glas en soms zo hard als staal.

En bovenal zo koppig als een ezel maar nog steeds bloedmooi.

Ik heb mijn moeder nooit gekend en weet letterlijk niks tussen de relatie tussen mijn vader en mijn moeder maar ik weet wel dat ik het meest op mijn moeder lijk afgezien mijn ogen, mijn donkergrijze ogen die net zo grijs zijn als de wolken vlak voor het gaat stormen.

Vandaar ook mijn naam, Storm...

Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro