Storm
'Nou? Vertel op. Wie. Heeft. Die. Verdomde. Deur. Open. Gemaakt?' zeg ik boos.
Ik ben boos, nee, razend.
Niemand reageert.
'Handen op, allemaal.' Beveel ik ze.
Zo'n beetje direct laat iedereen me hun handen zien, niks.
Geen brandplek of rode striem te zien.
Zij hebben dus die deur níét opengedaan.
Maar wie dan wel?
Een gefrustreerde grom rolt over mijn lippen en laat de familie voor mij ineen krimpen.
Winter heeft die deur niet geopent want dat zou ik gevoeld hebben.
Plots schieten me de handschoenen die Angel normaal gesproken altijd bij haar jurkjes draagt te binnen.
Direct kijk ik naar haar handen, geen handschoenen.
'Geen handschoenen vandaag, Angel?' Vraag ik terwijl ik met moeite Ryan in bedwang hou.
Angel trekt wit weg terwijl haar broers, zusjes en moeder haar aankijken.
Haar vader kijkt haar niet eens aan waardoor ik weet dat hij medeplichtig is.
'ERUIT! ALLEMAAL ERUIT, VERDOMME!' schreeuw ik woedend terwijl ik Ryan nu echt nauwelijks in bedwang heb.
'Maar S-'
'Nu geen ge-Storm, McFist. Dankzij jou ben ik mijn mate, die ik net in mijn handen had, weer kwijt.' Zeg ik zo kalm dat ik over mezelf verbaasd ben.
'En nu ga jíj haar terughalen anders kun je waar je dan ook voor gekomen bent, vergeten.'
Bang begint Alpha McFist hevig te knikken om zich vervolgens, met zijn familie op de hielen, uit de voeten te maken.
'Nou, die hebben de schrik goed te pakken.' Zegt Dave terwijl hij me een klap op m'n rug geeft.
'Dat zal 'm leren. Mijn mate een beetje helpen te ontsnappen zodat ik met één van zijn dochters zou trouwen. Ouwe idioot...'
Dave grinnikt en slaat een arm om mijn nek terwijl hij me nu een klap op m'n borstkast geeft.
'Kom, dan gaan we eens opzoek naar die lekkere chick van jou.'
'Lekkere chick...? Noemde je nou mijn mate een lekkere chick?'
'Ja. Ze is hot, dat zie elke gast. Dat ze van jou is maakt haar nog niet minder knap.' Zegt Dave alsof het doodnormaal is.
Ik grom.
Dave begint hard te lachen, wat Ryan en mij nog meer irriteert.
'Je bent echt snel jaloers!' giert hij uit.
'Hou je kop en help zoeken.' Grom ik naar hem terwijl ik met grote passen naar buiten loop met de nog steeds lachende Dave achter me aan.
'Hier is ze de grens overgegaan.' Zeg ik terwijl we voor de grens staan.
'En kun jij er ook niet gewoon overheen? Je bent altijd van: fack the rules, I'm going to be badass.'
Ik rol met mijn ogen.
'Dat zou ik kunnen doen ja, waren het niet zo dat dit territorium van Alpha McCardy is.'
Dave verslikt zich en ik klop wat op zijn rug.
'Sinds wanneer is zijn grens ook hier?!' Zegt hij geschrokken wanneer hij uitgehoest is.
'Weet ik veel, boeit me ook niet zo. De Alpha van wie dat territorium eerst was, was toch een slechte Alpha.'
'Klopt, maar vind hij het dan ook niet héél erg risicovol om naast zijn aardsvijand te staan?'
'Blijkbaar niet.' Zeg ik schouderophalend.
'Nee, dat zie ik.'
Laat ik het je even uitleggen: Alpha McCardy is de Alpha van de The Violence en dat is mijn aardsvijand sinds hij besloten heeft om Winter met zijn enige zoon te laten trouwen.
Alsof zijn zoon nooit zijn mate zou vinden, idioot...
'Maar aan het andere kant van zijn territorium is toch een Peace-Place? Denk je dan niet dat ze daarnaartoe is gegaan?'
'Hm, daar zit wel wat in...' geef ik Dave gelijk.
'Maar?'
'Maar denk je nou echt dat Winter daarnaartoe gaat als ze de kans heeft om naar haar Roedel te gaan? Die kans laat ze echt niet glippen.'
Dave kijkt me verbaasd aan.
'Je gelooft dus dat Winter een Alpha is?'
'Ja, ik heb zo mijn bronnen die me hebben vermeldt dat Winter inderdaad een Alpha is mét territorium. Hoogstens irritant als je het mij vraagt.'
'Als we de kaart nou eens openslaan en kijken waar kleine, pas veroverde territoriums zijn? Dikke kans dat Winter bij één van hen is.'
Ik knik.
'Laten we dan maar gaan.'
'Hier, hier en hier zijn de meest recente nieuwe Roedels. Ik denk persoonlijk dat Winter al langer een Roedel heeft dus daar zal ze waarschijnlijk niet zijn.' Zegt Dave terwijl hij de plaatsen aanwijst op de wereldkaart.
Ik knik instemmend en kijk verder op de kaart.
'Deze negen zijn al een paar jaar oud. Waarschijnlijk is Winter bij één van deze de Alpha.' Zeg ik terwijl ik de plaatsen aanwijs.
Dave kraakt zijn nek en kijkt me onheilspellend aan.
'Laten we die dan maar eens een bezoekje brengen.' Zegt hij voor hij weer naar buitenrent en veranderd in zijn wolf.
Snel volg ik hem en verander ook, om hem vervolgens drie keer zo hard voorbij te rennen.
'Wacht! Hebben we onze kleding wel?' Roept Dave plotseling wanneer we in het midden van het bos zijn.
'Ehh... Nee.'
'En terug!'
'Ga jij maar, ik moet haar terug en ik heb dus geen zin om tijd te verspillen.'
'Is goed, tot straks.'
Dave draait zich om en rent weer terug.
'En geen rare, te kleine of vrouwelijke kleding meenemen want dan bijt ik écht je oor af.'
Dave lacht.
'Dat doe je toch niet.'
'Zin om het uittesten?' Vraag ik hem uitdagend.
'Dat niet.'
'Nou dan. Rennen jij.'
'Aye, aye sir.'
Snel ren ik verder naar de grens die grenst aan een Peace-Place.
Ik ren direct over het gebied heen en direct valt de smerige geur van vampiers me op.
Dit kan niet goed zijn.
Snel ren ik verder.
Als het goed is moet aan de andere kant van deze Peace-Place één van die wat oudere maar toch nieuwe territoriums zijn, alleen heb ik Winter nog niet geroken.
Als ik voor de grens sta, twijfel ik.
Wil ik hier wel naartoe gaan?
Wat als Winter daar een heel ander leven heeft?
En dat bij dat leven een nieuwe liefde hoort?
'Niet denken. Gewoon doen.' Commandeert Ryan me en ik besluit te luisteren naar zijn "raad".
Snel ren ik de grens over, regelrecht naar het centrum van de Roedel.
Als ik ervoor sta, staat er al een heel ontvangstcomité op mij te wachten, allemaal met kleren aan...
Ik snuif de lucht op en kom tot de conclusie dat Winter hier niet is, of is geweest.
'Wat kom je doen, Alpha Storm?' zegt de lage stem van waarschijnlijk de Alpha krachtig maar angstig, mooi.
Ik zwijg.
De Alpha wilt zijn vraag wat herhalen maar iemand fluistert iets in zijn oor waardoor hij begrijpend knikt.
'We zullen wachten tot je Bèta hier is gearriveerd.' Zegt hij kortaf voor hij zich omdraait en zo snel mogelijk lopend naar een iets groter huis dan de rest toebeent terwijl hij iets mompelt in de trant van: 'Nog zo veel te doen...'
Ik maak het mezelf gemakkelijk op de grond terwijl ik de starende blikken en de wijzende vingers negeer.
'Ben er bijna. Kon je echt geen Roedel dichterbij uitkiezen als eerst?' Zegt Dave klagelijk na vijf minuten.
'Dit was de dichtsbijzijnde Roedel.' Antwoord ik hem kortaf.
Hij lacht.
'Zo, iemand is hier chagrijnig!'
'Hou je muil en ren.' Zeg ik chagrijnig tegen hem.
Dave zegt niks terug.
De drie minuten van een heerlijke stilte en geen wijzende vingers en starende blikken, word die ruw verstoord door een luid blaffende Dave die aankomt gerend.
Ik krabbel overeind en pak de kleding van mij over.
Ik haast me naar een groep bosjes en verander terug om snel in mijn (godzijdank, normale) kleding te schieten.
Als ik uit de bosjes kom, is Dave al klaar maar trekt hij doorns uir zijn huid en veegt rode mieren van zijn armen.
'Waar ben jij bezig geweest dan?' Vraag ik hem verbaasd.
'Uitgerekend, precies op een mierennest. Die krengen begonnen te bijten waardoor ik in een struik belandde met doorns en zo krijg je dit.' Zegt hij terwijl hij naar zichzelf en zijn armen wijst.
'Alpha, Bèta.' Zegt de Alpha terugkomt gelopen met in zijn handen nog een stapel papier die maar net in zijn handen past.
'Wat doen jullie op ons terrein?' Vraagt de Alpha direct.
'We zijn opzoek naar mijn pas gevluchtte mate en we gaan nu alle al net iets oudere Roedels langs om te kijken of ze hier ergens is.'
Een verbaasde blik siert het gezicht van de Alpha.
'Bedoelt u Álpha Winter?'
Dave en ik knikken gretig.
'Die ken ik. Ze is een idool onder de net iets oudere en nieuwe Roedels. Alleen weet niemand waar haar territorium ligt. Of wie haar aanhangers zijn.'
Ik kan er niks aandoen maar een trots gevoel verschijnt in mijn borst en laat me als een idioot glimlachen.
Winter, míjn sneeuwvlokje, is een beroemdheid onder wat oudere Roedels!
'Vraag of ze een vriend heeft!' Sist Ryan me toe.
'Heeft Álpha Winter een vriend of zoiets?' Vraag ik aan de nerveuze Alpha die nu lichtjes begint te trillen.
De Alpha kijkt verbaasd.
'Een vriend? Als in vriendje? Geen idee, al komt ze wel altijd met drie jongens aanzetten bij Moonlight-meetings. Misschien is één van die kerels wel haar vriendje.'
Waarom heeft deze Alpha niet door dat hij te veel praat?
Ik geef hem een knikje terwijl ik probeer niet te grijnzen, wat ook lukt.
'Bedankt. Wij gaan verder kijken.' Zeg ik hem voor ik me omdraai en weer naar de bosjes loop, om me om te kleden en te veranderen.
'Klaar?' Vraag ik Dave zodra ik klaar ben en mijn kleding aan een bijgeleverd, verstelbaar koortje heb vastgeknoopt aan mijn enkel zodat ik niet telkens mijn kleren in mijn bek moet meenemen.
'Jep, hoe lang tot de volgende Roedel?'
'Zeker drie uur. Waarschijnlijk langer. Ik heb vampiers geroken op een Peace-Place.'
'Jij dus ook al? Ik dacht dat ik gek werd! Wat dus blijkbaar niet het geval blijkt te zijn.'
'Je bent altijd al gek geweest, mislukte tovenaar. Daar kunnen vampiers echt niks aan veranderen.'
'Is dat even jammer.'
'Ja, ja. En nu rennen, jij. We hebben een lange tocht voor de boeg....'
Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro