41.
Ik wil iedereen bedanken die een kijkje heeft genomen in mijn nieuwe boek!
Maar nog meer wil ik jullie bedanken voor (nog steeds!!) het lezen van dit boek :)
________________________________
Emiel pov
"Doe Aiden de groeten." Mijn broer Rick kijkt me aan wanneer we op de oprit voor Aidens huis staan. Het is een heldere dag met een frisse wind. Het begint ook bijna herfst te worden, wat de weersomstandigheden verklaard.
"Zal ik doen," mompel ik. Het voelt dubbel om hier te zijn. Begrijp me niet verkeerd, juist nu wil ik bij Aiden zijn en nergens anders. Maar tegelijkertijd had ik Aiden naast me willen hebben tijdens het rijden naar school, om onze lessen te halen. Het begrip school lijkt me vrijwel onbekend voor Aiden, aangezien hij meteen na de diagnose van school is gegaan.
Rick geeft me een korte glimlach en ik stap uit. Mijn broer is een echte droogkloot en weet ook niet goed hoe hij hiermee moet omgaan. Aiden voelt als een broertje voor hem, net als voor mij. We kennen hem net zo goed als ik mijn oudere broer ken. Op sommige momenten ken ik juist Aiden beter, simpelweg omdat ik meer tijd met hem besteed. "Je mag mee naar binnen hoor." Zeg ik.
"Nee," Rick schudt zijn hoofd. "Ik heb dingen te doen in de garage."
Hij klinkt gehaast en ik weet wat het betekent. Hij wilt niet. Ik respecteer dat.
"Succes daarmee," zeg ik.
"Sterkte." Zegt hij.
Ik loop de oprit op, naar de voordeur toe en stap naar binnen. Aanbellen bij Aiden doe ik nooit. Ik schop mijn schoenen uit en loop de woonkamer in waar ik een klap in mijn gezicht krijg.
Mijn lichaam spant zich op een nare wijze aan en ik hap naar adem. Maar het neemt mijn onrust niet weg. Een zure vlaag schiet door mijn lichaam heen en mijn ogen glijden van het voorwerp weg. Maar het helpt niet. Het zure gevoel blijft.
Met trage stappen loop ik naar de bank toe, waar ik me op laat neerzakken. Mijn hart gaat als een malle tekeer. Ik wist dat het ging gebeuren maar om er geconfronteerd te worden hiermee maakt me letterlijk misselijk. Aidens dood komt te dichtbij.
Vlak bij het raam achter de eettafel staat een bed.
Een opbaarbed.
Ik kan er niet naar kijken. Ik hoef het voorwerp niet te zien waar straks het lichaam van Aiden op gaat liggen.
Ik voel me op en top machteloos. Er is geen enkele manier om mijn beste vriend daar van weg te houden. Het gaat gebeuren en dat weet iedereen. Misschien maakt dat me juist zo bang. Ik heb altijd al geweten dat ik Aiden kwijt zou raken, maar nu het zo ver is ben ik niet klaar.
"Hé, Emiel."
Ik kijk op en zie Amy naar me toekomen. Ze glimlacht even geruststellend naar me voor ze naast me komt zitten. Ze ziet er moe uit. "Hoe is Aiden?" Vraag ik dan ook.
"Niet zo goed," ze knippert een paar keer met haar ogen om haar tranen te bedwingen. Ik knik en went me van haar af. Ook dit wil ik liever niet zien. "Ik ga naar hem toe," ik sta op en probeer oogcontact met Amy te vermijden. "Kan ik naar hem toe?"
"Tuurlijk kan dat." Amy staat op en loopt voor me uit naar de schuifdeur toe. Ze trekt hem opzij en maakt dan plaats voor mij. "Ik ga even slapen op de bank. Wek me als er iets is." Haar stem slaat bij de laatste zin over. Vervolgens ontwijkt ze me door naar de grond te kijken en naar de bank te lopen.
Ik stap de slaapkamer binnen en merk meteen Steven op die naast het bed zit. Hij heeft zijn handen op het bed gelegd en zijn ogen naar buiten gericht. Dan kijk ik naar Aiden. Ik kan hem bijna niet zien. Hij is klein, te klein voor zo'n groot bed. Naast het bed staan enkele apparaten die zacht brommen. Het is een laag geluid wat me bijna niet meer opvalt aangezien ik eraan gewend ben geraakt. Ik draai me om, schuif de deur achter me dicht en draai opnieuw een rondje om mijn eigen ass.
Steven heeft zijn ogen nu op die van mijn gericht. Zijn wenkbrauwen zijn gefronst en hij ziet er vermoeid uit, ondanks hij niet wit is of donkere kringen onder zijn ogen heeft. Ik wel.
"Hé," zeg ik zachtjes.
Steven knikt naar me.
Ik loop naar het bed toe en richt mijn ogen op Aiden. Zijn gezicht ziet wit en zijn haren zijn gegroeid. Hij ziet er raar genoeg niet ziek voor me uit maar meer op een engel door al het wit. Hoe langer ik naar hem kijk, hoe onwerkelijker het voor me wordt. Het lijkt niet meer op Aiden, hij is te stil.
"Ik laat je wel alleen bij hem." Steven komt overeind en ik hoor hem diep adem halen. "Als je naast hem wilt liggen moet je voorzichtig doen." Zijn ogen glijden vervolgens over Aiden heen. "We weten niet of hij pijn heeft." Mompelt hij.
"Is hij nog wakker geweest?"
Steven schudt zijn hoofd.
Twee dagen geleden was Aiden voor het laatst wakker, vervolgens heeft hij zijn ogen niet meer open gedaan. Vanaf nu komt er voeding via een slangetje naar binnen want Aiden eet niet meer. Dat gebeurde nog toen hij bij was. Aiden was op dat moment erg zwak. Eerst had hij er moeite mee, met de voeding, Aiden wilde niet aansterken. Dat betekende dat hij nog langer moest vechter. Uiteindelijk heeft hij besloten om het wel te doen. Ondanks hij dapper door vecht wordt hij mager en zieker.
Ik knik naar hem en voel me dankbaar dat hij me alleen laat met Aiden. Juist omdat ik weet hoe graag iedereen bij Aiden wilt zijn. Ik kijk toe hoe Steven de kamer uitloopt en de deur achter zich dicht schuift. Daarna draai ik me naar Aiden toe en neem ik plaats op de stoel waar Steven zat.
Het heeft geen zin om naast Aiden te gaan liggen. Waarom zou ik dat doen als ik niet eens weet of ik hem op die manier gerust kan stellen. Wie weet doe ik hem pijn.
Aiden is klein en wit. Het maakt hem kwetsbaar en teer. Ik voel me schuldig, omdat ik gezond naast hem zit en hij niet meer zijn ogen kan open doen. Man, waarom moet Aiden dat overkomen?!
Mijn ogen glijden naar buiten. Het is nog altijd helder en licht. Toen het zomer was en we veertien waren, waren we bijna altijd buiten te vinden als het licht was. We klommen op daken en waren meestal een tijdje spoorloos. Een keer had Aiden zich uitgesloofd door in een boom te klimmen maar kwam hij er niet uit. We moesten de brandweer bellen en uiteindelijk kreeg Aiden de rekening cadeau. Ik grijns erom als ik eraan terug denk. Op dat moment was alles goed en leek zijn ziekte verder weg dan ooit.
Als ik weer naar Aiden kijk, wordt mijn glimlach breder.
Hij heeft zijn ogen open!
Ik voel me warm worden om hem weer wakker te zien, het is twee dagen geleden en eigenlijk heb ik wel weer zin om zijn stem te horen. "Hé," ik buig me dichter naar mijn beste vriend toe, klaar om beledigd te worden.
Maar Aiden reageert niet.
Hij blijft voor zich uitkijken met een glazige blik in zijn ogen. Ik vraag me af of hij wel echt wakker is. Ik schraap mijn keel en sta dan op. Misschien heeft hij me niet eens door. "Aiden?"
Opnieuw reageert hij niet. Zijn ogen blijven vooruit staren en het warme gevoel wat ik twee seconden geleden nog had wordt vervangen door angst. Wat nou als hij dood gaat?
Ik laat mijn handen onder de dekens glijden, die angstaanjagend genoeg koud aanvoelen. "Shit," ik ruk mijn hand terug onder de dekens vandaan en richt mijn ogen op Aiden. Waarom reageert hij niet en voelt hij koud aan?
Na een paar seconden zak ik weer terug in mijn stoel, radeloos. Mijn hart klopt in mijn keel en mijn lichaam voelt lam. Hoe kan dit? Wat betekent dit? "Aiden?" Probeer ik weer. Opnieuw geen antwoord.
Het liefst ren ik naar de woonkamer toe, roepend om hulp. Maar dat zou voor meer chaos veroorzaken en dat kunnen ze hier niet gebruiken. "Oke Emiel, verman jezelf." Ik haal diep adem en laat weer mijn hand onder de dekens glijden. Wanneer ik Aidens lichaam nader voel ik een beetje warmte. Maar niet genoeg wat een gezond mens zou hebben. Ik streel over zijn arm heen en pak dan zijn hand beet. "Hé," Mompel ik dan naar hem. "Ik ben bij je. Maar dat had je al door."
Ik richt mijn ogen op Aidens gezicht. Dit keer zijn zijn ogen weer gesloten en ziet hij er vredig uit. Het maakt me minder angstig. "Ik hoop dat je geen pijn hebt. Heb je pijn?" Mijn duim streelt de rug van zijn hand maar ik verwacht geen antwoord. "Ik hoop dat je nog wakker wordt, het is twee dagen geleden. Zo lang heb ik jou nog nooit horen zwijgen."
Aiden reageert niet maar ik hoop dat hij me hoort. Ik heb gehoord dat zieke mensen in hun laatste stadium veel dingen oppikken qua gehoor. "Als je langer met je ogen dicht blijft, blijf ik je hand vasthouden. En dan krijgen we klamme handjes." Mompel ik tegen hem. "En daar hou je niet van."
Ik glimlach kort naar Aiden. Het voelt zo oneerlijk hem hier zo te zien liggen. De kanker heeft zijn lichaam gesloopt en Aiden moet het maar accepteren. Ik voel een kneepje in mijn hand en meteen richt ik mijn ogen weer op Aiden. Hij heeft zijn ogen geopend en dit keer kijkt hij me wel aan.
"Hé," mompel ik zachtjes. Aiden opent zijn mond en er komt een zacht geluid uit, een kreun.
"Heb je pijn?" Vraag ik zacht. Aiden schudt langzaam zijn hoofd. Zijn blonde haren bewegen mee met zijn beweging. "koud," zucht hij.
Ik knik en ga dan staan, klaar om de andere te waarschuwen en een kruik te halen voor Aiden. Maar Aiden blijft me beet houden. Het is geen sterke grip.
"kom," Zegt hij en hij knikt dan naast zich.
Ik kijk hem aan en glimlach even. Ik laat me naast hem op bed zakken en sla de dekens om me heen. Mijn lichaam schuif ik dicht tegen de zijne aan en het valt me op hoe koud hij aanvoelt. "Kom hier," ik sla mijn armen om hem heen en trek hem dicht tegen me aan. "Je voelt koud aan."
Aiden legt zijn hoofd op mijn borstkas neer en ik hoor hem diep in en uit ademen. "Je bent lief," zegt hij dan zacht. Ik glimlach en ga met mijn blote handen door zijn haren heen. Ik weet niet of Aiden er goed bij is, maar ik voel me opgelucht nu hij wakker is en nog een keer zijn stem te horen.
Ik streel door zijn haar en over zijn nek. Normaal gesproken zouden mensen me uitmaken voor homo maar dat doet me niks. Aiden heeft altijd op me gelegen wanneer hij bij me sliep. Het maakt me allemaal ook geen zak uit, hij mag best weten dat ik om hem geef. "Emiel?" Kreunt hij vervolgens.
"Ja?"
"Laten we praten."
"Je klinkt moe."
Aiden schudt zijn hoofd weer. "Niet erg. Ik wil nog een keer met je praten," dan haalt hij diep adem. "Je bent mijn beste vriend, ik ben blij dat je er voor me bent. Dankje." Het komt er traag uit maar gemeend. Ik glimlach, voel mijn ogen vochtig worden en duw mijn gezicht in zijn blonde haren. Zo blijven we een tijdje liggen.
"Jij de mijne." Ik wrijf zacht over zijn rug heen en hou Aiden zo dicht mogelijk tegen me aan. Het is zo oneerlijk.
Aiden zijn armen glijden om mijn hals. Hij voelt zo klein aan dat ik mijn armen voorzichtig om zijn lichaam laat zakken, voor ik hem misschien breek.
Zo blijven we een tijdje zitten. Tot hij onrustig wordt.
Het begint met een diepe zucht. Daarna nog en daarna weer een. Vervolgens begint Aiden heen en weer te bewegen.
"Wil je liggen?" Ik laat mijn ogen op hem neer zakken.
Hij schudt zijn hoofd en duwt zijn handen tegen zijn hoofd. Zijn ogen zijn gesloten en ik hoor een kreun uit zijn mond ontsnappen. Ik weet niet zo goed wat ik ermee moet, maar ik voel me vreselijk. Hoe help ik Aiden in godsnaam?!
"Moet ik iets doen?" Ik praat zacht en frons mijn wenkbrauwen.
Aiden schudt zijn hoofd weer en duwt dan zijn gezicht tegen mijn schouders aan. Zijn schouders beginnen te schokken. "Het doet pijn.." klinkt het zwak onder me.
"Waar?" Ik pak Aidens handen beet die tegen zijn oren gedrukt staan en leg mijn handen erop.
"Mijn hoofd," Aidens stem slaat over en ik hoor hem zacht huilen. Hij klinkt vermoeid en radeloos. Ik heb het met hem te doen. Ik weet niet wat hij voelt maar wel weet ik dat als je moe en slap bent, elk klein dingetje al teveel wordt.
Ik trek het kleine lichaam dicht tegen de mijne aan en hou zijn hoofd beet. Aidens armen grijpen zich vast aan mijn schouders. Ik merk hoe hij zich inhoudt.
"Ah man," kermt hij zacht. Ik hoor hem diep adem halen. Zacht streel ik zijn rug. "Ik wil niet meer.. Alles doet.. Het brandt," zegt hij zacht. Zijn stem trilt en opnieuw haalt hij weer die adem.
"Huilen mag," stel ik hem gerust.
"Het is goed zo." Klinkt zijn stem.
Al snel erna ging het heel slecht met Aiden. Hij begon over te geven. Het was alleen gal.
"Shit!" Ik keek hulpeloos naar ons. De kots lag naast het bed op de grond en Aiden leek het echt teveel worden. Gefrustreerd begon hij te kreunen en sloeg hij met zijn vuisten. Zijn ademhaling liep op en ik meende zijn ogen weg te zien draaien.
"Niet doen," ik pak zijn hand beet en trok hem zacht tegen me aan. "Stil maar. Het is goed."
Aiden houdt met zijn hand mijn schouders beet, waarop hij leunde. "Je laat me kotsen." Kreunt hij zacht.
Ik glimlach om zijn opmerking en laat hem tegen me aan steunen. Ik weet dat Aiden in pijn is. Heel veel pijn. En ik weet dat in niks kan doen. Opnieuw worden mijn ogen vochtig en mijn neus begint te lopen. Waarom moet dit Aiden overkomen?
"Aiden?" Ik leg mijn handen tegen zijn schouders aan en duw hem ietswat van mijn lichaam af.
Aidens ogen zijn doorlopend rood en zijn gezicht is wit. Zijn lippen trillen. Ik hoor hem zwaar ademen en opnieuw begint hij te bewegen. Wanneer hij naar links inbuigt hoor ik zacht gesnik. "Kom," ik sla mijn armen om Aidens schouders heen. Heel licht, zodat hij nog altijd kan laten weten wanneer het hem pijn doe. Pas wanneer ik mijn vingers door zijn haar laat glijden begint hij toe te laten.
Met lange uithalen huilt Aiden.
Ik hou hem dicht tegen me aan en probeer mijn tranen in behang te houden. Het voelt zo onredelijk.
Ik wil Aiden niet in pijn zien.
Maar ik wil hem ook niet kwijt.
Na een paar seconden hoor ik Aiden haperen en stotteren. Hij probeert iets te zeggen maar ik kan er geen touw aan vast knopen. "Aiden?" Ik streel over zijn rug heen. "Rustig maar, ik ben bij je."
"Ik.. Em.." Hij kreunt opnieuw en ik voel zijn lichaam schokken. "Ik wil niet dood." Hapert Aiden tegen me aan.
Ik begin gespannen te worden wanneer hij dat zegt.
"Aiden?" Ik streel door zijn blonde haren heen wat bijna geen pigment lijkt te hebben, zo wit is het.
Aiden maakt zich los en ruw veegt hij zijn tranen van zijn gezicht. Het laat een rode veeg achter. "Ik ga niet dood," hij fronst diep en geeft me vervolgens een glimlach. Het is een verstrooid gezicht en het lijkt niet te kloppen. "Ik ga niet dood, ik wil niet dood." Vervolgens pakt hij me bij mijn kraag beet en ben ik twee centimeter van zijn gezicht verwijderd. En opnieuw glimlacht hij. Ik krijg er rillingen van.
"Ik ga niet dood," herhaalt hij. En opnieuw. Opnieuw en opnieuw. Bij elke herhaling word ik leger.
Aiden lacht bitter en laat me vervolgens los.
"Aiden?" Ik frons mijn wenkbrauwen en begin nu echt bezorg te worden om hem. "Stop daarmee."
"Nee!" Hij smijt zijn dekens van het bed af en begint dan tegen me aan te duwen. "Ga!"
"Hé." Ik verlies mijn evenwicht bijna en grijp me beet aan het bed. "Aiden, alsjeblieft!" Ik herpak mezelf en ga rechtop zitten.
"Jullie zijn ziek! Jullie zijn zelf ziek!" Zijn stem slaat over en zijn ogen knijpen zich tot spleetjes. "Zieke spelletjes, ik ga niet dood!" Aidens vuisten beginnen daarna op me in te slaan. En verdomd, ik schrik nog meer van zijn kracht dan de actie zelf. "Aiden!" Ik grijp zijn polsen beet. Aiden begint te worstelen en ik raak me meer zorgen om hem dan om mezelf. Alle frustratie en inspanning kan niet goed zijn. Pas wanneer Aiden begint te schreeuwen raak ik in lichte paniek en duw hem liggend. Zijn polsen duw ik naast zijn hoofd neer wanneer ik op hem kom zitten, mijn benen steunend aan weerszijde van Aidens lichaam.
Beiden hijgen we.
Ik bid dat Steven niet binnen komt stappen.
"Oh man." Ik sluit even mijn ogen en open mijn handen meer om Aiden geen pijn te kunnen doen. What the hell happened?!
"Aiden," ik open mijn ogen en kijk dan in die van Aiden. Zijn blauwe ogen lijken weer helder, noch vol met tranen. "Gaat het?"
"Ja."
Ik laat hem los en knik. Aiden strekt zijn armen naar me uit en dit keer geef ik toe. Ik laat me dicht tegen mijn beste vriend zakken en streel met mijn vingers over zijn blote huid. Dit keer ben ik degene die loopt te huilen.
We blijven beide stil.
"Ik schrok," zeg ik dan na een tijdje. Ik veeg mijn tranen weg. "Maar ik begrijp je."
"Ik ook," Aiden kijkt me vervolgens aan en ik voel zijn handen in mijn donkere haren verdwijnen. Hij sluit zijn ogen en daarna voel ik hem onder mij schokken. Ik leg mijn hoofd vlak bij de zijne en laat hem onder me uithuilen. Ik sluit mijn ogen wanneer mijn zicht onhelder wordt van de tranen.
Zo blijven we een tijd liggen. Dicht bij elkaar. Na alles hadden we geen woorden nodig voor elkaar.
"Ik ben gewoon zo kwaad," begint Aiden. "Ik wil mezelf niet verliezen aan die rotziekte. Dat is precies wat er net gebeurde."
Ik wrijf met mijn handen over zijn rug heen en schud mijn hoofd. "Nee, je deed een heel mooi toneelstukje."
Aiden begint zacht te lachen en zijn handen blijven door mijn haren woelen. "Je hebt mijn talent gevonden," zijn stem klinkt al wat vrolijker. Trillend haalt hij adem. "Je bent mijn beste vriend Emiel, ik haat het dat ik.. We niet.."
Ik haal diep adem en knik. "Ik ook," dan open ik mijn ogen weer en glimlach ik naar mijn beste vriend. "Maar je bent wel bij me, altijd."
Aiden knikt en hij sluit daarna zijn ogen. "Beloof je dat je op mijn ouders let? Ik voel me schuldig," zijn stem slaat opnieuw over. "Straks zijn ze geen papa en mama meer."
Ik zweer je dat ik mijn hart hoorde breken.
Maar ik onderbreek hem niet. Hij mag me alles vragen. Nu het nog kan.
Na een lange tijd open ik mijn ogen weer. Aiden slaapt onder me.
Langzaam sta ik op. Het geeft me een heel naar gevoel, alsof ik mijn beste vriend ga verlaten en het na vandaag echt voorbij is. Ik denk dat dit een van de moeilijkste momenten in mijn leven zal zijn die ik ooit ga meemaken. Het verliezen van mijn beste vriend die verdomd hard heeft gevochten om hier nog te kunnen zijn.
Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro