H.7
Maaike pov.
'Dit is ze, de weerwolf die teveel weet.' Zegt Max terwijl hij zijn bondgenoten aankijkt. Ashton ken ik al, een soort van dan. Die ander is voor mij nieuw, al lijkt hij niet zo blij te zijn met mijn 'komst'. 'Oké, zal ik direct haar geheugen wissen of willen we eerst nog informatie.' zegt de nieuwe vampier terwijl hij zijn armen over elkaar heenslaat. 'Ik wil eigenlijk nog wel wat informatie, zoals: waarom ben jij bevriend met een mens die beschermd word door vampiers?' Zegt Ashton terwijl hij mij strak aankijkt. Verbaasd kijk ik hem aan. 'Sophie word door.... vampiers beschermd?!' 'Ehh, ja. En die vampiers, dat zijn wij.' 'WHAT THE FACK MAN! IK KEN HAAR AL VEEL LANGER! IK BESCHÉRM HAAR AL VEEL LANGER!' roep ik boos uit. 'Ja, dus hoog tijd om het veld te ruimen en "nieuwelingen" te laten werken.' 'Wat willen jullie van haar?' Sis ik terwijl ik Max moordend aan kijk. 'Haar geheugen is zeer.... uniek. Maar wel erg kostbaar, zeer kostbaar. Die "valse" herinneringer van haar? Die zijn echt. Die zijn hartstikke echt ook al zijn sommige stukjes vaag zoals dat jij Ashtons mate zou zijn maar dat kan gewoon niet dus dat klopt niet maar voor de rest, petje af hoor. Al die informatie en dat zónder iemamd die haar erover vertelde! Ja, petje af.' Verbouwereerd kijk ik ze aan. Dan begin ik wild mijn hoofd te schudden. 'Haar hele droomwereld is vals. Mensen kunnen geen mates zijn van weerwolven en weerwolven kunnen dat ook niet van vampiers zijn en er bestaan geen fribtins meer want die hebben we allemaal in de Tweede Wereldoorlog vermoord dankzij een Benwar, die we vervolgens ook hebben vermoord, ook al stonden ze op uitsterven, ook zou ik nóóit met júllie bevriend willen zijn, laat staan een huis met jullie delen. Nee, dat gaat niet door. En niet te vergeten, er zijn niet zulke rare Roedels meer die martelen om dingen te weten te komen. We leven niet meer in de middeleeuwen!' Max grinnikt. 'Daar gaat het ons ook niet om, het gaat ons om de namen die erin voorkomen. Quinten, weerwolf. Die Maarten? Fribtin. Wij? Vampiers. Jij? Weerwolf. Zij? Geestenwandelaar. Seff? Geestenwandelaar. Ben? Wendigo, zoals zij dat noemt. Sasha? Draak. Ook al bestaan die niet meer sinds de Eerste Wereldoorlog. Allemaal hartstikke nuttige informatie als je onsterfelijk bent. Voor jou heeft het niet zoveel nut. Maar voor ons? Het is net een schatkist gevuld met kostbare informatie. En het is natuurlijk ook altijd leuk om te luisteren naar verhalen over kleine Michael.' 'Hé, weet wat je zegt, man. Mijn geestelijke gezondheid was drie, mijn lichaamsbouw van iets van negentien en jullie konden me niet eens aan! Ik wed dat ik jullie wel aan had gekund als jullie hyperactieve, kleine kinderen zouden zijn geweest. Als we Ashtons gezondheid van nu dan niet meerekenen, hè.' 'HÉ! Ik sta hier hoor!' 'Dat weet ik, daarom zeg ik het ook.' 'DUDE! RUDE!' 'Kan me niet schelen. 'Oké, genoeg geruzied nu. Michael, ga je gang. Ze weet nu écht te veel, veelste veel...' Met grote ogen kijk ik naar de derde vampier genaamd Michael die met een grote grijns op me afkomt. 'NEE! MAAK ME LOS! LAAT ME GAAN!' roep ik terwijl ik wild aan de touwen ruk. Ruw word ik gedwongen Michael aan te kijken. Wanhopig kijk ik weg. 'KIJK ME AAN!' brult hij hard waardoor ik hem verschrikt aan kijk. Direct word ik opgezogen door de beeldschone beelden in zijn ogen.....
Sophie pov.
'QUINTEN! GEEF TERUG, JIJ IRRITANT KIND!' schreeuw ik boos terwijl ik half buiten adem achter hem aan ren terwijl hij al lachend mijn beanie omhoog houdt. 'QUINTEEEENNN!' roep ik nog een keer terwijl ik steeds slomer ga rennen en uiteindelijk buiten adem tegen de muur aan leun. 'Gaat het, Soph?' Vraagt Quinten bezorgd zodra hij voor me staat. Ik knik terwijl ik hem vermoeid aan kijk. 'Te.... veel....' 'Duidelijk, jij gaat zo niet naar huis toe. Ik ga je brengen.' 'Maar... mijn... fiets...' 'We gaan ook op jouw'n fiets. Mijne haal ik later wel op.' Ik wil mijn mond opentrekken maar Quinten bedekt met zijn hand mijn mond. 'We doen het zo, punt. En nu, op naar hui-' 'Ik breng haar wel.' Klinkt een bekende stem achter een met grote ogen kijk ik naar degene die een tot aan zijn ogen boven Quinten uitsteekt, Calum. 'N.... Nee... dat hoeft... niet...' 'Maar ik doe het graag. En bovendien heb ik je een beetje verkeerd behandeld dus dat wil ik goedmaken.' Zegt Calum terwijl hij naast Quinten gaat staan en me een speelse knipoog schenkt. Direct voel ik mijn benen veranderingen in pudding. Shit, dit is echt niet goed. Nu al verliefd en we zijn nog geen eens mates. Nou ja, eigenlijk zijn we dat wel alleen weet hij dat nog niet en dus is die band nog geeneens begonnen, ten minste dat denk ik.... Hoeveel weet ik nu over mates af? Niet veel, in ieder geval. 'Kom je?' 'Huh?' 'Kom, ik breng je naar huis. En morgenochtend haal ik je op want je fiets zal hier blijven staan.' 'Maar-' 'Ik ga je echt niet ontvoeren ofzo. Ik breng je gewoon naar huis. Ga je mee?' Vraagt Calum terwijl hij me zijn hand toesteekt en dat trekt mij over de streep. Ik grijp zijn hand vast en laat me door hem wegleiden van Quinten terwijl ik eigenlijk alleen maar naar hem staar en fantaseer over hoe verdomd knap hij eigenlijk wel niet is... Wacht, waar is Maaike? Haar heb ik de hele tijd al niet meer gezien... Ook niet in de lessen. Ik ben uiteindelijk te weten gekomen dat ze in de pauze is gaan joggen maar daarna is ze ook niet meer op school gekomen om me te begeleiden dus heb ik met heel veel moeite alle lokalen zélf weten te vinden, waar ik dan wel verdomde trots op ben. Al waren de leraren minder onder de indruk, stelletje gevoelloze apen. 'SOPHIE! MAAIKE DAN? STRAKS IS ZE HIER EN DAN BEN JIJ ER NIET!' Roept Quinten voor hij mijn pols vastgrijpt en me naar hem omdraait. 'Ik weet het niet... Ze was er de afgelopen uren ook niet voor mij waardoor ik een stel boze, gevoelloze apen op mijn dak heb gekregen en een knallende koppijn. Al weet ik niet zo zeker of dat alleen maar komt door alle lokalen bij mezelf uitzoeken.' 'Ik heb volgens mij nog wel aspirines in de auto liggen.' Zegt Calum vriendelijk glimlachend. Bevreemd kijk ik hem aan. 'Waarom heb jij aspirines in je auto liggen? Wat zíjn aspirines überhaupt?' Nu is het Calum die me stomverbaasd aan staart. En wel zolang dat ik me ongemakkelijk ga voelen onder zijn blik en zenuwachtig met de onderkant van mijn trui begin te klooien. 'Calum...' zegt Quinten uiteindelijk waardoor ik hem een dankbare blik toewerp. 'Eh, wat? Sorry, ik was er even met mijn gedachtes niet bij.' 'Dat zagen we, ja.' Zegt Quinten droogjes terwijl hij Calum neutraal aan kijkt. 'Dat is dan mooi voor jou.' Snauwt Calum voor hij weer begint te lopen, mij meenemend, wat ik eigenlijk totaal niet erg vindt. 'Sophie, Maaike dan?' 'Als Maaike bij haar zou willen zijn, dan zou ze hier nu wel zijn, hè.' Met grote ogen kijk ik Calum aan. 'Dus... dus Maaike wil niet bij me zijn?' Vraag ik terwijl ik een beknellend gevoel in mijn borst krijg. Calum lijkt zich te realiseren dat hij een fout heeft gemaakt en draait zich naar me om. 'Nee, ik denk dat Maaike eventjes wat probleempjes op te lossen heeft en dan komt ze weer naar jou en Quinten toe om jullie te irriteren, ik bedoel, plezieren met haar gezelschap.' 'Bedoel je nou irriteren of plezieren?' 'Plezieren.' Quinten snuift en kijkt weg, duidelijk chagrijnig. Waardoor zou hij zo chagrijnig zijn? Is dat mijn schuld? Of die van Calum? of die van Maaike? Of die van al die gevoelloze apen hier die zich leraren noemen? 'Kom, Sophie. Dan gaan we.' Zegt Calum waardoor mijn aandacht weer naar hem uit gaat. 'Kom.' Ik knik terwijl ik hem als een mak lammetje volg. Wat zou het ook uitmaken? Ik weet niet eens welke richting ik op moet, nou ja, deels. Ik weet het al beter dan gisteren. 'SOPHIE!' klinkt plots Maaikes stem door de gang. 'MAAIKE!' roep ik enthousiast. 'Waar was je?' 'Ik was joggen, alleen lette ik niet op de tijd en daarom was ik niet in de andere lessen, sorry.' 'Maakt niet uit, kan gebeuren.' 'Nou, kom je? Dan gaan we naar huis.' 'Ok-' 'Eigenlijk wou ík haar net naar huis brengen, hè Sophie?' Onderbreekt Calum me. Verbaasd kijk ik hem aan en dan herinner ik me het weer. 'O JA! Calum zou me inderdaad naar huis brengen.' Boos kijkt Maaike Calum aan maar ze zegt niks. Waarschijnlijk het verschil van macht tussen een Alpha en een normale weerwolf. 'Kom je, Sophie? Dan gaan we.' 'Als er iets gebeurd, vertel je het me.' Sist Maaike me zacht toe. Braaf knik ik en laat me dan door Calum wegtrekken van mijn vrienden. Als we buiten staan leidt Calum me naar een zwarte, duidelijk dure auto. Vol ontzag kijk ik hem aan. 'Is dít jouw'n auto?' 'Ja, vind je hem mooi?' 'JA! Welk merk is het?' 'Mercedes.' 'Ik heb echt geen idee welk merk dat nou precies maar wat maakt mij het ook uit.' 'SOPHIE!' roept Quintens stem achter ons en verbaasd draai ik me om. 'Ik had je beanie nog, hier.' 'Oh, thanks.' Zeg ik terwijl ik hem glimlachend aan kijk en mijn beanie aan pak en op zet. 'Wees voorzichtig.' 'Dat ben ik toch altijd.' Quinten grinnikt. 'Dat ben je nooit geweest.' 'ECHT WEL!' 'Eigenlijk kan jij daar niks over zeggen want jij weet niks meer van de tijd vóór je coma.' 'Hou je mond.' Zeg ik lachend voor ik in de auto stap en de deur dicht doe. Terwijl ik mijn riem nog om doe, scheurt Calum hard weg. Geschrokken slaak ik een gilletje terwijl ik snel de riem vastklik en me vastgrijp aan de stoel. Calum begint te lachen zodra hij mijn houding ziet en gaat slomer rijden. Langzaam laat ik me ontspannen en verplaats mijn blik naar buiten waar lantaarnpalen, huizen, lopers en soms een boom voorbij schieten. Gefasineerd kijk ik ernaar. Plots vult muziek mijn oren en verbaasd kijk ik terug naar Calum die met een tevreden glimlach voor zich kijkt. 'Waar komt die muziek vandaan?' 'Je weet toch wel wat een radio is?' Vraagt Calum duidelijk verbaasd. 'Ja, maar ik zie geen radio.' 'Oh, het is een ingebouwde radio, dit hier is de radio. Kijk maar, zo verander je het.' Direct klinkt er andere muziek door de auto. 'Wow.' Calum grinnikt. 'Je kan ook een cd opzetten. Als het goed is zit er in het vak voor je, wacht ik open het wel, ja, kijk hier. Dit is mijn cd-verzameling dus kies maar een cd uit en dan doen we die erin.' Nauwkeurig bekijk ik de cd's en kies uiteindelijk voor Dirty Work van All Time Low. 'Deze lijkt me wel leuk.' Zeg ik terwijl ik het hoesje aan Calum geef. 'Je moet hem eerst open doen en de cd eruit halen, anders kan hij er niet in.' 'Oh, ja. Wist ik wel hoor.' Zeg ik terwijl ik mezelf rood voel worden. Snel open ik het hoesje en haal de cd eruit. 'En nu?' 'Nu zet je hem op dit gleufje hier en duw je hem erin.' Ik doe wat hij zegt en trek geschrokken mijn hand terug als dat ding plots de cd zelf in zich slikt. 'Ik mag hopen dat dat hoort.' 'Wat hoort?' 'Dat dat ding uit zichzelf die cd opeet!' 'Oh ja, dat hoort. Kijk, dan klikken we hierop en dan komt als het goed is de muziek. Ah, daar is het al.' Verwonderd kijk ik naar het kleine ding dat volgens Calum een ingebouwde radio is. 'Dit is eigenlijk best wel leuke muziek.' Calum begint te lachen. 'Mooi, dan delen we dezelfde muzieksmaak.' 'Helemaal niet.' Zeg ik verontwaardigd. 'Oké, dan vinden we dezelfde band leuk qua muziek.' 'Oké, als jij het zegt.' Zeg ik terwijl ik mijn straat voorbij zie flitsen. 'Eh, Calum? We moesten daar in.' 'Weet ik.' 'Waarom gaan we daar dan niet heen?' 'Omdat ik eerst nog wat moet doen.' 'En waarom moet ik dan mee?' 'Omdat jij degene bent waar het allemaal omdraait.'
Zooo, nieuw hoofdstuk! Mijn toetsweek is voorbij, waar ik echt heel erg blij mee ben dus ik ga weer lekker schrijven!
Keep dreaming!
Me.
Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro