Chào các bạn! Vì nhiều lý do từ nay Truyen2U chính thức đổi tên là Truyen247.Pro. Mong các bạn tiếp tục ủng hộ truy cập tên miền mới này nhé! Mãi yêu... ♥

14.

Dave

Carlos duwde me.

Ik zit op de grond. Mijn ogen zijn gericht op die van Carlos. Hij zei niks, sterker nog, hij keek me niet meer aan na zijn actie. Aan zijn lichaamstaal te zien en de manier hoe hij naar de grond kijkt, onrustig en angstig, vertelde me dat Carlos in shock was.

En niet alleen Carlos.

Ik voel me misselijk en tegelijkertijd woede in me rijzen.

Wie heeft Carlos zo toegetakeld?

Zijn gezicht zag er niet meer uit. Zijn linker gedeelte lijkt weggevaagd, het is rood. Overrompeld en enkele stukken huid is volledig weg. Zijn oog lijkt kleiner en ik zie dat zijn lip is gescheurd. Zijn nek en haar lijken geen wonden te hebben, maar wanneer ik naar zijn schouders kijk schiet er een rilling door me heen. Zijn tshirt zit tegen zijn schouders geplakt, beloven onder bloed en huid.
De rest van zijn kleren is ook rood, gemengd met enkele blauwe en zwarte vlekken van het stof zelf.

"Carlos," ik duw mezelf van de grond af en stap naar hem toe. Ik laat me door mijn knieën zakken en probeer oogcontact te maken met de gewonde jongen.

Carlos reageert niet. Niet op mijn stem en niet op mijn beweging. Zijn ogen zijn nog altijd op de grond geslagen en zijn ademhaling lijkt versneld. Ik heb het fout. Carlos reageert onbewust. Hij lijkt een angstaanval te hebben maar gelijkertijd volledig geblokkeerd te zijn.

Ik besef dat contact leggen niet gaat werken en Carlos hulp nodig heeft.

Shit man.. Wat doe je in dit soort situaties.

Normaal gesproken zou ik naar beneden lopen en om hulp roepen.. Maar waarom zou ik? Het geeft me een slecht gevoel. Alsof deze mensen totaal niet te vertrouwen zijn. Anders hadden ze toch wel iets opgemerkt. Wie ziet nou niet dat zijn of haar kind volledig verbrand is?

Iemand die zijn kind verwaarloosd. En dat valt niet te zien om hoe Carlos overal behandeld wordt maar ook waar hij nu is. Liggend in een vochtige kamer op een vieze vloer.

"Carlos kun je staan?" Ik sta op en richt me ogen op hem. Opnieuw geen reactie.

"Kom," ik ga achter hem staan en hijs hem voorzichtig overeind. Carlos voelt warm en tegelijkertijd door zijn lichaamsbreedte heel sterk. Maar hoe sterk kan je hiervoor zijn.

Ik pak zijn hand beet die op zijn beurt weer koud aanvoelt. Ik leid hem naar beneden de voordeur uit. Het maakt me opgelucht dat ik niemand Ben tegengekomen. Met Carlos aan mijn zijde ga ik naar mijn auto.

...

"Je kunt niet naar binnen," een man met een witte labjas staat voor me. Ik mag hem nu al niet meer.

"Waarom niet?"

"Hij is nog niet bij. Je bent geen familie. We adviseren eerst om zijn fa-"

"Ik wil naar Carlos toe." Onderbreek ik hem. Mijn stem is duidelijk wat harder geworden want een aantal mensen binnen wachtkamer kijken op. "Het kan me niet schelen of ik wel of geen familie ben. Ik geloof ook niet of je die erbij wilt hebben."

"Pardon?"

"Welke kamer ligt hij." Ik kijk de man aan. "Ik heb hem hier gebracht en ik wil hem nu zien. Ik heb zes uur gewacht." Het is inmiddels avond en de hele dag heb ik rondgebracht in dit stinkgebouw. Ik ben moe en ik wil naar Carlos. Ze vertelde me dat het goed gaat, hij in shock leek te zijn en op bepaalde plekken derde graat verbrandingen had. Ze hadden hem meteen onder handen genomen naar de operatiekamer. Ze blijven me verzekeren dat alles goed is gegaan, maar ik wil Carlos zien. Ik wil met mijn blote ogen zien dat Carlos niet in angst is.

En het belangrijkste boven alles. Ik wil hem laten zien dat ik er voor hem ben.

Hij is niet meer alleen. En ik haat mezelf om te weten dat Carlos wel altijd alleen was geweest. Ik heb hem smerig behandeld en nooit erover nagedacht dat Carlos zo alleen is.

"Kamer 28," klinkt het plotseling. "Om de hoek van de klapdeur.

Ik knik naar de man en loop vervolgens naar kamer 28. Voor de deur haal ik diep adem, probeer ik mezelf voor te bereiden op wat er komen gaat en stap dan de kamer in. Het is wit, zo wit dat Carlos zijn donkere haren het enige puntje van kleur lijkt te zijn.

Ik stap naar hem toe. Een lichte teleurstelling borrelt naar boven wanneer zijn ogen gesloten zijn. Zijn gezicht is bepakt met verband en ook zijn schouders is meegenomen. Ik zie aan Carlos dat hij rustig lijkt te slapen. Hoe langer ik naar hem kijk, hoe onrustiger ik me vol.

Verschillende vragen spoken door me hoofd.

Wie heeft dit gedaan en hoe los ik dit op? Waarom is dit gebeurt en waarom wist ik dit niet eerder. Het is duidelijk dat Carlos hiervoor thuis was gebleven. Als hij zo op school zou aankomen weet ik zeker dat iedereen zich zorgen zou maken. Dit is niet meer menselijk en tegelijkertijd voel ik me opgelaten en kwaad. Hoever moet het komen voor Carlos geen kracht meer heeft om door te gaan?

Het mocht niet zo ver komen.

En daar zou ik voor zorgen.

Carlos pov.

Ik open mijn ogen en het eerst wat me volledig wekt is het witte licht in de kamer. Ik ben te moe om me af te vragen wat het hier zo helder doet maken, wie weet ben ik wel gewoon dood.

Mijn lichaam voelt loom maar raar genoeg goed. Iets wat ik niet verwacht had. Mijn spieren zijn niet meer stijf en mijn gezicht lijkt volledig verdoofd. Maar niet in een verkeerde zin. Na enkele minuten voel ik pas dat ik op een echt bed lig, in een geïsoleerde kamer zonder vocht.

Mijn ogen glijden naar een arm die om mijn lichaam ligt. Mijn hart komt plotseling tot leven en meteen voel ik me vreemd in mijn onderbuik.

Langzaam ga ik met mijn hoofd opzij. Het lome is in een klap verdwenen als Dave naast me ligt. Nog geen twee centimeter verwijdert van mijn gezicht.

"Goedemorgen," bromt hij.

Zolang ik weet is er niks goeds aan deze ochtend.

"Wat doe jij hier?" Mijn stem klinkt zwak en schor. Dave sluit zijn ogen en ik voel zijn arm wat om mijn lichaam heen ligt bewegen. Hij schuift een paar centimeter omhoog en zijn vingers kneden zacht tegen de dekens aan wat ik kan voelen.

"Dat mag ook best wat aardiger hoor." Zegt Dave.

"Waarom zou ik?" Het eerste wat in me opdoemt is Dave die Rachel om haar middel beet had. Hoe ze naar elkaar glimlachtten en hoe ik.. Verdomme!

"Dave, rot op!" Ik wil overeind schieten maar zijn arm houdt me stevig beet. Mijn buik begint hevig te kriebelen en ik ben ervan bewust dat mijn wangen rood kleuren, en nee. Kon ik maar zeggen dat het van de verbranding kwam. Verdomme, ik haat dit gevoel.

"Rustig aan." Sust hij. Ik voel hoe hij zijn hoofd dichter tegen de mijne aanlegt en zijn hand me streelt.

Niks rustig aan, nog even en ik krijg een toeval.

"Wat doe je hier?" Begin ik opnieuw. Rustig worden kan ik niet, verdomme. Zeg het mooi even tegen iemand die je een dag of twee geleden voor schut hebt gezegd. Prachtig Dave, ik en rustig. Vertel me nog een grap.

"Misschien is het beter om te vertellen wat jij hier doet." Dave zijn adem kriebelt in mijn nek. "De helft van je gezicht is verbrand en een deel van je schouderblad. Ik heb je hier heen gebracht, anders kwam het nooit goed."

Nu pas merk ik echt op dat ik niet thuis lig. Natuurlijk, waarom zouden ze me thuis een warm bed geven en een schone kamer?

Pfoe, ik zou nog bijna denken dat ze me zouden verzorgen.

"We zijn in het ziekenhuis," helpt Dave me. "Man, je was er slecht aan toe. En in shock."

"Ja, vind je dat soms gek?" Ik probeer mijn wenkbrauwen op te trekken maar het werkt niet helemaal. Langzaam hef ik mijn rechterarm omhoog en probeer ik aan mijn gezicht te voelen. Ik voel papier, wat me vertelt dat ik verpakt ben in verband.

"Derdegraads wondingen," gaat Dave verder. "Maar ze zeggen dat het goed moet komen, althans. Geen bacteriën of iets. Hoe het eruit gaat zien weten ze niet."

"Het boeit me totaal niet hoe ik eruit zal zien," mompel ik bitter. "Ik geef niks om mijn uitlerlijk, zolang ik straks maar kan dansen."

"Maar ik geef wel om je uiterlijk." Ik voel Dave zijn lippen bijna mijn nek raken en ik zweer je, die rillingen die hij me geeft laat zelfs mijn verwondingen bevriezen. "Je bent heel knap."

Mag ik huilen nu?

Totaal overrompeld sluit ik mijn ogen. "Ga je weer opnieuw beginnen met je spelletjes?" Ik hou mijn adem in als ik zijn lippen tegen mijn huid aan voel branden.

"Niks spelletje," bromt hij zacht. Ik voel hoe ik mijn benen optrek bij het prettige kriebelende gevoel in mijn nek. Toch om mezelf niet opnieuw tegen te komen, draai ik mijn hoofd weg. Dave laat me niet los. Niet dat ik dat had verwacht. Ik voel hoe hij zijn arm wat naar boven glijdt, over de dekens heen. Vervolgens verdwijnt hij onder de dekens en voel ik toch echt zijn hand op mijn blote bovenarm. "Vanaf nu ben ik er voor je, dat beloof ik."

Mijn hart bonkt in mijn keel en ik weet totaal niet wat ik ermee moet. Mijn lippen worden droog en eigenlijk wil ik nee zeggen. Hem wegduwen en hem mooi vertellen dat ik er klaar mee ben. Niet opnieuw wordt ik een onderdeel van zijn spelletjes.

Maar het lukt me niet.

"Oh, ben je bij?" Een blonde vrouw verschijnt in de deuropening. Ze heeft een witte blouse aan en een spijkerbroek. Ze lijkt jong maar net oud genoeg om te spreken van een zuster. Ik kijk naar der en besluit te zwijgen.

"Heb je honger?" Ze loopt naar me toe. "Sorry," dan glimlacht ze. "Ik ben Michelle Wilms, ik hou deze afdeling in de gaten. Zo meteen zal ik de dokter ophalen, dan kan hij je uitleggen wat er allemaal is gebeurt." Stelt ze zichzelf paraat. Ze klinkt aardig. "Zal ik eten voor je halen?"

"Nee," wie weet gaan ze me verbrand eten voorschotelen.

Hah.. Snap je hem..

"Het is verstandig als je gaat eten," gaat ze verder. Ik mag haar nu al niet meer.

"Haal maar op, ik voer hem wel." Zegt Dave.

Verdomme David..

"Hij voert me helemaal niet!" Ik schiet overeind en een pijnscheut schiet door mijn schouders. Ik kreun, vloek zacht maar weerhoud mezelf om naar mijn schouders te grijpen.

"Ja, dat moet je niet doen hé." Dave klinkt vrijwel geamuseerd. "Zal ik jou eens doen!" Ik draai me woest om en doe nog net moeite om hem geen stomp in zijn gezicht te geven. Ik zal hem eens laten zien hoe geen tanden hem zullen staan.

"Laten we dat maar eens bewaren voor een andere keer." Dave geeft me een knipoog en in mijn ooghoeken zie ik de jonge vrouw naar ons duimen.

Man.. Wat is dit?!

"Ik wist wel dat jullie een stel waren," ze glimlacht van oor tot oor. "Ik heb anders nog nooit een jongen zo lang zien wachten, die geeneens aangesteld is voor familie. Twee dagen heeft hij hier gewacht van s'ochtends vroeg tot s' avonds laat."

Twee dagen was ik weg?

En Dave heeft gewacht.

En.. Toegekeken?!

"Creep!" Spuug ik hem chagrijnig toe.

Hij grijnst naar me en heeft zijn armen onder zijn hoofd geslagen. Zijn armspieren lijken er breder door. "Ik had op de gang gewacht hoor. Rustig maar, prinses."

"Ik haal het eten!" De vrouw sprint opgewonden weg.

"Je bent gestoord, nou. Rot op mijn kamer uit." Ik wijs naar de deur voor alle zekerheid, zodat Dave de boodschap begrijpt. Maar blijkbaar begrijpt hij het toch niet zo goed, want hij pakt mijn hand beet. "David," grom ik waarschuwend.

"Man, je bent echt sexy als je kwaad bent." Hij trekt me dichter na zich toe en plotseling ben ik twee millimeter van zijn lippen verwijdert. "Wacht maar tot ik je ga voeren." Zijn stem wordt lager en zijn grijns wordt breder.

Ik wil niet eens meer weten in wat voor context hij dit bedoelt..

___________________________
IS ER AL EEN SHIPPIESNAAM?!

Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro