
48. Controle
De onzekerheid was het ergst. Het was fijn om te weten dat er iets stond te gebeuren, al wist je dat er geen uitweg was. Wanneer je tussen vier spierwitte muren zat en de dreiging als een steen in je lichaam wegzonk was het een kwelling. Lennon beende onrustig heen en weer. Rynn was nog nergens te bekennen. Kwam ze überhaupt wel? Hij zou het haar niet kwalijk nemen als ze wegbleef. Hij probeerde de gedachten uit zijn hoofd te schudden, maar dat lukte hem niet. Wat als ze hier probeerde te komen, maar Wodash haar had gevonden?
'Laat je niet gek maken door de witte muren, Lennon,' zei Declan met een zachte krakende stem. 'Als je dat toestaat, is er geen weg terug.'
'Ik ben niet gek aan het worden,' verzuchtte Lennon, terwijl hij heen en weer beende. Hij was enkel bang.
'Dat zeg ik ook niet, maar ik weet wat voor een impact zo'n kleine cel kan hebben op je gedachten. Er is nu niks dat we kunnen doen. Probeer je geest leeg te houden, anders overspoelt het je.'
'Ik voel dat ze eraan komen. Dan is het lastig rustig te blijven.' Hij keek nerveus naar de deur. 'Als er nog iets is wat je wilt doen, zou ik me haasten. Onze tijd is bijna op.'
Declan schudde zijn hoofd. 'Alles wat ik wilde doen, heb ik gedaan. En voor alles wat ik nu nog zou willen doen, is geen tijd meer. Dat is oké.' Zijn ogen stonden somber. Zo oké leek het niet.
Lennon beet op zijn lip. Een kleine pijnscheut schoot door zijn vlees zodra zijn tanden het dunne vel doorboorden. 'Het is lastig om vrede te vinden als je weet hoe groot het onrecht is.' Tranen welden op in zijn ooghoeken. Hij staat ze niet toe over zijn wangen te rollen. Het ging mislukken, Alles waar ze voor gestreden hadden was uitgelopen tot niets. Was deze misschien zijn leven echt waard? Hij was gelukkig geweest voordat hij bij de groep was gekomen, probeerde hij tegen zichzelf te liegen.
Even was het stil. 'Lennon,' zei Declan dan. 'Er is iets wat ik je niet verteld heb.' Hij keek naar beneden en trok een loshangend velletje van zijn vingers af.
Lennon keek hem aan. Pijn stroomde door de man als een rivier. 'Vertel het maar, ik weet dat het slecht is.' Hij was al lang verdronken.
'Nisara gaat mij vermoorden. Wat je ook doet, probeer me niet te redden.' Hij keek Lennon met zijn doordringende ogen aan. 'Het is het niet waard.'
Het moment had moeten voelen alsof alle puzzelstukjes op hun plek vielen. Daarna zou hij een of andere geweldige ingeving moeten krijgen die alles veranderde. Dat is hoe het in alle goede boeken ging.
Maar dit was een slecht verhaal. Het gebeurde niet. Alles wat hij voelde was stilte, hoewel zijn magie nog steeds klopte. Zijn vermoeden was waar geweest. Hij zou geen held zijn in dit verhaal. Hij was degene die het monster zou maken. Geen heler, maar iemand die alles kapot zou breken. Hij wil schreeuwen dat hij naar Declan zou luisteren, enkel wist hij dat het een leugen was. Magie was een vloek. 'Ik heb er geen controle over,' fluisterde hij zo bang dat zijn normaal kalm klinkende stem piepte.
'Lennon...' De man stond op en pakte Lennon stevig bij zijn schouders vast. 'Wat je ook doet, gebruik je magie niet op mij. Hoe moeilijk het ook is, doe het niet. Dit is niet het moment om controle te verliezen.'
'Ik heb er geen controle over,' herhaalde hij. Declan begreep niet wat er gaande was. Zijn magie was sterker dan hij. Zijn kracht was een monster verborgen in een mantel van goedheid. Een wolf in schaapskleren.
'Je zal wel moeten. Doe wat nodig is, maar als jij je magie gebruikt, ontstaan er niet één, maar twee monsters. Dat is exact wat Nisara wil en dat mogen we niet laten gebeuren. Ik heb geen idee wat er staat te wachten als ik in een monster verander, maar veel goeds kan het niet zijn.'
'Declan, ik wil het niet, maar mijn kracht luistert niet naar mij. Je kent de vloek van magie. Hoe sterker je gave hoe groter zijn wil. Ik kan met mijn magie meegaan of er mee samen werken, maar er tegenin gaan is geen keuze.' Lennon beet nog harder op zijn lip. Zijn mond vulde zich met de smaak van bloed. 'Als een ketting niet sterk genoeg is om het te stoppen, wat dan wel?'
'Jijzelf.' Een enkel antwoord. Een simpel klinkend antwoord. 'Het spijt me echt, Lennon, maar je mag het niet doen. Als ik kon had ik het van je overgenomen, maar zo werkt het niet.' Het was een onmogelijk dilemma en Nisara wist er goed gebruik van te maken. Vals en slim als ze was.
'Ik zal het proberen.' Het was het enige dat Lennon kon zeggen. Hij was liever gestorven, maar dat was oneerlijk tegenover Declan. De man had al zoveel pijn gekend. Dit was zijn eigen pijn, een lot dat hij onder ogen moest komen. Al maakte het hem banger dan de monsters dat deden. Hij was zijn eigen ergste nachtmerrie. Had Wodash van zijn lot geweten toen het wezen de woorden sprak? Of was het een waarheid die er altijd al op had gewacht op aan het licht te komen?
Plotseling klonken er voetstappen op de gang. Nog voor de deur open ging, wist Lennon dat ze voor hen kwamen. Hij liep naar achteren en ging tegen de muur staat alsof die hem kon beschermen.
Twee brede mannen in een Reversoutfit verschenen in de deuropening. Alles aan hen leek normaal, behalve hun pikzwarte ogen. Rico verscheen achter hen, met donkere kringen onder zijn grijze ogen. Hij had een grijzige huid. Hij grijnsde naar Lennon, al klopte er niks aan zijn lach. 'Hallo Sunshine,' lachte hij. 'Klaar voor een uitstapje?'
Lennon wierp een blik op Declan zodat hij niet naar de jongen hoefde te kijken. Het was beter om niet te reageren. Woorden gingen hen niet helpen. Niemand luisterde naar tot de dood veroordeelden.
Rico kneep zijn hand tot een vuist, waardoor de twee Revermonsters naar voren stapten. Als marionetten betraden ze de ruimte en greep de een Lennon en de ander Declan die zonder tegenstribbelen meeliep. Hij wist allang dat dit eraan zat te komen. Vechten had geen zin en kostte alleen maar meer energie. 'Nisara wacht op jullie,' zei Rico met een grijns, terwijl hij de Revermonsters de cel uit stuurde, de trap op. 'Misschien worden jullie dan van mij.'
De lach op het gezicht van de jongen voelde vreemd en onoprecht. Alsof het slechts een masker was. Iets wat verkruimelde als echte emoties hem overspoelden. Lennon zuchtte geluidloos. Wie was hij om mensen te veroordelen om een masker? Deed hij niet precies hetzelfde met zijn tatoeages en kledingstijl? Iedereen droeg maskers, omdat pijn en kwetsbaarheid iets was wat verpletterd werd. Al helemaal vandaag. Hij kon zichzelf niet toestaan om iets te voelen. De gedachte werkte averechts, want zijn magie versnelde direct. Het was paniekerig als een geschrokken hert.
Na twee trappen en een witte gang kwamen ze in een lege, raamloze ruimte. Nisara stond in het midden van de kale witte ruimte. Enkele figuren in Reveruniform stonden aan de zijkanten, met hun armen over elkaar gevouwen. Sommigen hadden zwarte ogen, maar de meesten zagen slechts zwart van angst, terwijl ze hun best deden zich groot te houden. Ook Rico's stoere houding, leek te verdwijnen toen Nisara in beeld kwam.
De vrouw stapte naar voren en keek naar Declan. Toen gleed haar ijzige blik naar Rico. 'Zorg ervoor dat je de grote met meerdere kettingen vastzet. We willen geen loslopend wild.' Een klein glimlachje krulde op haar lippen. Rico knikte snel en gebaarde naar een kleiner monster dat vertrok en een minuut later terugkwam met kettingen. Het was vreemd om de monsters zo mak te zien, in handen van een "jochie", dat zelf ook langzaam in een monster leek te veranderen.
Nisara's blik schoot naar Lennon. 'Als je meewerkt is het zo voorbij,' zei ze, alsof ze zijn angst kon voelen. Ze maakte een los handgebaar naar twee Revers die in de hoek stonden. De twee mannen kwamen als standbeelden tot leven en stapten met grote passen op Lennon af.
Lennon probeerde zich op zijn adem te focussen. Hij moest rustig blijven. Als hij zijn magie ging gebruiken zal het meer pijn doen dan wonden genezen. Hij kon de controle niet verliezen, al was dat een onmogelijke opdracht.
Twee Revers met zwarte ogen grepen hem aan weerszijde vast. Bijna alsof twee standbeelden naast hem stonden. Met een starende lege blik keken ze vooruit, wachtend op instructies. Ze waren een stuk minder eng nu ze als robots bestuurd werden, al wist Lennon dat dit veel gevaarlijker was.
Zodra Declan aan de andere kant van de kamer met zware kettingen vastgemaakt was, liep Rico op Nisara af. De lach was van zijn gezicht verdwenen. Nerveus keek hij naar de vrouw, alsof hij wist dat ook hij niet onoverwinnelijk was.
'Waar wacht je op? Laat ze hem vastbinden,' commandeerde Nisara. Hoewel ze haar stem niet verhief klonk ze dreigend.
Gelijkmatig kwamen de Revers, zodra Rico hen aanstuurde, in beweging. Hun blik was gefixeerd op een punt. Ze grepen Lennon vast en trokken hem achteruit, richting de hoek van de ruimte waar meerdere spiegels aan de muur hingen. In de muur was ook een haak bevestigd met een metalen ketting eraan. Een derde Revermonster greep de ketting, klikte het rond Lennons enkels en plaatste hem voor de spiegelwand. Lennon had geen ruimte om ver weg te bewegen van de wand, daarvoor was de ketting te kort. Toen Lennon eenmaal vastzat, zette de Revermonsters een stap achteruit, weg van de heler.
Het ijskoude glas brandde tegen zijn warme huid. Hij sloot zijn ogen en probeerde de ruimte weg te denken. Soms was duisternis beter dan de realiteit. De nacht was een stuk minder eng nu de dag in een monster was veranderd. Zijn magie klopte luid terwijl hij probeert te vergeten dat Declan hier zat. Zijn handen trilden.
'Nacean,' klonk de scherpe stem van Nisara. 'Volgens mij ben je wel bekend met Lennon?'
Zijn ogen schoten open bij het horen van de naam. Een beeldschone vrouw met een blauwachtige gloed verscheen in een van de spiegels. Een glimlach kroop op haar gezicht. 'Ik heb hem gemist,' kirde ze met een zangerige stem.
'Dat dacht ik wel,' zei Nisara met een tevreden stem. Ze stond in een ruimte vol monsters, maar had alle controle. 'Laat het weten als hij gebroken is.'
Nacean knikte. 'Mag ik hem hebben als hij dood is?' vroeg ze. Met een dromerige blik keek ze naar Lennon. 'Het is zo eenzaam aan deze kant.'
'Dat zullen we dan wel zien,' Nisara glimlachte onschuldig. Iets waar ze niet goed in was. Lennon hoorde de dreiging in haar stem.
'Maak je geen zorgen, Lennon, je bent in goede handen.' Ze strekte haar arm door de spiegel en streek zachtjes langs Lennons wang. Een rilling trok door zijn lichaam. Ze gniffelde zangerig in zijn oor. 'Ik wil hem hebben, anders gaan we dit niet doen.'
Nisara wierp een blik op Rico. 'Dwing dat wezen. Ik hou er niet van als mijn marionetten zich niet aan mijn regels houden.'
'Ik doe mijn best!' Rico knarste zijn tanden op elkaar en kneep zijn ogen tot spleetjes. Toch leek er weinig te veranderen aan Naceans houding.
'We doen het op mijn manier, of helemaal niet.' Nacean sloeg haar arm om Lennon heen en hield hem vast. Zijn rug werd tegen het spiegelglas gedrukt. Angst sidderde als een slang door zijn lichaam. Hij was verdronken en zonk naar de bodem van zijn hart. Wat zou hij daar vinden?
Nisara's ogen vormden spleetjes. 'Je krijgt hem,' perste ze er toen uit. Haar stem trilde van woede. Even leek haar controle in spiegelscherven uiteen te zijn gevallen.
Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro