
16. Als krachten botsen
Met een zachte klap belandden ze in het gras. De sprieten gleden langs hun huid. Ze lagen veel verder van de zandweg dan zou moeten. Geschrokken keek Lennon naar de kapotte motor en het stilstaande busje met een deuk in de motorkap. Daar hadden zij tussen moeten zitten. Hij kwam overeind en veegde de modder van zijn broek. Toen wierp een bezorgde blik op Kyle. 'Ben je oké?'
Kyle ging rechtop zitten en schudde zijn hoofd wild, waardoor er grassprietjes uit zijn haar dwarrelden. 'Ik wel.' Toen ging zijn blik naar de motor. Hij trok een pruillip en keek sip naar het voertuig. 'Ik denk niet dat die mevrouw haar motor nog in heel weer terugkrijgt. Denk je dat ze het erg vindt?'
'Maak je daar geen zorgen over.' Lennon stond op en keek naar de donkere rookpluimen die van de voertuigen afkwamen. 'Dat was cool, maar doe het alsjeblieft nooit meer.' Met het pistool in zijn hand liep hij richting het busje. Zijn hart bonsde in zijn borst en zijn magie klopte mee.
Kyle zette een glimlach op en knikte. Hij probeerde overeind te komen, maar wankelde erg op zijn benen. Het kostte hem dan ook even voordat hij zijn evenwicht weer gevonden had. Voorzichtig zette hij een stap naar voren, maar direct begaven zijn knieen het. Hij steunde met een hand op het vochtige gras, terwijl hij overeind probeerde te blijven staan. 'Poeh!' riep hij uit, terwijl hij probeerde te lachen. 'Wie had gedacht dat jij zo zwaar was. Misschien moet je wat minder eten, dan ben ik wat minder moe.'
'Ga zitten, jij hebt jouw taak gedaan,' zei Lennon streng, de opmerking negerend. Kyle had te veel van zijn kracht gebruikt, enkel was er geen tijd om de jongen te helpen. Hij moest naar Rynn toe voor het te laat was.
'Ja baas!' zei Kyle saluerend, terwijl hij in het gras plofte. Een kreunt ontsnapte uit zijn mond. Hij hield de schijn op, maar hij was echt kapot.
Declan, die zijn pick-up truck aan de kant van de weg stil had gezet, rende op hen af. 'Waar zijn jullie mee bezig?'
Lennon kon niet horen of hij boos was of juist onder de indruk. 'Rynn bevrijden, ga jij naar voren? Ik ga aan de achterkant het busje in,' riep Lennon gehaast terwijl hij het handvat van de deur vastgreep. Het geschreeuw aan de binnenkant maakt zijn magie onrustig. Dit was niet goed.
Declan wierp een vluchtige blik op de uitgetelde Kyle, die in het gras lag en wat grassprietjes aan het plukken was. Toen draaide hij zich om en haastte zich naar het Reversbusje toe.
Lennon haalde diep adem, voor Rynn. Toen trok hij de deur met een ruk open. 'Iedereen handen omhoog. Wie niet luistert schiet ik neer.' Hij schrok van zijn eigen stem. Zijn handen trilden, maar hij bleef het pistool stevig vasthouden terwijl hij het busje rondkeek op zoek naar Rynn.
Hoofden draaiden zijn richting uit. Hun ogen waren wijd en met angst gevuld. Het busje was een grote chaos. Helmen lagen her en der verspreid. Sommigen zaten niet meer op de bank maar ervoor of ernaast. Zowel de Vantra als Revers leken bang. Voor hem, realiseerde Lennon zich. Hij was een monster in hun ogen.
Het meisje dat naast haar opa zat, wierp haar handen in de lucht, waardoor kleine bloemetjes uit het gras achter de heler groeiden. De oude man legde zijn hand op haar schouder en fluisterde wat in haar oor.
Een Rever lachte schamper. Langzaam reikte hij naar zijn taser die op z'n zij hing. 'Hij is alleen, die kunnen we wel hebben. Dood alleen als je niet anders kan. Hoe meer we in leven houden, hoe beter het is,' klonk een honend klinkende mannenstem vanuit de laadbak. Ze leken hun angst te proberen te verbergen. Zijn blik gleed door de krappe ruimte, naar zijn collega's en maakte een ruw hoofdgebaar.
Lennon voelde de moed naar zijn schoenen zakken. Hij had geen kogels en zijn gave was niet sterk als die van Declan of Rynn. Het enige wat hij kon is helen. Wat deed hij hier? Waarom hield hij een pistool vast? Zo kon hij enkel dingen breken.
Een meisje met bruine lokken van Rynns leeftijd zat naast Rynn, die met gesloten ogen op haar stoel zat. Haar hoofd bloedde een beetje. De jonge jongen zat met opgekrulde knieen angstig op zijn stoel.
Toen klonk een bekende stem. 'Buiten zijn meer Vantra. Vergeet niet dat ze wraaklustig zijn.'
Een schok ging door Lennon heen zodra hij de beige jongeman zag. Door zijn donkere Revers uniform ging bijna op in de achterkant van de bus. Wat deed hij hier? De heler wist het antwoord. Waarom zou hij er niet zijn?
Buiten klonken meer gedempte stemmen, waarna er luid op het metaal van de wagen gebonsd werd. 'Schiet op, we hebben weinig tijd,' riep Declan van buiten.
'Iedereen werp je wapens op de grond!' schreeuwde Lennon, gewaarschuwd door de leider. Hij zwaaide met het pistool de ruimte rond.
Een Rever, die het dichtste bij Lennon zat, bewoog langzaam naar zijn wapen. Zijn ogen waren strak op de ruige vent gericht. Toen greep het wapen vast en boog voorover om het wapen neer te leggen. Plotseling greep hij naar zijn taser, drukt het knopje in en haalde uit.
Een golf van pijn schoot door zijn lichaam. Direct klapte hij voorover en zakte naar de grond. Hij had het kunnen weten. Deze Revers waren goed getraind. Waarom was hij hier aan begonnen? Niemand had Lennon ooit geleerd om te vechten.
Plotseling schreeuwde een Reverstem: 'Ik zie niks!'
Een ander viel hem bij: 'Wat is dit?'
'Kom op!' riep de gehavende man. Hij trok Rynn uit haar stoel en duwde het kleine meisje dat bloemen deed groeien voor zich uit. Haar opa volgde haar naar buiten.
Rynn knipperde met haar ogen en kreunde zacht. Haar hand ging naar haar hoofd en zag het bloed op haar vingers. Het meisje met de bruine krullen ondersteunde haar en hielp haar naar buiten. Een voor een renden de Vantra uit de wagen, de vrijheid in. 'Ik houd het niet lang vol,' zei de man met de vele wonden in zijn gezicht tegen Lennon. Hij probeerde Lennon nog overeind te trekken, maar hij leek de energie er al bijna niet meer voor te hebben.
Lennon kwam wankel overeind en griste het pistool van de grond. Hij zette het tegen het hoofd van de zongebruinde Rever. Zijn magie schoot door zijn hand het probeerde zijn arm weg te duwen. 'Als iemand nog streken uithaalt, gaat hij eraan.' Het kostte Lennon moeite om de trilling in zijn stem te verbergen. 'Lopen,' siste hij tegen de Rever die hij maar al te goed kende. Hopelijk zou Delano het hem vergeven.
'Lennon,' siste de man. 'Ik ben het...'
Hij negeerde zijn stem en trok hem aan zijn zwarte jas mee naar buiten. Hij slikte zijn angst weg en keek om zich heen. Declan probeerde de paniekerige Vantra en Declan in de auto probeert te stouwen. Kyle zat met een bleek gezicht op de bijrijdersstoel.
Lennon duwde de Rever richting het bos, om aan hun zicht te ontsnappen. Toen liet hij het pistool zakken. Het voelde alsof er een steen van zijn arm viel. 'Als je slim bent, vlucht je nu snel weg, Delano. Ik heb geen kogels, maar de rest is minder onschuldig.' Het lukte hem hem niet om zijn paniek nog langer te verbergen.
Twijfel sloeg toe. Delano's bruine ogen gingen naar zijn collega's en toen naar Lennon. Zijn kaken verstrakten. Hij haalde diep adem, schudde licht zijn hoofd en trok toen zijn jas uit en zette zijn helm af, waardoor zijn donkere krullen zichtbaar werden.
De heler volgde zijn blik. 'Ze redden het wel, het zijn slimme, goed getrainde kerels. De Vantra kunnen het zich niet veroorloven hen iets aan te doen zonder zichzelf in gevaar te brengen.'
Alsof dat alles was wat hij moest weten, liet Delano zijn jas op de grond vallen en wierp zijn helm een eindje van hem vandaan. Met een indringende blik keek hij Lennon aan. 'Ik ben je dankbaar dat je me na al die tijd nog helpt, maar ik waarschuw je, Lennon: als ik de enige overlever ben, houdt die vriendschap hier op.'
'Je weet dat ik een heler ben, geen moordenaar.' Lennon stapte achteruit. Zijn oude vriend was anders dan vroeger.
'Het maakt me niet uit of het bloed aan jouw handen kleeft of aan dat kind,' siste hij. 'Bloed is bloed, moord is moord en Vantrum is Vantrum.' Zijn lippen vormden een streep, zijn ogen stonden scherp.
'Waarom dwing je me dan om dit te doen? Vrienden zijn vrienden, kinderen zijn kinderen en onrecht is onrecht.' Hij stapte verder bij de Rever vandaan. Iemand die niet gaf om de levens van de mensen om wie hij gaf was zijn vriend niet.
'Ik respecteer je, Lennon. Vanaf de dag dat je me hielp toen ik in de knel zat, maar dat is mijn familie,' zei Delano wijzend naar de weg. 'Net zoals die rebelgroep de jouwe is geworden. Jij koos jouw weg en ik de mijne.' Delano draaide zich om en liep het bos dieper in.
Lennon knikte zacht. Toen draaide hij zich ook om. Als Delano hem echt had gekend, had hij geweten dat de heler geen familie had. Of was dat veranderd? Misschien begon hij wel net zo te worden als de anderen, net als Declan.
Zonder een woord te zeggen rende hij naar de auto. Takken schuurden langs zijn armen terwijl hij de struiken uit stapte. Om de Revertruck lagen een aantal Revers op de grond. Sommigen waren nog bij zinnen, anderen lagen met gesloten ogen op de grond. Iedereen ademde nog, maar ze zagen allemaal bleek. Nergens lag bloed, niemand leek gewond. Of was dat gezichtsbedrog?
Lennon keek er hoofdschuddend na en klom in de overvolle laadbak van Declans auto. Het voelde alsof hij Delano definitief kwijt was. Al waren ze elkaar waarschijnlijk al lang geleden verloren. Hij was blij dat zijn bivakmuts zijn gezicht afschermde, want het huilen stond hem nader dan het lachen. Rynn was vrij, deze mensen waren vrij en dat was goed. Waarom voelde het niet zo? Zijn magie klopte met zijn onrustige gedachten mee. Soms leek het alsof zijn kracht zich van zijn pijn voedde.
Een hand klemde de zijne vast. 'Hé, het is oké,' zei Rynn. Ze keek hem aan met haar bruine ogen en glimlachte. Het bloed had ze van haar hoofd afgeveegd. 'We zijn oké. Declan heeft niemand vermoord. Niet dat ik weet wat hij wel gedaan heeft, maar iedereen is oké.' Zacht kneep ze in zijn hand.
Lennon trok de muts van zijn hoofd en keek haar aan. Het koste hem moeite om de zijn emoties binnen te houden, maar hij mocht nu niet breken. Zijn magie zou hem dan afstraffen. Een klein woordje rolde over zijn lippen. Het was meer voor Delano bedoeld, dan voor Rynn. 'Sorry.'
Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro