Chào các bạn! Vì nhiều lý do từ nay Truyen2U chính thức đổi tên là Truyen247.Pro. Mong các bạn tiếp tục ủng hộ truy cập tên miền mới này nhé! Mãi yêu... ♥

In handen van Jenava (Kingdom)

Welkom bij deze Kingdom fanfictie. Ik heb dit verhaal oorspronkelijk geschreven voor een wedstrijd, maar ik vond hem te leuk om hem niet online te gooien (mensen die niks met kingdom hebben begrijpen het meeste niet xD).

Langzaam schuifel ik achteruit. Dit was een slecht plan. Een heel slecht plan. Hij trekt zijn zwaard en loopt naar me toe. Hij straalt pure woede uit, zijn gedeeltelijk zwarte gezicht is angstaanjagend en hij kijkt moordlustig naar me. Ik wil me omdraaien en wegrennen, maar stap op de zoom van mijn jurk en val met mijn gezicht in het warme zand.
Ik ben nooit goed geweest met een jurk. Het liefst had ik oude kleding aan en ging ik de stad in. Of ik zat op de stadsmuur te kijken naar de zonsondergang. De wachters durfden niks te zeggen. Ze mochten de bevelen van de prinses van Entropia niet weigeren. De enige die me wel terug in het paleis kon krijgen was hertog Weske. De enige persoon waar ik echt mee omging. Je kan hem beter mijn enige vriend noemen. Tot hij een paar weken geleden opeens op missie moest in een ander kingdom. Mijn vader, koning David, vond het alleen maar irritant dat ik steeds weg was en me niet gedroeg als een echte prinses. Dat was ook meestal het onderwerp van onze ruzies. Al liep onze laatste ruzie iets anders af. Dit was de allereerste keer dat ik door hem ben geslagen. Meteen ben ik weggelopen. Niet weglopen en een paar uur later met je staart tussen de benen weer terugkomen, maar echt weglopen. Drie dagen heb ik rondgedwaald en nu ben ik hier, met een Jenavaan voor me.

'Wie ben jij en wat doe je hier?' vraagt hij nors. 'I-ik b-ben Lil-Lilith,' stamel ik. Zijn ogen worden groot van verbazing. 'Lilith? Prinses Lilith? Van Entropia?' Ik knik kort. Waarom doet hij opeens zo raar? Mijn vader vertelde altijd dat Jenava een kingdom is waarbij de soldaten en vooral de koning hielden van mensen pijn doen. Ze hebben geen medelijden. Ze kennen geen angst of verdriet. Er gaat ook een gerucht dat ze zich aangesloten hebben bij Empire. Het zou me niets verbazen eigenlijk.
De jongen pakt mijn hand en trekt me overeind. 'W-wat ga je met me doen en wie ben je?' vraag ik bang. 'Rustig aan, ik doe je niks,' zegt hij en meteen laat hij mijn hand los. 'Noem me maar Jamie,' zegt hij er met een glimlach achteraan. Ik vertrouw het nog steeds niet. Hij is en blijft een Jenavaan, een vijand van mijn volk. 'Ga je met me mee? Er is iemand die je graag wil zien,' zegt hij. Even twijfel ik. Meegaan? Grote kans dat hij me alsnog vermoord. Toch knik ik en volg hem over de enorme zandvlakte. Nog iets typisch Jenavaans: Het zand. Entropia is groen, met bomen waar je in kan klimmen, struiken waarachter je je kan verstoppen en natuurlijk de prachtige paleistuinen met de gouden boom die mijn vader ooit voor mijn moeder heeft laten maken. Het enige uitzicht in Jenava is zand. Bergen, hopen, stapels zand. Zelfs bijna alle Jenavaanse huizen zijn gemaakt van zandsteen. Dat mensen op deze plek kunnen leven. Ik zou oprecht gek worden hier.

Na een half uurtje lopen, komen we aan bij een afgelegen huisje. Meteen kan je zien dat je in Jenava bent. Het huis is (natuurlijk) met zandsteen gebouwd en er is een Jenavaanse vlag boven de deur geschilderd. Bewonderend kijk ik ernaar. Het huisje is niet groot, maar het verschilt zo van wat ik gewend ben. Jamie doet de deur open. 'Kom binnen prinses,' zegt hij. Ik loop naar binnen. Ik begin te glimlachen als ik zie wie er op de bank in het kleine woonkamertje zit. Ik ren naar hem toe en knuffel hem. 'Jij bent ook blij om me te zien,' zegt de jongen lachend. Ik laat hem los. 'Natuurlijk ben ik blij om je te zien! Ik heb je al een paar weken niet gezien. Ik heb je gemist Wes,' zeg ik. Als ik me omdraai zie ik Jamie in de deuropening staan.
'Waar kennen jullie elkaar eigenlijk van?' vraag ik als ik me bedenk dat ik nu in een kamer zit met een Entropiaan en een Jenavaan, twee gezworen vijanden. Jamie loopt naar een stoel en gaat zitten. 'Weske heeft ooit mijn leven gered,' zegt hij. Ik kijk hem nieuwsgierig aan. 'Hoezo "leven gered"? Entropianen en Jenavanen zijn vijanden,' zeg ik verbaasd. Weske trekt mij aan mijn arm op de bank. 'Volgens mijn ouders was ik een slechte Jenavaan. Ik hield niet van de dingen die de meeste Jenavanen leuk vonden. Ik vond het vreselijk om te zien hoe iemand gemarteld werd en ik kon totaal niet begrijpen waarom ze mensen voor de lol zouden doden. Alleen mijn grootste verschil met de Jenavanen is dat ik wel emoties had buiten woede en haat. En dat was nou net wat mijn ouders niet konden hebben. Ze martelden me, alleen omdat ik volgens hen niet bij hun volk hoorde. Mijn transformatie is mislukt en in tegenstelling tot koning Cemal ben ik niet wreed en medogenloos geworden, maar juist het tegenovergestelde. Op een dag nam mijn vader me mee. Een heel stuk van huis. Toen er niemand meer was, pakte hij zijn zwaard en stak het in mijn buik. Daarna is hij vertrokken en liet mij halfdood achter.' Jamie kijkt naar de grond. 'En op dat moment kwam ik aanlopen en zag ik hem liggen. Snel heb ik hem verbonden en verzorgd en uiteindelijk heb ik hem naar een ziekenhuis moeten brengen. In de buurt van het ziekenhuis heb ik mijn tent opgezet en uiteindelijk kon ik met hem praten. We hebben sindsdien altijd contact gehouden,' sluit Weske het verhaal af. Met open mond zit ik de twee jongens aan te staren. Ik dacht dat ik een vreselijke vader had, maar ouders die je mishandelen en proberen te vermoorden omdat je emoties hebt?! 'Toen ik je naam hoorde, wist ik dat je mee moest. Weske had echt ontzettend veel over je verteld en ik dacht dat hij wel blij was om je te zien.' Jamie kijkt me nu recht aan. Ik knik en schenk hem een dankbare glimlach.
'Alleen we zitten met een probleem en misschien kan jij helpen Lil,' zegt Weske. Zijn ogen staan ernstig. 'Wat is er?' vraag ik verbaasd. 'Er zitten soldaten achter Jamie aan, dus hij moet vluchten. We weten alleen nog niet waarheen.' Ik denk na. Het is best moeilijk, aangezien hij echt niet in de westelijke landen kan komen. Calici, Tyksa, Malino, Bor. Het zijn allemaal bondgenoten van Entropia. En we kunnen hem ook niet naar Empire brengen, dan gaat hij er sowieso aan. 'We dachten dat, als jij een paar mensen om zou kunnen praten, hij kan vluchten naar Entropia,' zegt Weske voorzichtig. Ik begrijp meteen wie hij met "een paar mensen" bedoeld en ik schud mijn hoofd. 'Nooit'. Ik wil mijn vader niet meer onder ogen komen. 'Lilith, dit gaat niet om jou. Dit gaat om het leven van Jamie,' zegt Weske dringend. Ik kijk hem aan. Laat ik nou echt iemand doodgaan omdat ik ruzie heb met mijn vader? 'Jamie, heb je andere kleding? Reizen is vreselijk met deze jurk aan,' zeg ik en Weske glimlacht. 'Dankje Lil,' zegt hij zacht.

Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro