14
Ik wachtte op een bankje.
Tot jij verscheen.
Je kwam maar niet.
Ik vond het nogal gemeen.
Ik wou zeggen wat ik voel.
Ach, je zou toch niet begrijpen wat ik bedoel.
Je kwam niet opdagen.
Ik bleef op je wachten.
Ik was naar je aanwezigheid aan het smachten.
Ik had je nodig.
Maar ik was voor jou blijkbaar overbodig.
Bạn đang đọc truyện trên: Truyen247.Pro